Recordbedrag aan EU-subsidies op de plank in Brussel

Europese landen hebben veel moeite met het opmaken van investeringsgelden, meldt de Europese Rekenkamer. Onbekendheid met regels en eisen aan eigen inbreng zijn daaraan debet.

Foto Jonas Roosens/ANP

Landen binnen de Europese Unie hebben moeite met het opmaken van investeringsgelden bedoeld voor onder meer de bestrijding van werkloosheid en stimulering van scholing en duurzame visserij. Vorig jaar was pas 16 procent uitgegeven van wat er voor de periode 2014-2020 in de meerjarenbegroting is opgenomen aan beschikbare subsidies. De 267,3 miljard euro die inmiddels op een bestemming ligt te wachten is een record, meldt de Europese Rekenkamer in het jaarverslag dat donderdag gepresenteerd wordt.

Het bedrag bestaat deels uit een achterstand in de uitgaven van subsidiegelden uit de vorige meerjarenbegroting, uit de periode 2007-2013. Voor Nederland ligt nog 725 miljoen euro klaar. Het land is daarmee allesbehalve koploper: Polen heeft nog ruim 27 miljard aan investeringsgelden te besteden, Italië ruim 18 miljard. Spanje, Roemenië en Duitsland vervolmaken de top 5.

De redenen waarom de landen de subsidies niet besteden zijn tweeledig. Enerzijds zijn de landen te weinig thuis in de complexe regels rondom EU-investeringsgelden, anderzijds zijn de lidstaten niet altijd bereid of in staat om aan de verplichte eigen bijdrage te voldoen die aan de investeringen is gekoppeld. Wie aanspraak wil maken op de gelden moet minimaal de helft zelf inbrengen.

Zes min voor EU-budget

De Rekenkamer geeft ook een oordeel over de uitgave van het EU-budget. Tot 2016 werd 22 jaar op rij een negatief oordeel gegeven, maar de afgelopen twee jaar werden de EU-uitgaven goedgekeurd. Volgens het Nederlandse lid van de Rekeningkamer Alex Brenninkmeijer krijgt de EU-begroting “een zes min”, zo laat hij tegenover ANP weten.

De reden dat er zoveel jaar op rij een negatief oordeel kwam, lag in het feit dat er telkens een hoog percentage onregelmatigheden te vinden was in het Europese huishoudboekje. Voor 2017 namen af tot 2,4 procent fouten bij betalingen, waar dat twee jaar geleden nog 3,8 procent was. De onregelmatigheden in de uitgaven van 2017 zijn grotendeels te wijten aan administratieve vergissingen. In totaal zijn dertien verdachte transacties ter controle naar OLAF gestuurd, de dienst die Europese fraude bestrijdt.

Volgens Brenninkmeijer spreekt tegen dat er sprake is van een EU die “zinloos geld rondpompt”. “Er wordt niet rondgepompt. Geld ligt te wachten op goede projecten”.

    • Jorg Leijten