AFM: accountants SHV waren nalatig

Omstreden betalingen Twee PWC-accountants zouden contante betalingen onvoldoende hebben gecontroleerd. Ze stonden vrijdag voor de tuchtrechter.

De accountants van PWC zouden volop redenen hebben gehad om fraude te vermoeden. ANP/Olaf Kraak

Accountants van SHV en zijn dochterondernemingen hebben hun controlerende taak niet naar behoren uitgevoerd, door onvoldoende informatie op te vragen, na te laten verdachte contante betalingen te melden bij een opsporingsambtenaar en risico’s op fraude niet te onderkennen.

Dat verwijt de Autoriteit Financiële Markten (AFM) de accountants Sander Gerritsen en Peter Jongerius van accountantskantoor PWC in een tuchtzaak voor de accountantskamer van de rechtbank Zwolle. De accountants zouden in de jaren voorafgaand aan 2014 niet genoeg hebben doorgevraagd bij de bestuurders van de ondernemingen, terwijl ze volop redenen hadden om fraude te vermoeden.

Het draait om twee zaken. Een is een omvangrijke affaire met omstreden contante betalingen bij een dochteronderneming van SHV, het grootste familieconcern van Nederland. Jarenlang zijn bij handelshuis Econosto Mideast in Dubai contante bedragen betaald aan klanten en inkopers in het Midden-Oosten. Het Openbaar Ministerie doet strafrechtelijk onderzoek naar de praktijk.

Lees ook dit onderzoeksverhaal over de praktijken van SHV in Dubai: Begraven onder een dikke laag zand

De tweede zaak gaat over de bergingstak van dochterbedrijf Mammoet van SHV. AFM verwijt enkel groepsaccountant Jongerius van SHV niet goed genoeg te hebben gekeken naar de achtergrond en handelswijze van een tussenagent bij een bergingsklus in Irak.

De zaak die AFM aanspande draait om wat de accountants wisten, en wat ze hadden móéten weten. Gerritsen, accountant van Econosto Mideast, had bij zijn aantreden in 2010 kunnen weten dat de sommen contant geld die het bedrijf verlieten op z’n minst fraudegevoelig waren, stelt de AFM. Een document van zijn voorganger uit 2009 maakt daar immers expliciet melding van. Dat het bedrijf de verdachte contante betalingen eerst ‘manager directors fees’ noemt en daarna ‘sales incentives’ voor interne verkopers doet daar niks aan af, volgens de AFM, want de aard van de betalingen veranderde niet. Dat Gerritsen door collega’s in Dubai en het management van Econosto was verteld dat het probleem was opgelost – zoals Gerritsen zichzelf verweert – doet daar ook niks aan af, vindt de AFM. Hij had dat zelf moeten controleren, zeker in zo’n fraudegevoelige regio.

Op de vraag of Gerritsen in de eerste jaren zelf was afgereisd naar Dubai om duidelijkheid te krijgen of contact had gehad met het lokale management daar, antwoordde hij ontkennend.

Jongerius had ook kunnen weten dat die betalingen in het Midden-Oosten dubieus waren, vindt de AFM. Er lag immers een accountantsverslag uit 2007 waarin dat werd verteld. En in meerdere documenten uit 2009 en 2010 die hij zag, werden opmerkingen gemaakt over die contante betalingen. Jongerius antwoordde dat hij in 2011 de conclusie had getrokken dat het probleem was opgelost. Daarna waren er geen redenen meer om daaraan te twijfelen.

De PwC-accountants zeiden dat ze hun controlewerkzaamheden, ook achteraf gezien, niet beter hadden kunnen doen, maar dat ze wel van de zaken geleerd hebben.

    • Esther Rosenberg
    • Carola Houtekamer