Iedereen een identiteits-app. Of twee

Digitale legitimatie De overheid meent dat burgers een ‘digitale identiteit’ nodig hebben. Instanties touwtrekken over hoe die eruit moet zien.

De identificatie-app IRMA. Beeld Privacy by Design Foundation

Een identiteitsbewijs ín de smartphone. Vanaf deze week mogen Nederlanders hun persoonsgegevens van het basisregister ‘downloaden’ naar de app IRMA. Daarmee kunnen ze bewijzen wie ze zijn. Nu nog alleen in het contact met gemeente Nijmegen, dat met de proef is begonnen, maar het is ook bedoeld voor bijvoorbeeld de leeftijdscontrole in slijterijen of om bij webwinkels in te loggen.

Een digitale identiteit om te ontsnappen aan het woud van online invulformulieren en wachtwoorden. Een online paspoort om te bewijzen wie we zijn. Gemeenten, Kamerleden, het ministerie van Binnenlandse Zaken en semi-publieke organisaties willen dit allemaal, maar hebben er verschillende ideeën bij.

Staatssecretaris Raymond Knops gaf in juni opdracht om komende jaren verschillende toepassingen te testen. Kamerleden Jan Middendorp (VVD) en Kees Verhoeven (D66) riepen in juli op om burgers één digitale identiteit te geven voor al het online contact met de overheid.

Ook de markt wil het. Belangenvereniging Thuiswinkel.org vroeg de Tweede Kamer bijvoorbeeld met klem om een digitaal paspoort te ontwikkelen. Kopers en verkopers op Marktplaats sturen elkaar vaak een kopie van hun paspoort, maar dat werkt identiteitsfraude in de hand.

Sommige plannen zijn al aardig concreet. Eindhoven en Utrecht bereiden zich voor op een proef om inwoners zich met een app te laten identificeren. De applicatie is ontwikkeld door de TU Delft en Binnenlandse Zaken. Na gezichtsherkenning van de gebruiker via de smartphone-camera verschijnt er een QR-code in beeld. Die kan een hotelreceptionist scannen, en zo hoeft hij geen papieren paspoort te zien. Wie de app wil, kan zijn gezicht binnenkort laten ‘inlezen’ aan de gemeentebalie.

Wegverkeersdienst RDW onderzoekt hoe het rijbewijs veilig over te hevelen is naar de smartphone. In Utrecht werken ambtenaren aan een andere vorm van digitale identiteit: een ‘daklozenpas’. Deze witrode pasjes met een QR-code zijn dan af te halen aan het stadskantoor. Het zou daklozen ‘credits’ voor maaltijden of overnachtingen kunnen geven, maar ook toegang tot een online adres waar de gemeente ze kan bereiken.

Niet goed genoeg

„DigiD volstaat niet langer”, schreef de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) eerder dit jaar aan de Tweede Kamer. Ook opkomende concurrenten, zoals eHerkenning voor ondernemers en het door banken ontwikkelde IDIN, vindt de VNG niet goed genoeg, omdat deze alleen bedoeld zijn voor „authenticatie op websites”. „Je kunt er geen hypotheek mee afsluiten, geen rijbewijs mee verlengen, geen toeslagen of uitkering mee aanvragen of bankzaken mee afhandelen”, aldus de VNG.

De afkeer van DigiD komt ook ergens anders vandaan. DigiD kost namelijk geld. Als een burger ermee inlogt, kost dat de gemeente daar bovenop nog ongeveer 14 cent per keer. Concurrent IDIN houdt zijn prijzen geheim, maar is volgens kenners zelfs wat duurder.

Het maakt IRMA een aantrekkelijk alternatief. Deze door de Radboud Universiteit Nijmegen ontwikkelde app is open source en daarmee gratis. Bovendien is het privacyvriendelijk: het laat alleen de persoonsgegevens zien die nodig zijn. Als bijvoorbeeld in een slijterij de QR-code op de app wordt gescand, worden alleen de pasfoto en de geboortedatum zichtbaar.

Er werd zo’n tien jaar aan IRMA gesleuteld. De ontwikkelaars, onder wie de hoogleraar computerveiligheid Bart Jacobs, hopen dat overheden, webshops, supermarkten, casino's, slijterijen en anderen zich aansluiten. Onder meer Haarlem, Delft en Amsterdam zijn geïnteresseerd.

Een wildgroei aan online identiteiten dreigt, zeker nu nieuwe regels Europese landen sinds afgelopen weekend verplichten om digitale identiteitstoepassingen uit andere landen ook toe te laten. „We weten nog niet wat de standaard wordt”, zei secretaris-generaal Maarten Schurink van Binnenlandse Zaken vrijdag op een evenement in Zwolle waar werd gebrainstormd over dit thema. „We zullen moeten experimenteren.”

Zijn ministerie gaat ervan uit dat er meerdere middelen overblijven. Alleen: uit een onderzoek dat het ministerie afgelopen najaar liet uitvoeren, bleek dat mensen helemaal niet zitten te wachten op methoden naast elkaar. „Ga alsjeblieft naar één systeem”, zei een van de respondenten.

„DigiD is al een te ingewikkeld systeem voor veel mensen”, zegt Marleen Stikker van Waag. Dat onderzoeksinstituut werkt samen met de VNG en het ministerie van BZK om deze ontwikkeling in goede banen te leiden.

    • Liza van Lonkhuyzen