Verdachte niet naar Polen, Nederlandse rechter vreest oneerlijk proces

Rechtspraak De rechtbank vreest dat de onafhankelijkheid van de Poolse rechtspraak in het geding is.

Veranderingen bij de Poolse rechterlijke macht vormen een „reëel gevaar” voor de onafhankelijkheid, zegt de Nederlandse rechter. Foto Jacek Bednarczyk/EPA

Voorlopig worden geen Poolse verdachten aan de Poolse justitie overgeleverd omdat de onafhankelijkheid van de rechters daar niet is gegarandeerd. Dit blijkt uit een tussenvonnis van de internationale rechtshulpkamer van de rechtbank Amsterdam in een zaak waarin een Poolse drugsverdachte uit Limburg voor de rechtbank in Poznan zou moeten verschijnen.

‘Reëel gevaar’

De rechtbank zegt dat „recente ingrijpende wijzigingen in de Poolse rechterlijke organisatie” twijfels oproepen over de onafhankelijkheid van de rechterlijke instanties daar, waardoor de verdachte mogelijk geen eerlijk proces krijgt. Er is volgens de rechter in Amsterdam sprake van „structurele of fundamentele gebreken” die een „reëel gevaar” vormen voor de onafhankelijkheid van de Poolse rechtspraak. De internationale strafkamer is de hoogste rechter in dergelijke kwesties.

Lees ook de Rechtsstaat column: Stevig optreden tegen Polen heeft een prijs

Hiermee komt een einde dichterbij aan de strafrechtelijke samenwerking tussen Nederland en Polen. Er zouden jaarlijks enige honderden Europese Arrestatiebevelen door Polen aan Nederland worden gestuurd.

De Poolse regering greep onlangs in de samenstelling van het Poolse Constitutionele Hof in door de pensioenleeftijd in één keer van 70 naar 65 te verlagen. De Europese Commissie klaagde daar lidstaat Polen vorige maand voor aan bij het Europese Hof in Luxemburg. Dat Hof oordeelde eerder dit jaar al dat lidstaten het overleveren van individuele verdachten aan Polen mogen weigeren als ze niet overtuigd zijn van de onafhankelijkheid van de Poolse rechter. Inmiddels zijn een aantal Poolse rechters door de regering voor de tuchtrechter gedaagd omdat ze de grenzen van de vrijheid van meningsuiting zouden hebben overschreden. Of omdat ze aan het EU-hof in Luxemburg een beoordeling vroegen van de maatregelen die Warschau tegen de Poolse magistratuur neemt.

Gekort op salaris

De zaak in Amsterdam wordt aangehouden totdat de Poolse autoriteiten op een aantal vragen van de rechtbank antwoord heeft gegeven. Zo wil de rechter weten of er onlangs nieuwe rechters of voorzitters in Poznan zijn benoemd. En wat daar inmiddels de regels over de toewijzing en behandeling van zaken zijn. Of er sinds recente wetswijzigingen nog rechters aan tuchtprocedures zijn onderworpen. Of ze gekort zijn op hun salaris. Of de verdachte die naar Poznan gestuurd zou moeten worden, zich wel kan verweren tegen een eventuele schending van zijn recht op een onafhankelijke rechter. Het Openbaar Ministerie krijgt vier weken om een reeks gedetailleerde vragen in Polen beantwoord te krijgen. Dan wordt de zaak opnieuw bekeken.

    • Folkert Jensma