Als na de bevalling de pijn blijft

Pijn Na een bevalling blijven vrouwen vaak klachten houden. Ze zouden beter geholpen kunnen worden, zeggen experts. „Veel vrouwen hebben geen idee wanneer en waar ze hulp moeten zoeken.”

Illustratie Sebe Emmelot

Toen Caroline Hoek (54) uit Middelburg na haar bevalling aan de verloskundige vertelde dat ze niet durfde te poepen, kreeg ze te horen dat dat normaal was. Ze was immers ingeknipt en gehecht, alles daar beneden was nog gevoelig. Een beetje nerveus zijn bij de eerste keer weer naar de wc gaan, is heel normaal, zo kreeg ze te horen. Ze moest toch maar gewoon even doorzetten. Dus zette ze door. Haar anus scheurde. Gekweld door helse pijnen stapte ze naar de huisarts. Die gaf haar een zalfje mee.

Uiteindelijk zou het ruim vijfentwintig jaar duren voordat Caroline Hoek aan haar klachten geholpen werd. Bij een kliniek in Bilthoven, gespecialiseerd in klachten rond de anus, waar veel vrouwen komen met klachten na de bevalling. Hier werd Hoek dan eindelijk geopereerd. De scheur die na de bevalling was ontstaan bleek nooit geheeld. Er zat een wond die moest worden schoongemaakt. „Mijn bekkengebied bleek zo verkrampt dat het signaal om de kringspier te ontspannen niet meer werkte. Er waren uiteindelijk drie botoxinjecties nodig om de boel weer ontspannen te krijgen.”

Zeven op de tien vrouwen heeft in het eerste jaar na de bevalling last van anale klachten, bleek uit het afstudeeronderzoek uit 2016 van verloskundigen Rosemarie Kuijt en Manon van der Plas aan de Verloskunde Academie Rotterdam. Een op de vier vrouwen heeft na de bevalling last van urineverlies, blijkt uit cijfers van het UMC Utrecht. Bij 40 tot 60 procent is sprake van een vaginale verzakking. Ook verlies van ontlasting, pijn bij het vrijen of het gevoel dat de vagina ‘open’ staat, behoren tot de klachten die vrouwen die zijn bevallen ervaren. Soms openbaren die klachten zich meteen, soms pas jaren later.

Maar lang niet alle vrouwen worden aan deze klachten geholpen, terwijl dat in veel gevallen wel goed mogelijk is. Volgens Jan Paul Roovers, hoogleraar (uro-)gynaecologie en medisch directeur van de divisie Vrouwenzorg bij Bergman Clinics, laat de nazorg voor bevallen vrouwen zoals die nu geregeld is, te wensen over. „Vrouwen krijgen tijdens hun zwangerschap intensieve zorg en begeleiding, maar daarna stopt dat vrij abrupt.” Ook is er weinig voorlichting over de impact van een bevalling op de bekkenbodem, de mogelijke klachten die kunnen optreden en wat daaraan gedaan kan worden, zegt hij.

Vrouwen ervaren de klachten vaak als gênant

Roovers is niet de enige specialist die een gebrek aan voorlichting en begeleiding na de bevalling signaleert. Erica Janszen, gynaecoloog bij het OLVG-Oost in Amsterdam: „Veel vrouwen hebben na een bevalling geen idee wat normaal is, bij welke klachten ze hulp moeten zoeken en waar ze voor die hulp terechtkunnen. De enige nazorg die vrouwen standaard krijgen is de nacontrole bij de verloskundige, zes weken na de bevalling. Maar de verloskundige heeft geen specialistische kennis van bijvoorbeeld de bekkenbodemproblematiek na de bevalling.”

Te vroege nacontrole

Bovendien: een nacontrole zes weken na de bevalling is eigenlijk veel te vroeg volgens de experts. Janszen: „Vrouwen zitten dan nog volledig in hun herstel. Ze hebben vaak nog geen seks gehad. Ook hebben ze hun plas nog niet lang hoeven ophouden, omdat ze nog veel thuis zitten. Dus of ze last hebben van pijn bij het vrijen of incontinentie, weten ze nog niet.” Ook kun je met zes weken nog niet weten of klachten blijvend zijn of dat ze vanzelf overgaan, omdat het natuurlijk herstel na een bevalling maanden kan duren, zegt ze. Dus vrouwen die na zes weken op controle komen met klachten, krijgen vrijwel altijd te horen: ‘Joh, geef het tijd, dat trekt wel weer bij.’

Of het ook echt vanzelf weer bijtrekt is maar de vraag. Maar dat komen verloskundigen vaak niet meer te weten, want na die nacontrole met zes weken sluiten zij het dossier, terwijl het herstel van vrouwen dan nog in volle gang is. „De geboorte en alles wat daarna komt zijn nu strikt gescheiden werelden”, zegt Janszen, „met aan de ene kant de verloskundige en de artsen die gespecialiseerd zijn in klachten na de bevalling aan de andere kant. Daar moet een betere brug tussen.”

Je moet precies weten wat je mankeert en bij wie je daarvoor terechtkunt. Maar dat weten veel vrouwen juist niet

Jan Paul Roovers, hoogleraar (uro-)gynaecologie

Roovers: „Voor aanhoudende klachten zijn vrouwen nu aangewezen op de huisarts. Maar die ontbreekt het vaak aan diepgaande kennis over de complexiteit van de klachten die kunnen optreden na de bevalling”, zegt hij. „Kennis die wel nodig is om de juiste vragen te kunnen stellen.”

Dat de huisarts de juiste vragen stelt is cruciaal, omdat vrouwen veel bevallingsgerelateerde klachten als gênant ervaren. „Om alle symptomen boven tafel te krijgen, moet je als arts gerichte vragen stellen. Veel bevallen vrouwen hebben bijvoorbeeld last van een wijde vagina, waardoor hun vagina volloopt in bad. Of ze verliezen lucht als ze opstaan of gaan zitten,” vertelt hij. „Als je specifiek naar dat soort klachten vraagt, zie je vaak de opluchting en herkenning op het gezicht van vrouwen. Maar ze zullen er niet snel uit zichzelf over beginnen. Daarvoor is het taboe te groot.”

Daar weet Sabine (45) uit Nieuwerkerk aan den IJssel alles van – dat is ook de reden dat ze liever niet met haar achternaam in de krant wil. Na de bevalling van haar eerste kind heeft ze altijd last gehad van pijn bij het vrijen, maar ze praatte daar met bijna niemand over. „Ik heb het wel eens voorzichtig met vriendinnen gedeeld, maar zij zeiden er geen last van te hebben. Daarna hield ik het liever voor mezelf. Het is nu eenmaal niet iets wat je even met iedereen bespreekt.”

Toch stapte Sabine een paar maanden na de bevalling naar een gynaecoloog. „De gynaecoloog zag niets bijzonders en concludeerde dat er niets aan de hand was. Daar moest ik het mee doen.” Na vijf jaar doorploeteren met pijn wees iemand haar op de mogelijkheid van inwendige fysiotherapie door een bekkenbodemfysiotherapeut.

Lees ook: Je bent jong en je wilt zeker geen kinderen

Dat bleek te helpen. Net zoals een spier verkrampt kan raken door een sportblessure, was er in haar bekkenbodem een spier verkrampt geraakt door de bevalling, vertelt ze. „Als je bedenkt wat voor druk er tijdens de bevalling op die spieren komt te staan, is dat ook eigenlijk niet zo gek. De bekkenbodemtherapeut heeft met inwendige massages geholpen die verkramping daar weer weg te krijgen.”

Ze baalt dat ze niet eerder naar een bekkenbodemtherapeut is doorverwezen. „Het was fijn geweest als de verloskundige me tijdens de nacontrole op deze optie had gewezen. Of de gynaecoloog bij wie ik ben geweest. Dat hij me zelf niet kon helpen neem ik hem niet kwalijk, maar hij had ook kunnen zeggen: sommige mensen hebben baat bij bekkenbodemtherapie. Probeer het eens.”

De verhalen van Sabine en Caroline zijn volgens de experts kenmerkend voor hoe de zorg na de bevalling nu geregeld is. Roovers: „Er is op zich goede zorg te krijgen maar dan moet je wel een heldere vraag hebben. Je moet precies weten wat je mankeert en bij wie je daarvoor terechtkunt. Maar dat weten veel vrouwen juist niet. En als je niet weet dat er iets als een bekkenbodemtherapeut of een proctoloog bestaat, kun je ook niet om een verwijzing vragen.”

Groepsconsults

Janszen bepleit betere voorlichting en betere doorverwijzing. „Vrouwen moeten al tijdens de zwangerschap worden voorgelicht over de nazorg en waar ze die kunnen krijgen. En de verschillende medische disciplines rondom de geboorte moeten beter samenwerken. Waarom bijvoorbeeld niet een groepsconsult bij de verloskundige een paar maanden na de bevalling, waarbij een relevante specialist meerdere vrouwen tegelijk voorlichting komt geven over de meest voorkomende klachten en mogelijke behandelingen?”

Jan Paul Roovers zou het liever nog voortvarender aangepakt zien. In Frankrijk krijgen vrouwen na de bevalling van de overheid standaard een consult bekkenfysiotherapie aangeboden, waarbij de bekkenbodem en de vagina door een specialist worden gecontroleerd en vrouwen onder begeleiding kunnen herstellen. Een dure oplossing? „Het is maar hoe je het bekijkt”, zegt Roovers. „Door op tijd in te grijpen, voorkom je niet alleen de oplopende zorgkosten van vrouwen die doorlopen met verergerende klachten en uiteindelijk geopereerd moeten worden. Je bespaart er vrouwen ook onnodig leed mee. Dat zou het belangrijkste moeten zijn.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Floor Bakhuys Roozeboom