Ellen de Bruin op Bereneiland tijdens roman researchreis

Collectie De Bruin

‘Mijn boek gaat over rouw, liefde en palmen op de noordpool’

Ellen de Bruin over Anton Wachterprijs

‘Ik ben naar Spitsbergen gegaan om me in te leven in mijn hoofdpersoon,’ zegt Ellen de Bruin over haar winnende debuutroman

Palmbomen in de noordelijke ijszee, een tropisch klimaat aan de noordpool: we kunnen het ons niet voorstellen. Dat kan de 21-jarige onderzoekster Bas Fretz uit de debuutroman Onder het ijs van Ellen de Bruin (48) evenmin. Ze maakt een spannende, barre noordpoolreis. De roman is bekroond met de vooraanstaande Anton Wachterprijs 2018 voor literaire debuten. De Bruin is wetenschapsredacteur en journalist van NRC.

„Ik wilde al vanaf mijn zesde fictie schrijven”, zegt De Bruin. „Maar het schrijven van een roman is alsof je een moeras betreedt: je hebt geen enkel houvast en telkens vraag je je af: is dit wel goed genoeg, is deze zin wel mooi? Leidt het verhaal ergens toe? De wetenschap in het boek bood me houvast aan de feiten, fictie is totaal vrij.”

Hoe kwam u op het idee voor deze roman?

„In 2004 vertrok een aantal internationale onderzoekers naar het noordpoolgebied. Een van hen was wetenschapper Henk Brinkhuis, nu directeur van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee. Ik ontmoette hem een paar jaar geleden en hij vertelde me dat ze met behulp van boringen in de bodem van de noordpoolzee fossielen hadden ontdekt die 56 miljoen jaar geleden zijn ontstaan. Het zijn microscopische eencelligen die een soort plastic pantsertje ontwikkelden. Dat gooien ze af en juist dat pantsertje gaat nooit verloren. Ze heten dinofagellaten, door de onderzoekers liefkozend dinootjes genoemd. Ze zien er een beetje uit als geslepen edelsteen, zo mooi zijn ze. Je kunt ze alleen met een microscoop zien, ze meten zes honderdste van een millimeter. Deze dinootjes vertellen ons het verhaal dat tientallen miljoenen jaren geleden in de poolzee een tropisch klimaat heerste.”

De schoonheid van dinoflagellaten. Interview met onderzoekers

Het nawoord benadrukt dat ‘Onder het ijs’ fictie is en dat alle personages verzonnen zijn. Hoe maakte u de stap van wetenschap naar roman?

„Op het voormalige onderzoeksschip Plancius heb ik een tocht naar Spitsbergen gemaakt. Ik wilde net als Bas Fretz, mijn hoofdpersoon, ervaren hoe het is in zo’n gesloten gemeenschap te leven; ik bevolkte in mijn fantasie het schip en stelde me voor hoe het als jonge vrouw is alleen aan boord te zijn.

„Bas is in de rouw, want de door haar aanbeden hoogleraar Reinier is vlak ervoor gestorven. Zij neemt zijn onderzoekstaak naar de dinootjes over. Het boek begint met dit grote verlies, dit doodgaan van haar held. Ik begon aan het boek in de tijd dat er nogal wat doden in mijn nabijheid vielen. Dat verdriet wilde ik beschrijven, en ook in dit boek bezweren hoe erg het zou zijn als je je geliefde kwijtraakt. Niemand is onbereikbaarder dan in de dood.”

In welke wereld leeft Bas Fretz?

„Ze leeft in een tussenwereld, zoals een schip dat ook is, zwevend ergens tussen water en hemel. Mijn eerste zin luidt: ‘Niemand sterft ooit maar één keer’ Dat geldt voor Reinier. Hij is weliswaar gestorven, maar in haar gedachten leeft hij nog voort, praat ze nog met hem. Het is een oud boeddhistisch idee dat mensen pas na 49 dagen, zeven keer zeven dagen, echt dood zijn. Dat is precies de tijdsspanne van boek. Aan het slot is Bas heel dichtbij haar geïdealiseerde hoogleraar gekomen.”

Wat betekent deze hoogstaande literaire bekroning?

„Tijdens het schrijven leefde ik een deel van de tijd in de wereld van mijn boek. Het was alsof ik langzaam een ballon opblies. Na voltooiing knoopte ik de ballon dicht en liet hem gaan. Dat had ook iets van een afscheid. Ik ben blij dat nu blijkt dat mensen graag vertoeven in mijn wereld, waarin wetenschap en fictie elkaar ontmoeten. Ik maak me zorgen om het klimaat, maar mijn boek is geen waarschuwing. Ik besef dat de wereld waarop we wonen niet perfect is, dat onderzoekers niet feilloos zijn en dat we als mensen vaak maar wat aanrommelen. Desalniettemin bestaan er heel mooie dingen, zoals die miljoenen jaren oude fossielen. Ik heb ze ook gezien, ja, door een microscoop. Het was als een enorme tijdreis.”

Uitreiking Anton Wachterprijs 2018, 10 nov. Grote Kerk, Harlingen. Onder het ijs is verschenen bij uitgeverij Prometheus, 304 blz. € 19,99
    • Kester Freriks