Zijn zoetstoffen nou wel of niet gevaarlijk?

Zoetstoffen

Een wetenschappelijk artikel dat zou claimen dat zoetstoffen giftig zijn werd de laatste dagen veel geciteerd. Maar klopt die claim wel?

Foto Gilaxia

‘Meer slecht nieuws voor kunstmatige zoetstoffen’. Een persbericht met die kop vloog deze week over de wereld. Een andere kop was: ‘Zoetjes zijn giftig voor darmbacteriën’. Zelfs obesitas-hoogleraar Jaap Seidell twitterde erover: ‘Nog eens bevestigd: kunstmatige zoetstoffen zijn toxisch voor darmbacteriën.’

Een veelgeciteerd persbericht maakte het nog veel erger: „De bacteriën uit het spijsverteringssysteem werden giftig” toen ze aan de kunstmatige zoetstoffen werden blootgesteld.

Onheilspellend, dat ziekmakende bacteriegif in je darmen. Bacteriegif is berucht. Cholerabacteriën veroorzaken er bijvoorbeeld hun vaak dodelijke diarree mee. Maar in het wetenschappelijk artikel waar het persbericht naar verwijst staat helemaal niks over gifstoffen. En er staat eigenlijk geen slecht nieuws over zoetstoffen in. De zoetstoffen sucralose, acesulfaam, aspartaam, sacharine, neotaam en advantaam zijn getest bij uiteenlopende concentraties. Alleen in de hoogste concentraties van 1 tot 100 milligram per milliliter had sucralose een stresseffect. De andere vijf deden eigenlijk niks.

De onderzoekers beginnen met een alarmerende eerste zin: „Kunstmatige zoetstoffen zijn toenemend omstreden door hun verdachte invloed op de gezondheid.” Maar uiteindelijk vinden ze niks nieuws. Wat ze vonden „was gelijk aan de gevonden informatie in de wetenschappelijke literatuur”.

1. Komen concentraties zoetstof van het onderzoek voor in de darmen?

Dat is onwaarschijnlijk. De onderzoekers zagen effecten bij concentraties van 1 tot 100 milligram per milliliter (mg/ml). In de EU zijn maximumconcentraties vastgesteld. Sucralose mag tot hoogstens 0,4 mg/ml in melkproducten zitten. In bier en frisdrank mag 0,25 mg/ml zitten. Ingeslikt verdunt dat door speeksel, maagzuur en de rest van het voedsel. En wordt dan weer ingedikt.

Seidell zwakte zijn alarm dan ook af, maar meldt toch: „er zijn meer aanwijzingen voor ongunstige effecten”. Dat klopt.

2. Wat voor ongunstige effecten kunnen zoetstoffen dan hebben?

Alles wat we eten heeft voortdurend invloed op de samenstelling van onze darmflora. Zodra de resten van een maaltijd in de dikke darm arriveren, zijn er bacteriesoorten die daar goed op groeien. Andere hebben er niks aan en gaan dan in aantal achteruit. Wie lang hetzelfde eetpatroon houdt, krijgt een darmflora die daar bij past. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat een darmfloratype, omgekeerd, ook invloed heeft op zijn gastheer. Dat je aanleg voor diabetes type 2 erdoor kan veranderen, of je aanleg om dik te worden.

In theorie zou het dus kunnen dat zoetstoffen in je dieet je dik maken of diabetes-2 veroorzaken. Dat is waar steeds meer onderzoekers zich zorgen over maken.

3. Zijn daar bewijzen voor?

De precieze samenstelling van de darmflora is alleen met DNA-analyse goed te meten. Dat onderzoek staat nog in de kinderschoenen, maar het zou kunnen verklaren waarom mensen die veel kunstmatige zoetstoffen eten nog steeds een verhoogde kans hebben op dik worden, en op diabetes type 2. Het meest alarmerend was een onderzoek bij muizen en mensen dat in 2014 in Nature werd gepubliceerd. De veelzeggende titel van het veelbesproken artikel was Kunstmatige zoetstoffen veroorzaken glucose-intolerantie (zeg maar pre-diabetes) door het veranderen van de darmflora. Sacharine, sucralose en aspartaam hadden alledrie een slechte invloed.

4. Wat kun je zelf alvast doen?

Alle laagcalorische en kunstmatige zoetstoffen hebben een E-nummer (420, 421 en 950 t/m 970) en moeten op het etiket worden vermeld. Wie het zekere voor het onzekere wil nemen, kan het best stoppen met kunstmatige zoetstoffen eten.

5. Waar zitten zoetstoffen allemaal in?

Zuivel, toetjes, snoep, koek, ijs, frisdrank, maar ook sauzen, soepen en zelfs tandpasta. Let op light-varianten of ‘laag in suiker’. Hoeveelheden staan er niet op. Dat hoeft ook niet. De gebruikte hoeveelheden zijn meestal vele malen kleiner dan maximaal is toegestaan.

6. Komen er steeds meer zoetstoffen in onze voeding?

De voedingsmiddelenindustrie verlaagt al jaren de suikerhoeveelheid in haar producten. In het frisdrankschap zie je steeds meer suikerarme en suikervrije dranken, maar veelal met meer kunstmatige zoetstoffen.

7. Ontmoedigt de overheid de consumptie van zoetstoffen?

Niet bepaald. In de strijd tegen obesitas worden kunstmatige zoetstoffen gezien als de minste van twee kwaden. Onlangs lekte uit dat het kabinet de verbruiksbelasting op suikervrije frisdranken (en bronwater) wil opheffen zodat deze varianten goedkoper worden. De kritiek die hierop volgde: de overheid moet geen producten sponsoren die niet in een gezond dieet passen, zoals cola light. Schaf liever de btw op groente en fruit af.

Correctie 9 oktober: aanvankelijk stond in het artikel eenmaal een concentratie van 1 tot 100 milligram per liter vermeld. Dat is veranderd in 1 tot 100 milligram per milliliter.

    • Martine Kamsma
    • Wim Köhler