Struin als een Brusselaar door Brussel

When in… Toe aan een korte vakantie? NRC tipt steden en leert je daar te leven als een local. Deze keer: Brussel.

De kunstberg, met uitzicht op de benedenstad van Brussel.

Bruxelles ma belle

België heeft een keur aan prachtige steden: kijk maar naar het charmante Gent, het filmachtige Brugge of de mooie, kleine straatjes van Luik. Brussel zullen veel mensen niet, of in elk geval niet altijd, prachtig noemen. De meeste Belgen, zeker Vlamingen, hebben een haat-liefdeverhouding met de vervuilde stad waar je naast een prachtig oud pand zomaar een in de jaren zestig uit de grond gestampte parkeergarage kunt vinden, en waar de typisch Belgische administratieve chaos met negentien gemeenten en zes politiezones tot een zinderend hoogtepunt komt – God verhoede dat je ooit in de rij zult moeten staan om iets te regelen in het plaatselijke stadhuis.

Als inwoner zeur je over de verre van aangeharkte stad, maar weet je ook: stille wateren hebben diepe gronden. Wie geduld heeft voor ‘Bruxelles ma belle’, zoals haar bewoners haar liefkozend noemen, wordt beloond.

180 nationaliteiten

Met zo’n 1,2 miljoen inwoners komt Brussel niet in de buurt van Europese hoofdsteden als Londen of Parijs. Maar het is wel een van de dichtstbevolkte, met bijna 7.400 inwoners per vierkante kilometer. De stad telt ruim 180 nationaliteiten. Niet gek dus dat je maar een straat over hoeft te steken om weer in een totaal andere wereld te komen. Kies maar welke sfeer je vandaag wilt betreden. Ga je in de ‘bovenstad’ tussen de diplomaten shoppen in de dure winkels aan de Louizalaan, of vlak ernaast kruiden inslaan in de ‘Congolese wijk’ Matongé? Meng je in de ‘benedenstad’ tussen de hipsters aan de Antoine Dansaertstraat, of steek je het kanaal over voor een kopje muntthee in Molenbeek? Wat je ook doet: ontspan en geniet. Het is hier geen Parijs, we hebben geen haast.

De ‘Congolese wijk’ Matongé. Foto EP

De sfeer van het zuiden

Brussel is niet voor niets de meest zuidelijk aanvoelende stad van het Noorden. De Brusselaar is op z’n best als het mooi weer is: buiten dus. Je kunt de auto pakken, fietsen is beter. Of, als je minder van het bezweet aankomen bent (‘de heuvel op’ is bepaald geen feest): loop en geniet onderweg van alle buurten waar je doorheen wandelt. Je bent er zo. Koop een drankje en wat hapjes, zet je favoriete muziek op, en neem plaats op de Kunstberg, bij het voetgangersgebied voor de Beurs of met uitzicht bij het Poelaertplein. Haal je neus uit de uitlaatgassen en loop van de Place Flagey langs de Abdij Ter Kameren naar het Ter Kamerenbos, om daar in het gras of bij het Villa Empain-museum te eindigen. Wil je echt meedoen, loop dan over een marktje: de dagelijkse rommelmarkt aan het Vossenplein, de gigantische zondagsmarkt bij het Zuidstation, en doordeweeks is er elke avond één waar je wijn kunt drinken bij goed eten. Jammer dat het Belgische weer niet altijd overeenkomt met de zuidelijke aard, maar de echte Brusselaar houdt het zo lang mogelijk vol.

Vind hier de eerdere afleveringen, waaronder Tallinn, Reykjavik en Porto

Laat je verrassen

Maanden van tevoren plannen waar je uitgaat, daar gaan we niet aan beginnen. Achter de meest nietszeggende gevel kan een cocktailbar schuilen en in je favoriete bar staat op woensdagavond plots een bandje te spelen. Op een zondagmiddag kun je ontdekken dat een plein is omgebouwd tot gratis festival, op zonnige zomerdagen verrijzen overal pop-upcafés met ligstoelen.

Van boven tot onder: de ‘Congolese wijk’ Matongé, het Atomium, fiets van Villo!, de vlooienmarkt bij de Marolles
Foto’s Getty, EP
Links: de vlooienmarkt bij de Marolles. Rechts: het Atomium.

Eten en drinken in de Vlaamse wijk

Eten en drinken staan centraal voor elke Brusselaar die zijn prioriteiten een beetje op orde heeft. Je kunt natuurlijk alle clichés volgen en aan de wafels en chocola gaan – overigens helemaal niet af te raden – maar het kan beter. Zul je in het overgrote deel van Brussel in het Frans aangesproken worden, rondom de Vlaamsesteenweg bieden Nederlandstaligen moedig weerstand. Drink koffie bij OR en pintjes bij Monk, eet garnalenkroketten bij De Noordzee. Ga voor wat avontuurlijkers eten bij Viva M’Boma, bekend om zijn orgaanvlees. Aan het eind van een avondje uit is het tijd voor die typisch Brusselse lekkernij: de mitraillette. Vlees, friet, salade, kaas en andalousesaus (géén mayonaise) op een half stokbrood. Ja, echt.

    • Anouk van Kampen