Opinie

    • Marcel Canoy

Maak de onderhandelingen over medicijnprijzen openbaar

De gemaakte kosten voor medicijnen openbaar maken levert weinig op, schrijft . Leg in plaats daarvan de onderhandelingen over de prijzen bloot.
Foto iStock

Minister Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) wil dat de kosten voor het maken van medicijnen transparant worden. Op een recente bijeenkomst bij de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen zei hij: „We leven in een open wereld die steeds meer van glas wordt. We weten steeds meer van de uitkomsten van behandelingen en wat dit betekent voor het leven van patiënten. Zij willen inzicht hebben en meebeslissen. Dit kan niet zonder informatie en helderheid. De farmaceutische sector kan niet achterblijven in het bieden van transparantie.” Welke vorm van transparantie heeft de minister voor ogen? We moeten inzicht krijgen in de kostenopbouw van het ontwikkelen van geneesmiddelen, stelt hij.

Er is één probleem met deze redenering: deze vorm van transparantie is maar beperkt nuttig. Een vergelijking. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) doet aan vormen van prijsregulering in bijvoorbeeld de telecom- of de energiesector. De ACM moet weten welke kosten op welke manier kunnen worden toegerekend aan het onderdeel dat wordt gereguleerd, om een prijs vast te stellen. De infrastructuur – kabels, leidingen, etc. – ligt in deze sectoren doorgaans vast, er is al jaren kennisopbouw over de kosten en de markt is behoorlijk transparant. Niettemin schrijft de ACM vuistdikke rapporten om de prijsregulering te onderbouwen, en worden de besluiten van de ACM over de prijzen standaard door bedrijven aangevochten bij de rechter. Ondanks al die jaren aan ervaring worden die zaken soms zelfs verloren.

Als consumenten geen keuze hebben in de aanbieders omdat bedrijven een monopolie hebben, is er geen goed alternatief te bedenken voor op kosten gebaseerde prijsregulering. Waar het al lastig is om tot een heldere prijs te komen als er veel ‘vaste’ kosten zijn, is dat proces bij geneesmiddelen echter nog vele malen ingewikkelder. Er is geen vaste infrastructuur, de kosten worden over veel geneesmiddelen verspreid, negen van de tien geneesmiddelen mislukken en de kosten worden in verschillende landen gemaakt.

Druk op onderhandelingen

In bijzondere gevallen kan kostentransparantie werken. Zo werd enkele jaren geleden het middel Lemtrada veertig (!) keer zo duur nadat het door het bedrijf Genzyme werd ‘omgekat’ van middel ter behandeling van leukemie tot een middel ter behandeling van multiple sclerose. Het bedrijf beweerde dat er aan het opnieuw op de markt brengen voor een ander doel „reële” kosten waren verbonden, maar wilde dat niet onderbouwen. Een verplichting tot transparantie zet hier druk op de onderhandelingen over de prijs en kan in het voordeel van de betaler uitpakken.

Lees hier het stuk uit 2014: Het medicijn bleef hetzelfde, de prijs werd 40 keer hoger

Maar het is de vraag of we iets opschieten met een algeheel zichtbaar maken van de kosten. Het risico is groot dat het leidt tot opportunistisch gedrag van farmaceuten. Gebruikmakend van de ruime vrijheid die bestaat bij het toerekenen van kosten, kunnen ze de indruk wekken dat er enorme kosten verbonden zijn aan het ontwikkelen van een bepaald product. Dan dreigt transparantie alleen maar te leiden tot een quasilegitimering van hogere prijzen.

De aandacht zou naar een kansrijkere vorm van transparantie moeten gaan: die van de uitkomsten van prijsonderhandelingen. Het is mooi dat het ministerie kan melden, zoals het woensdag deed, dat in onderhandelingen met fabrikanten ruim 130 miljoen euro is bespaard het afgelopen jaar, maar we weten niet hoe of wat. De minister antwoordt steevast op vragen over dit onderwerp dat de farmaceutische industrie geheimhouding eist en dat hij anders helemaal niet aan tafel zit of dat ze zich anders terugtrekken.

Zegt de minister daarmee niet gewoon in nette woorden dat de sector hem chanteert?

Landen willen beste deal

Alle landen in Europa houden elkaar gevangen met dit argument. Het openbaar maken van onderhandelingsresultaten in Nederland kan leiden tot ongunstigere deals, is de angst. Net als dat 80 procent van de mensen denkt dat ze beter dan gemiddelde chauffeurs zijn, denken alle landen dat ze beter onderhandelen dan de buren. De professioneel georganiseerde farmaceutische sector is de lachende derde en speelt de landen zo behendig tegen elkaar uit.

Lees ook: Staatsonderhandelingen met farmaceuten leveren ruim 130 miljoen op

In de toekomst moeten we op Europees niveau onderhandelen. De tegenmacht tegenover de farmaceutische industrie is dan aanzienlijk groter dan bij onderhandelingen in individuele lidstaten. Maar daarvoor is transparantie wel nodig, en dus niet alleen in Nederland. De minister zegt wel te willen samenwerken, maar noemt het „een kwestie van de lange adem.” Maar waarom eigenlijk? Laat minister Bruins vol gas geven en een stevig robbertje vechten met zijn Europese collega’s.

Als bonus komen wetenschappers, toezichthouders, journalisten, patiënten en de Tweede Kamer precies te weten wat de uitkomsten zijn van de onderhandelingen. Blijkt de minister bereid meer te betalen dan we terugzien in gezondheidswinsten, dan kan de Kamer daar wat van vinden. Transparantie is een goed idee, maar dan graag wel de goede transparantie.

    • Marcel Canoy