Opinie

    • Frits Abrahams

De tragiek van Maria Callas

De documentaire Maria by Callas van Tom Volf is geen film om snel te vergeten. Er zitten niet alleen veel roerende muzikale fragmenten van Callas in, de film bevat ook zeldzaam archiefmateriaal dat je het gevoel geeft dat je door haar intieme correspondentie en fotoalbums mag bladeren.

Volf vertelde in NRC aan Peter de Bruijn dat hij zichzelf vooral zag als ‘boodschapper en doorgeefluik’ van al dat fraaie materiaal. Dat is hem gelukt, zo goed zelfs dat ik na afloop nog meer over dit boeiende leven wilde weten. Waarom had ze zo’n slechte relatie met haar moeder? Welke rol speelde haar vriend Onassis precies in haar leven? Was ze wel zo sympathiek als uit deze documentaire blijkt?

Zo merkte ik dat Volf bepaalde ontwikkelingen heeft weggelaten die een plaats in zijn film hadden verdiend. Ik bedoel bijvoorbeeld de problemen met haar uiterlijk. Callas vond zichzelf lelijk en dik, iets wat haar vanaf haar vroege jeugd ook door haar moeder was ingeprent. Ze besloot in 1954 ruim dertig kilo af te vallen. Kenners van haar muziek, en ook zijzelf, beweren dat haar stem vanaf toen in kwaliteit achteruit is gegaan.

De relatie met haar ambitieuze moeder stipt Volf alleen aan, hoewel het een cruciale factor in haar leven is geweest. Een dochter die, eenmaal volwassen en beroemd geworden, niets meer met haar moeder te maken wil hebben – dat is nogal wat. Kennelijk is zij zo zwaar beschadigd uit haar jeugd gekomen dat het haar voor de rest van haar leven getekend heeft. Het verklaart veel van haar grilligheid, haar problematische verhoudingen met (veel oudere) mannen, haar hunkeren naar een gezin dat Onassis haar niet gunde; toen ze zwanger raakte, dwong hij haar tot abortus.

De documentaire bevat een citaat van Callas waaruit blijkt dat ze een gelukkig gezinsleven veel belangrijker vond dan een zangcarrière. Maar het citaat krijgt geen context, je zou het kunnen uitleggen als koketterie – wat het beslist niet was.

Misschien heeft Volf te weinig oog gehad voor de tragiek van dit leven. Uit de beschrijvingen in biografieën over haar blijkt dat haar minnaars, net als haar moeder, steeds weer van haar wilden profiteren. Meneghini, haar eerste man, koesterde zich in haar roem, ook voor Onassis was ze een prooi waarmee hij zich wereldwijd prestige kon verschaffen – totdat hij met Jackie Kennedy een nog interessantere prooi kon bemachtigen. Toen dat tegenviel, keerde hij ten dele terug naar Callas, die daarover heeft gezegd: „Onze liefde was geen succes, onze vriendschap wel.”

Intussen bleef ze in haar Parijse appartement wel met steeds legere handen achter. Ze had nog even een affaire met de tenor Giuseppe di Stefano, die haar nodig had in zijn nadagen als artiest. Haar carrière raakte in het slop. Ze trok als levende legende nog overal veel publiek, maar de kwaliteit van haar zang hield niet over.

„Ze raakte ieder jaar wanhopiger, geïsoleerder, verbitterder”, schrijft Arianna Stassinopoulos in haar biografie. Al in 1968, negen jaar voor haar dood, toen Onassis haar verruilde voor Jackie, had ze uitgeroepen: „Wie geeft om me? Ik heb geen enkele vriend. Waarom?”

Volf geeft geen antwoord op zulke vragen, liever laat hij haar stem horen. Misschien dacht hij: die bevat al tragiek genoeg.

    • Frits Abrahams