Kim & Moon, #MeToo of de vrije pers: wie wint dit jaar de Nobelprijs voor de Vrede?

Negen vragen over de Nobelprijs voor de Vrede

Het Noorse Nobelcomité is uiterst discreet over wie genomineerd is voor de prestigieuze vredesprijs. Toch valt er wel geïnformeerd te speculeren wie dit jaar gelauwerd zou kunnen worden.

De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un en de Zuid-Koreaanse president Moon Jae-in zijn volgens de bookmakers de topfavorieten. Korea Summit Press Pool/AP

Deze vrijdagochtend om 11 uur wordt in Oslo voor de 99ste keer de winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede bekendgemaakt. Negen vragen over de Nobelprijs die de laureaat een medaille en een geldsom oplevert, maar die ook regelmatig garant staat voor mondiale controverse en kritiek.

  1. Hoe werkt de toekenning voor de Nobelprijs?

    Niet iedereen mag kandidaten voordragen bij het Noorse Nobelcomité. Dat recht is voorbehouden aan: staatshoofden, ministers en volksvertegenwoordigers wereldwijd; magistraten van het Internationaal Gerechtshof en Permanente Hof van Arbitrage in Den Haag; bepaalde academici in de alfa-wetenschappen; leiders van internationale instituten voor vrede en buitenlandse politiek; eerdere winnaars van de vredesprijs; en (ex-)leden en oud-adviseurs van het Noorse comité zelf.

    Uit welke groep kandidaten gekozen wordt, houdt het comité zelf strikt geheim. De kandidatenlijst en de beraadslaging hierover liggen de eerste vijftig jaar na toekenning in een Noorse kluis. Ook dit jaar lekten via de voordragers traditioneel weer de namen van tientallen genomineerden uit. Maar of ze echt kandidaat waren, dat weten we pas zeker in 2068.

  2. Wie is dit jaar de grote favoriet?

    Bij zoveel Noorse discretie valt daar alleen maar een wilde gooi naar te doen. Een soort van wisdom of the crowds bieden de internationale wedkantoren. Hier kan worden gegokt op de winnaar: hoe meer mensen inzetten op één kandidaat, hoe minder de bookmakers op deze keus uitkeren.

    Afgaande op deze koersen zijn dit jaar de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un en de Zuid-Koreaanse president Moon Jae-in de topfavorieten. Beide buurlanden zijn dit jaar in gesprek gegaan om de spanningen op het Koreaanse Schiereiland te verkleinen.

    Het lijkt onwaarschijnlijk dat het comité een dictator als Kim zal lauweren. In dat geval zou het de prijs ook alleen aan Moon kunnen geven. De Zuid-Koreaan trad ook actief op als postillon d’amour tussen Kim en de Amerikaanse president Donald Trump in de opmaat naar hun opzienbarende top, afgelopen mei in Singapore.

    Ook Trump zelf staat wegens zijn rol in de Koreaanse détente hoog bij de bookies, meestal op de tweede of derde plaats. Of hij ook echt genomineerd is, blijft onzeker. The New York Times meldde eind februari dat twee jaar op rij een nominatie van Trump is afgewezen, omdat er mee gerommeld bleek. In mei is Trump voorgedragen door Republikeinse Congresleden – te laat om dit jaar nog mee te dingen. Aanvragen moeten voor 1 februari binnen zijn.

  3. Welke kanshebbers zijn er nog meer?

    Bij het Noorse Nobelcomité zijn dit jaar in totaal 331 kandidaten voorgedragen: 216 individuen en 115 organisaties. Alleen in 2016 waren er meer genomineerden. De keus is dus ruim. Ze varieert van de Syrische puinruimende Witte Helmen en de voortvluchtige Catalaanse ex-president Carles Puigdemont tot paus Franciscus en de Saoedische blogger Raif Badawi.

    Veel genoemde organisaties zijn: VN-vluchtelingentak UNHCR; de Amerikaanse burgerrechtenbeweging ACLU; het Internationale Comité tegen Martelen; het VN-commissariaat voor de Mensenrechten en zijn nieuwe chef Michelle Bachelet.

    Henrik Urdal, directeur van het doorgaans goed ingevoerde Noorse Instituut voor Vredesstudies, kwam dit jaar tot deze short-list:

    Het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de Verenigde Naties: De wereld kent momenteel meerdere hongersnoden, waarvan die in het door oorlog verscheurde Jemen het meest in het oog springt.

    De vrouwenzaak: Dankzij de #MeToo-beweging staan seksueel geweld en vrouwenrechten wereldwijd op de agenda. Het comité zou een laureaat kunnen kiezen die zich sterk maakt voor de vrouwenzaak, zoals Denis Mukwege, die al jaren hoog op de favorietenlijstjes staat. De Congolese gynaecoloog herstelt de vagina’s van vrouwen die slachtoffer werden van verkrachting door militairen of rebellen. Dit jaar is bovendien de tiende verjaardag van de VN-resolutie 1820 die seksueel geweld expliciet als oorlogsmisdaad aanmerkt .

    Lees ook dit interview met Mukwege (uit 2015)

    Nadia Murad (een Iraakse yezidi-vrouw die verkracht werd onder IS en nu activiste is) wordt ook regelmatig genoemd. Evenals haar landgenote, de Iraakse vrouwenrechtenactiviste Yanar Mohammed. En Tarana Burke, een zwarte Amerikaanse activiste en een gangmaker achter #MeToo.

    Lees ook dit interview met Murad (uit 2017)

    Bootvluchtelingen: De migranten die de Middellandse Zee oversteken zijn in aantal sterk gedaald, maar het deel van hen dat de overtocht niet overleeft, steeg dit jaar juist. Als enige overgebleven ngo’s varen SOS Méditerranée en Artsen zonder Grenzen (MSF) nog met hun Aquarius voor de kust van Libië om migranten tijdig op te vangen. Ook de International Rescue Committee (IRC), die migranten in Libië zelf bijstaat, zou kunnen winnen.

    De vrije pers: Wereldwijd wagen journalisten hun leven om verslag te doen van oorlog, geweld en repressie. De persvrijheid staat in meerdere, al dan niet autocratische bestuurde landen onder druk. Media moeten zich verweren tegen verwijten dat ze nepnieuws verspreiden. Om de vrije pers te steunen, zou het Noorse comité bijvoorbeeld de organisatie Reporters sans Frontières (RSF) kunnen lauweren. Of een afzonderlijke journalist, zoals de naar Duitsland gevluchte Turkse hoofdredacteur Can Dündar van de krant Cumhuriyet. Of bijvoorbeeld zijn Russische collega Elena Milasjina van Novaja Gazeta.

    Oby Ezekwesili en de Extractive Industries Transparency Initiative (EITI): De Nigeriaanse oud-minister Ezekwesili strijdt met het EITI tegen corruptie door inzichtelijker te maken welke belangen er spelen bij de winning van grondstoffen en mineralen. Corruptie en bodemschatten spelen een belangrijke rol in meerdere conflicten. Bovendien hebben de VS zich onder Trump teruggetrokken uit het EITI. Het kan de extra steun dus goed gebruiken en de Noren gingen bij hun keuze wel vaker in tegen de zittende Amerikaanse regering.

  4. Dankzij de #MeToo-beweging staan seksueel geweld en vrouwenrechten wereldwijd op de agenda. Foto Christophe Petit Tesson/EPA

  5. Is het Nobelcomité anti-Amerikaans?

    Die kritiek klinkt wel eens in Washington, voornamelijk in conservatieve kringen. Het Noorse comité ging deze eeuw meer en minder expliciet in tegen vooral Republikeinse bewoners van het Witte Huis. Geen goed nieuws voor de gokkers die dit jaar geld op president Trump hebben gezet.

    Zo liet het comité zich, volgens critici, kennen toen het in 2009 de vredesprijs aan de Amerikaanse president Barack Obama gaf. Die zat nog geen jaar in het Witte Huis, maar was volgens de Noren wel aangetreden met goede bedoelingen. Het Nobelcomité zei waardering te hebben voor hervatting van de kernwapendialoog met Rusland. Toch werd de prijs vooral gezien als teken van opluchting over het einde van het neo-conservatieve tijdperk-Bush jr.

    Lees ook dit artikel over de Nobelprijs voor Obama

    Ook in 2002 zwaaide het Nobelcomité met een opgeheven vingertje naar Washington. Een jaar na de aanslagen van 11 september, terwijl president Bush de inval in Irak voorkookte, ging de prijs naar vredesbemiddelaar (en Democraat) Jimmy Carter. De voorzitter van het Nobelcomité liet zich ontvallen dat de toekenning aan de Democratische ex-president moest worden geïnterpreteerd „als kritiek op de richting van de huidige Amerikaanse regering”. Tegen het eind van Bush’ termijn kreeg vervolgens ook nog klimaatactivist en oud-vicepresident (en Democraat) Al Gore de vredesprijs (in 2007).

    Overigens kreeg ruim een eeuw geleden, in 1906, de Republikein Theodore Roosevelt de vredesprijs. Volgens critici destijds een behoorlijk oorlogszuchtig Amerikaans president, onder meer vanwege zijn inmenging in Latijns-Amerika. In het Nobelcomité zat toen de Noorse buitenlandminister. Historici vermoeden dat de regering in Oslo uit was op een warme relatie met Roosevelt.

  6. Is de vredesprijs verworden tot een aanmoedigingsprijs?

    In zijn testament bepaalde Alfred Nobel dat de vredesprijs moest gaan naar „de persoon die het meeste of beste heeft bijgedragen aan het bevorderen van de kameraadschap tussen landen, de uitbanning of terugdringen van staande legers en het organiseren van vredesconferenties”.

    Toen Obama in 2009 de Nobelprijs won, was de kritiek dat het comité van die richtlijn afweek. Dat de vredesprijs was verworden tot aanmoedigingsprijs. Soortgelijke kritiek klonk ook twee jaar geleden, toen de Colombiaanse president Juan Manuel Santos won. De Colombiaanse bevolking had een paar maanden eerder een vredesverdrag met de guerrillabeweging FARC per referendum verworpen. Er was dus geen vrede om te lauweren; de Nobelprijs werd vooral gezien als aanmoediging om het vredesverdrag alsnog te redden. Daar slaagde Santos als laureaat wonderwel in.

    Zo zijn er momenteel meer conflicten die nog niet helemaal bijgelegd zijn, maar waarin wel sprake is van historische toenadering tussen voormalige vijanden. Naast de Korea’s valt te denken aan de vrede die is uitgebroken tussen Ethiopië en Eritrea. Of de oplossing die in de maak is voor het decennia-oude conflict tussen Griekenland en Macedonië over de naam van dat laatste land. Beide ontwikkelingen zou het comité met een aanmoedigingsprijs kunnen ondersteunen.

  7. Welke omstreden winnaars waren er in het verleden?

    Bij meerdere laureaten is vroeger of later de vraag gerezen of ze de prijs wel verdienden. Zo bleek de Guatemalteekse inheemse activiste Rigoberta Menchú (winnaar in 1992) een groot deel van haar levensverhaal bij elkaar verzonnen te hebben. En recentelijk klinkt er kritiek op Aung San Suu Kyi (winnaar in 1991) omdat ze nu als burgerlijk leider te weinig doet tegen de etnische zuiveringen van de Rohingya-minderheid in haar Myanmar. In 2013 maakte NRC al eens dit lijstje van winnaars met bloed aan hun handen:

    F.W. De Klerk: De Zuid-Afrikaanse president Frederik Willem de Klerk ontving de prijs in 1993 samen met zijn latere opvolger Nelson Mandela voor de „vreedzame beëindiging van de apartheid”. De wreedheid onder De Klerk was voor velen reden voor kritiek op de uitreiking. Mandela was niet onomstreden door zijn verleden bij het ANC.

    Yasser Arafat: De Palestijnse leider Yasser Arafat werd samen met de Israëlische politici Yitzhak Rabin en Shimon Peres in 1994 beloond voor hun inzet voor vrede in het Midden-Oosten, door het ondertekenen van de Oslo-akkoorden. Een lid van het Nobelcomité stapte op, om Arafats vermeende betrokkenheid bij aanslagen op burgers. Hij wordt door critici de ‘slechtste man die ooit de Vredesprijs won’ genoemd.

    Henry Kissinger: Oud-minister van Buitenlandse Zaken van de VS Henry Kissinger kreeg de prijs in 1973 samen met de leider van Noord-Vietnam Le Duc Tho voor hun inzet voor de vrede in Vietnam. Le Duc Tho nam de prijs niet aan, Kissinger wel. In Vietnam brak twee jaar later weer oorlog uit. De prijs voor Kissinger, vluchteling uit nazi-Duitsland, is ook omstreden door zijn rol bij de bombardementen van de VS in Cambodja. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken ontving de prijs, samen met de Noord-Vietnamese onderhandelaar Le Duc Tho, voor het bereiken van een staakt-het-vuren in Vietnam. Twee leden van het Nobelcomité legden uit woede hun functie neer.

    Menachem Begin: Menachem Begin kreeg als premier van Israël de prijs in 1978 samen met de Egyptische president Anwar al-Sadat voor de Camp David-akkoorden. Met dit verdrag erkende Egypte buurland Israël en kreeg het in ruil het schiereiland Sinaï terug. Begin was in de jaren voor de stichting van Israël het brein achter terroristische aanslagen. Ook Sadat is omstreden wegens zijn rol in de Jom Kippoeroorlog.

  8. Wie won de prijs nooit, maar had hem wel verdiend?

    Mahatma Gandhi werd bij leven meermaals genomineerd. Ook in 1948, het jaar waarin de vreedzame voorvechter van India’s onafhankelijkheid werd vermoord. Er werd nog overwogen om de prijs postuum toe te kennen, wat nog nooit eerder gedaan was. Uiteindelijk werd dit toch niet gedaan, maar werd besloten dat jaar geen Nobelprijs toe te kennen „omdat er geen geschikte, nog levende kandidaat is”. Dat Gandhi nooit gelauwerd werd, is de grootste omissie van het Nobelcomité, zei secretaris Geir Lundestad in 2006. Hij voegde eraan toe: Gandhi kon wel zonder een Nobelprijs, het is de vraag of de Nobelprijs zonder Gandhi kan.

  9. Is er wel eens een Nederlander gelauwerd?

    Een keer. De jurist Tobias Asser kreeg de prijs in 1911 (samen met de Oostenrijkse pacifist Alfred Fried) vanwege zijn rol bij het opzetten van het Permanent Hof van Arbitrage in Den Haag.

  10. Wie won er vorig jaar ook alweer?

    Elke eerste vrijdag van oktober is de toekenning van de vredesprijs wereldnieuws. Tegelijkertijd is de eeuwigheidswaarde ervan relatief beperkt. Weet u bijvoorbeeld nog wie er vorig jaar won? (Het was de ICAN, de International Campaign to Abolish Nuclear Weapons, een organisatie die sinds 2007 ijvert voor een wereld zonder atoomwapens.)

    • Merijn de Waal