De Zuid-Afrikaanse schrijver Jackie Phamotse vertelt over een verkrachter die staatssecretaris werd.

Foto Ilan Godfrey

De suikeroomindustrie overtreft de prostitutie

#MeToo in Zuid-Afrika

Jackie Phamotse schreef een boek over suikerooms en seksueel misbruik. Ze kreeg veel kritiek. „Wat is er bijzonder aan jouw verkrachting?”

De avond valt over het Blue Hills-winkelcentrum in Midrand. Elektriciteitsdraden knetteren boven manshoge muren en een parkeerplaats vol patserbakken. Een vrouw op gymschoenen en trainingspak stapt restaurant Fridays binnen. Ze legt haar zonnebril op tafel.

„Zie je dat stel daar”, begint ze, en wijst achter haar rug naar een koppel dat zwijgend tegenover elkaar zit. „Dat is een echt koppel. Ze zitten al een tijdje te bekvechten. Nu hebben ze een ik-wil-er-niet-over-praten blik.”

Dan draait ze richting het viertal achterin het restaurant. Twee mannen in T-shirts en volle whiskyglazen zitten geanimeerd te praten met twee jonge vrouwen. „Daar wordt een deal gesmeed”, licht ze toe. „Dat meisje zonder de hoge hakken is de middleman, de onderhandelaar. Het meisje met het korte rokje: dat is de prooi. Nu gaan ze roken: het onderhandelen over de prijs is begonnen.”

Wie met de ogen van de dertigjarige Jackie Phamotse kijkt, ziet ze plotseling overal: de blessers en de blessees, eigentijds Zuid-Afrikaans voor suikerooms en hun jonge vriendinnen. In het boek Bare (Naakt) beschrijft ze het leven van Treasure als „prooi” van rijke zakenlui, die haar besproeien met dure cadeaus: juwelen, handtassen, vakanties, een eigen appartement, een auto. En seksueel geweld.

Ze beschrijft de bedwelming en groepsverkrachting door vijf mannen van Treasure in een discotheek die wordt bezocht door politici van Zuid-Afrika’s regeringspartij. Een van de verkrachters, vertelt ze later in interviews, is nu staatssecretaris.

Victim blaming

Het boek werd een nationale bestseller en leidde tot Zuid-Afrika’s eigen #MeToo-discussie. „Het boek gaf steun aan vrouwen die in dezelfde situatie zaten. Maar er was ook victim blaming. Sommige politici waren furieus omdat ik ze ‘in een ongemakkelijke positie had gebracht’, door te schrijven over de nachtclub waar machtige mannen als zij jonge meisjes misbruiken.

Phamotse: „Op sociale media kreeg ik reacties van mannen die zeiden: ‘Als je er zo goed uitziet als jij, dan verdien je het verkracht te worden.’ Er was zelfs een vrouw die schreef: ‘Ik ben zelf vier keer verkracht. Wat is er zo bijzonder aan jouw verkrachting dat iedereen er over moet weten?’”

Phamotse praat snel, beeldend, zelfverzekerd. Ze spreekt veel in derde persoon, alsof Treasure slechts een personage is. „Daardoor ben ik in staat met afstand naar mijn eigen leven te kijken. Als ik het in de ik-vorm had geschreven waren de aanvallen nog veel persoonlijker geweest. Nu kan ik zeggen: laat mij er buiten.”

Als je er zo goed uitziet, verdien je het verkracht te worden

Lees ook: Buiten het Westen is #MeToo vooral een #WeToo

Maar ze leefde jarenlang het leven van Treasure. Ze groeide op – net als Treasure – met een vader die zijn vrouw en zijn kinderen afranselde. Ze was het meisje dat op haar zeventiende naar de grote stad ging om te studeren en liefde zocht bij de verkeerde mannen. Geweld was vertrouwd. Liefde: een financiële transactie. In tweede persoon: „Als iemand echt lief is voor je, dan raak je in paniek. Dat is onbekend terrein. Alsof je zit te wachten tot het conflict uitbreekt. Een van mijn lezers zei zelfs: ik zal nooit met een man trouwen die me niet slaat.”

Niet alle suikerooms zijn gewelddadig, onderstreept ze. Maar de relatie is zo ongelijkwaardig – hij zo machtig, zij zo machteloos – dat er geen vrijheid meer is zo gauw de deal is beklonken. Phamotse zegt ook, opnieuw in derde persoon: „Die meisjes zijn niet alleen slachtoffer. Ze plannen hun bewegingen zorgvuldig. In een restaurant als dit kom je niet zo maar. Er is geen openbaar vervoer naar zo’n plek. De blesser business is een industrie. Het overschaduwt prostitutie, zoveel geld gaat er in om.”

Dolce & Gabbana

Ze pakt haar mobiele telefoon erbij en veegt langs talloze foto’s van Zuid-Afrikaanse vrouwen in dure merkkleding. Ze leest een bericht voor van een jonge vrouw met zonnebril die haar Dolce & Gabbana-handtas laat zien, het prijskaartje er nog aan. „Kijk eens wat ik heb gekregen. Wat een prachtige handtas van meneer 2 miljoen.” Phamotse legt uit: „Door zo te koop te lopen met je cadeaus, wordt je sociale status verhoogd. Dat drijft de prijs omhoog bij de onderhandelingen. Nu moet hij ook laten zien wat híj heeft. Waar hij woont, welke auto hij rijdt. Heeft hij een jacuzzi? Zo wordt de prijs voor een weekend bepaald.”

Haar boek heeft mannen boos gemaakt, vrouwen steun gegeven, en is goed verkocht. Heeft ze er iets mee kunnen veranderen? „Mijn boek kreeg volmondige steun van [politicus-zakenman] Mathews Phosa, die zowel vrouwen als mannen wil laten rehabiliteren. Hoe doe je dat in een samenleving, waarin hele generaties opgroeiden met het geweld van apartheid? We praten nu over een stichting waar jonge vrouwen en mannen die misbruikt zijn therapie kunnen krijgen.” Haar vader heeft haar boek intussen gelezen. Eerst was hij woest – de vuile was moet je niet buiten hangen. Nu zit hij in therapie. „Hij vindt me een goede schrijver”, zegt Phamotse. Ze werkt nu aan haar tweede boek.

De sfeer op de bank bij het viertal achterin het restaurant is omgeslagen. Het schaars geklede meisje heeft haar jas aangetrokken. De mannen roken ongeïnteresseerd een sigaret en kijken van haar weg. „Daar is iets niet goed gegaan”, zegt Phamotse, als een sportverslaggever langs de lijn. „Zij wil naar huis. Hij ook. #Epicfail.

Lees hier de andere verhalen uit de serie #MeToo buiten de westerse wereld

    • Bram Vermeulen