Klassieke actrice uit de gouden toneeltijd

Elisabeth Andersen (1920-2018),

Niemand kreeg vaker de hoogste onderscheiding dan zij: drie maal de Theo d’Or. Tot lang na haar pensioen in 1984 bleef ze actief op het podium.

Elisabeth Andersen in 1970. Foto Nico van der Stam

„We maakten soms prachtig, héél prachtig toneel”, zei actrice Elisabeth Andersen in 1994 naar aanleiding van de Aktie Tomaat uit 1969 die het toneelbestel ingrijpend veranderde. Andersen behoorde tot de laatste grote, klassieke actrices uit de gouden tijd van de Haagse Comedie en de Nederlandse Comedie. Met haar dictie en allure was ze de ideale vertolkster van grote rollen in het wereldrepertoire, zoals Antigone, Hamlets moeder Gertrude, Klytaimnestra in Elektra en Maria Stuart in Schillers gelijknamige toneelstuk.

Op 3 oktober is Elisabeth Andersen op 98-jarige leeftijd overleden in haar woonplaats Haarlem. Ze werd op 1 januari 1920 geboren in Den Haag als Anna Elisabeth de Bruijn, later veranderde ze haar achternaam in Andersen. Tussen 1940 en 1943 volgde ze de Amsterdamse Toneelschool en in de oorlog, in 1942, debuteerde ze bij het Gemeentelijk Theaterbedrijf. Daarna was ze verbonden aan vooraanstaande gezelschappen als de Nederlandse Comedie, Haagse Comedie, Toneelgroep Theater uit Arnhem, het vooruitstrevende Globe uit Eindhoven in de jaren tachtig, Publiekstheater en het Haagse gezelschap De Appel. Tussen 1948 en 1954 was Andersen getrouwd met acteur en regisseur Jan Retèl.

In een interview uit 1999 met NRC deed ze eens een treffende uitspraak over haar lessen van de befaamde regisseur Cees Laseur van de Haagse Comedie: „Een toneelspeler mag nooit erwten zoeken of wolken tellen.” Andersen vervolgde dat een speler altijd „contact moet leggen met de zaal”. Andersen achtte spraakgebruik en vakmanschap het hoogste goed, een overtuiging die ze in elke rol uitdroeg.

Chic maar ook rauw

Ze won maar liefst drie keer de Theo d’Or, de hoogste bekroning, en bovendien tweemaal de Colombina. Ook werd ze in de jaren 1953, 1954 en 1969 benoemd tot ‘Actrice van het jaar’.

Hoewel Andersen zich al in haar vroegste jeugd tot het toneel aangetrokken voelde, heeft ze jarenlang grote gêne gevoeld om op het toneel haar gevoelens te uiten. Tijdens repetities excuseerde ze zich voor haar afstandelijke spel door iets te zeggen als „dat komt later bij de première wel”. Vaak was het alleen de regisseur die haar verstond. En bij de première bleven dan helaas de hevige emoties uit en benaderde ze haar rol toch weer cerebraal. Haar grote voorbeeld was de grande dame van het Haagse toneel, Ida Wasserman.

Maar eind jaren vijftig kwam er bij de Haagse Comedie een kentering in haar spel, dankzij het vertrouwen dat leermeester Laseur haar schonk. Hij leerde haar zowel „verfijning” - een van Andersens geliefde woorden om haar spel te karakteriseren – als grote emotionele expressie. Vanaf het begin van haar carrière vertolkte Andersen de belangrijke rollen van het toneelrepertoire van Shakespeare, Ibsen, Shaw, Strindberg en Tsjechov. Dat zij behalve chic ook rauw en intens kon spelen, bewees ze met haar rol van Jeanne in Vrijdag van Hugo Claus in 1969 bij de Nederlandse Comedie. Met zonnebril op en korte lakleren jas aan vertolkte ze een verleidelijke volksvrouw. Bij het gezelschap Globe van Gerardjan Rijnders trad een heel andere actrice op de voorgrond: allesbehalve cerebraal, maar heftig en geëmotioneerd. Bovendien had ze grote belangstelling voor moderne theatervormen.

Een van haar allermooiste rollen was die van de moeder in het vier uur durende familiedrama Hebriana van Lars Norén voor het Nationale Toneel in de regie van Ger Thijs, uit 1989. Zij opende het stuk met het woord: „Fantastisch”. Het was helemaal van de kleur van haar uitspraak afhankelijk hoe de voorstelling zich ontwikkelde: was de gezinsreünie werkelijk fantastisch, of werd het een nachtmerrie?

Officieel ging Andersen in 1984 met pensioen, maar ze bleef nog af en toe toneelspelen. Haar afscheidsvoorstelling in de Haarlemse Toneelschuur op 12 december van dat jaar was een aangrijpende, intieme vertolking van de monoloog Savannah Bay van Marguerite Duras. Het sierde Andersen dat zij met deze subtiele, kleine voorstelling afscheid nam van het grote toneel. Ze stond daar alleen, zonder medespelers. Het was indrukwekkend. Haar gloedvolle stem klonk als muziek.

    • Kester Freriks