Zelfs voor Rode Kruis is deze ramp lastig

Tsunami Sulawesi

De getroffen bevolking heeft een schrijnend tekort aan alles. Water, luiers, rijst. „En ons huis is ingestort.”

Medewerkers van het Indonesische Rode Kruis bergen het lichaam van een tsunami-slachtoffer, maandag, op het strand bij Palu. Foto EPA

Bij het Indonesische Rode Kruis levert een pick-uptruck dozen met instant noedels af. Het verbaast Sukri, coördinator van de hulpgoederen in Palu. „De meeste auto’s komen hier helemaal niet aan.” Onderweg naar Palu dwingen inwoners van andere getroffen gebieden, de auto’s te stoppen en hun spullen af te geven.

Woensdag, vijf dagen na de aardbevingen en tsunami in midden-Sulawesi, is het uitblijven van noodhulp nog steeds het grootste probleem in het rampgebied.

Neem Ifyana die met haar man en drie kinderen op een heuvel kampeert niet ver van Palu. Hun tent is weinig meer dan een paar bamboestokken met een oud spandoek als tentzeil eroverheen gespannen. Ze heeft geen idee hoe het verder moet en begint te huilen. „De muren van ons huis zijn ingestort, daar kunnen we niet meer wonen.”

Lees ook de reportage van correspondent Annemarie Kas: Shinta heeft net een baby maar haar ogen staan dof door de ramp

Familie heeft hen geholpen en is spullen komen brengen. Ze hebben een hangmat om de baby in te wiegen en voor de tent staat een vijzel, zodat ze althans sambal kunnen maken voor bij de rijst. Maar hulporganisaties zijn hier niet langs gekomen. „En we hebben een tekort aan zo ongeveer alles. Water, luiers, rijst.”

Het dodental is inmiddels gestegen tot boven de 1.400 en ruim 70.000 mensen zijn hun huis kwijt. Van een deel van het getroffen gebied, vooral de regio Donggala, is nog steeds weinig bekend. De Indonesische rampendienst is bang dat veel slachtoffers ook nooit meer worden teruggevonden. Door liquefactie, het drijfzandverschijnsel dat vaker optreedt bij aardbevingen, zijn huizen en zelfs hele wijken in de aarde weggezakt.

Bij de coördinatiepost van het Rode Kruis is het rustig – hun opslagplaats voor goederen is bijna leeg. Er staat een groot wit bord waarop een poging tot coördineren is gedaan, er hangen briefjes met aantallen doden, over de verspreiding van drinkwater en hoe de inwoners eraan toe zijn. „Nog steeds in shock.” De laatste update dateert alleen van maandag.

Ifyana kampeert met haar man en drie kinderen op een heuvel niet ver van Palu.

Dit is zelfs voor het Rode Kruis ondanks al zijn ervaring een lastige ramp, zegt coördinator Sukri. Belangrijkste obstakel is de slechte bereikbaarheid van het gebied. Plus de grote schade aan het stroomnet. Al flikkerden woensdagavond in Palu ineens verlichtingen van etalages op in een verder donkere stad. En in een restaurant naast een grote elektriciteitsmast lagen tafels vol verlengsnoeren met telefoons erin.

Bekijk ook de inbeeld: Puin, wateroverlast en reddingsacties in Sulawesi

De rol van de Indonesische overheid is zeker ook onderdeel van de verklaring voor de hopeloze hulpverlening. Volgens het Indonesische tijdschrift Tempo zei de woordvoerder van de nationale rampendienst dat Indonesië selectief moet zijn in het accepteren van hulp. Want na de tsunami in 2004 in Atjeh, waar de ramp ook niet te overzien was, had Indonesië „geen systeem, geen ervaring en regulering voor de vele landen die met hulp kwamen”.

Die regulering is er nu wel, alleen blijkt dat in de praktijk weinig uit te maken. Achttien landen hebben materiële hulp aangeboden, ook in de vorm van transportvliegtuigen en helikopters. Maar woensdag was nog geen een daarvan in Palu geland.

Intussen proberen Indonesiërs elkaar te helpen waar dat kan. Bij Ifyana op het veldje rent plotseling iedereen de weg op als er een auto komt aanrijden. Die blijkt volgeladen met zakken kleding, de moeders en kinderen duiken er bovenop. Het dorpshoofd heeft de kleren meegenomen die inwoners van zijn gebied hebben ingezameld. Ifyana is blij: „Ik heb T-shirts voor de kinderen!” Nu nog rijst, water en luiers.

    • Annemarie Kas