Recensie

De moerassige losmaking van Spanje

Onafhankelijkheidsverklaring

In een nieuwe uitgave van het Plakkaat van Verlatinge bestempelt de classicus Anton van Hooff dit ‘kronkelige’ document tot de ‘geboorteakte’ van de Republiek der Nederlanden.

Het lijkt steeds moeilijker te verdragen dat het huidige Nederland geen echt begin heeft. In 1588 ontstond de Republiek, zonder dat het moment waarop dat gebeurde duidelijk gemarkeerd kan worden. De zeven opstandige provinciën – het huidige Nederland boven de grote rivieren – gingen zichzelf besturen nadat het inroepen van een Franse en Engelse soeverein op een fiasco was uitgelopen. De Republiek ontstond zonder trompetgeschal en plechtige ceremonieën. De Staten-Generaal hadden de macht, en ze ontpopten zich, zoals ieder parlement, als een instituut van moeizaam bereikte compromissen. Dat gold ook voor de structuur van de Republiek, die nooit een degelijke en helder omschreven staatsinrichting kreeg.

Deze rommeligheid heeft historici in de verleiding gebracht verder terug te kijken naar een moment waarop de Noordelijke Nederlanden al een definitieve stap zetten naar zelfstandigheid. De Unie van Utrecht in januari 1579, ging in die richting, maar de mogelijkheid van verzoening met het Spanje van Filips II bleef nog open. De publicatie van het Plakkaat van Verlatinge in juli 1581 ging aanzienlijk verder. De noordelijke provincies verlieten Filips II. Alle betrokkenen bij het bestuur werd gevraagd de koning af te zweren en een eed van trouw aan de Staten-Generaal af te leggen.

Historikerstreit

De nieuwe uitgave van het Plakkaat van Verlatinge door classicus Anton van Hooff draagt als ondertitel ‘de eerste onafhankelijkheidsverklaring’, waarmee meteen een standpunt wordt ingenomen in de Historikerstreit over het begin van Nederland. Die begint met het Plakkaat, volgens Van Hooff de ‘geboorteakte’ van de Republiek. Het was zo’n aanbeveling die maakte dat begin dit jaar het document na een verkiezing werd uitgeroepen tot Pronkstuk van Nederland.

Van Hooff geeft de oorspronkelijke tekst van het Plakkaat, naast een modernisering ervan die meteen een bekorting met de helft inhoudt. De gedachte erachter is dat de essentie van de tekst in het origineel moeilijk te vatten is; Van Hooff gebruikt zelfs bullets om de soms wat kronkelige inhoud te ontwarren.

Wordt de ondertitel waargemaakt? Van Hooff komt in hetzelfde moeras terecht als veel vroegere duiders van de Nederlandse losmaking van Spanje. Hij kan ook niet veranderen dat de onafhankelijkheid er minstens tien jaar over deed om tot stand te komen. De opstandelingen moesten voortdurend schipperen om overeind te blijven tegen een vijand die militair superieur was.

Daar zit meteen ook het kardinale punt van het Plakkaat. Het staatje in wording had niets te winnen bij onafhankelijkheid. Filips II werd verlaten om de handen vrij te krijgen om de soevereiniteit te kunnen aanbieden aan de hertog van Anjou, waarmee een bondgenootschap met Frankrijk tot stand zou komen. De Staten-Generaal opereerde daarbij omzichtig, de macht van Anjou werd op voorhand sterk ingeperkt.

In zijn uitgebreide inleiding stelt Van Hooff het voor alsof de Staten met het Plakkaat de soevereiniteit definitief aan zich trokken. Maar dat is wat te stellig; de kronkeligheid van het document lijkt bedoeld om vele opties open te houden, om toekomstige bondgenoten vooral niet af te schrikken. In een eerdere editie van het Plakkaat (1979, herzien in 2006) heeft M.E.H.N. Mout aangetoond dat het document vooral evenwichtskunst was. Het moest de weg plaveien voor Anjou, maar intussen werd uit alle macht voorkomen dat het kon worden gelezen als een officiële oorlogsverklaring aan Spanje, omdat Noord-Nederlandse kooplieden volop handel dreven met de vijand.

Van Hooff trekt het Plakkaat te veel in de sfeer van een revolutionaire daad, terwijl pragmatiek de overhand had. Zijn weergave van de historische context is dan ook wat eenzijdig, nog afgezien van de vele onnauwkeurigheden, zoals Maria de’ Medici waar Catharina bedoeld wordt, of Christiaan Huygens waar het Constantijn betreft. Wie zich in de finesses van het Plakkaat wil verdiepen kan beter te rade gaan bij de voorbeeldige uitgave van Mout.

    • René van Stipriaan