Opinie

    • Maarten Schinkel

De zombiebedrijven zijn onder ons

De zombie is ook doorgedrongen in de macro-economie.

Stevent het bedrijfsleven af op een Night of the Living Dead? Deze cult-klassieker uit 1968 wordt beschouwd als de eerste film waarin de moderne zombie optreedt: een ondode engerd met een voorliefde voor mensenvlees. Sindsdien zijn er talloze zombiefilms geweest. Nu is het fenomeen van de levende dode ook doorgedrongen in de macro-economie.

De Bank voor Internationale Betalingen (BIS) besteedt in haar nieuwste kwartaaloverzicht aandacht aan wat de instelling ‘zombiefirma’s’ noemt. Dat zijn bedrijven die niet failliet zijn, maar ook niet levensvatbaar. Om jongste starters uit de definitie te weren, omschrijft de BIS een zombiefirma als een bedrijf dat meer dan tien jaar bestaat en waarvan de brutowinst (EBITDA) de laatste drie jaar onvoldoende was om de jaarlijkse rente op de schulden te betalen.

Volgens deze brede definitie was eind jaren tachtig 1 procent van alle bedrijven in westerse landen een zombie. Dat percentage is intussen fors gestegen: van tussen de 3 en 6 procent in de loop van de jaren negentig tot ruim 7 procent aan de vooravond van de Lehmancrisis. Nu gaat het volgens de BIS al richting de 12 procent. Ook alarmerend: de kans dat zo’n bedrijf niet ontsnapt aan zijn schuldenlast, en dus zombie blijft, is in diezelfde periode toegenomen van zo’n 55 procent tot boven de 80 procent.

De BIS hanteert daarnaast ook een nauwe zombiedefinitie. Dat zijn de zombiebedrijven van hierboven, waarvan de beurswaarde lager is dan wat het zou kosten om ze helemaal opnieuw op te bouwen. De Q, zoals econoom James Tobin dat noemde, is te laag. Ook bij deze nauwe zombiedefinitie gaat het nog steeds over 5 procent van alle bedrijven, en is de kans dat ze niet meer ontsnappen aan hun lot zo’n 70 procent.

De BIS heeft een verklaring voor het grote aantal living dead: het monetaire beleid dat de rentes jarenlang ultralaag heeft gehouden en dat sinds de Lehmancrisis nóg lager ging. Zo konden bedrijven veel te hoge schulden aangaan (of er door een overnemer mee worden opgezadeld) en het daarna nog lang uitzingen. De bank die de leningen verstrekte, schrijft vaak liever nog niet af.

Zombies zijn een probleem. Ze bezetten plekken in de bedrijvigheid die beter concurrerende of jonge bedrijven hadden kunnen innemen. Dat verklaart volgens de BIS mede waarom de productiviteitsgroei in volwassen economieën zo tegenvalt.

De OESO, de club van rijke industrielanden, kwam vorig jaar al tot een soortgelijke conclusie. Hoeveel zombies er in Nederland zijn, is niet apart uitgerekend. Maar laag zal het aantal bedrijven in het schimmenrijk ook hier niet zijn. Er is volgens de OESO namelijk een samenhang tussen hoe lastig, en kostbaar, het is om failliet te gaan en het aantal bedrijven dat blijft hangen in het voorgeborchte van het bankroet. En Nederland scoort hier niet erg goed.

Maandag berichtte het Internationaal Monetair Fonds (IMF) dat een opvolger is gevonden voor chef-econoom Maurice Obstfeld. Het wordt de Amerikaans-Indiase Gita Gopinath. Bekend is dat zij het beleid van lage rentes dat in het Westen is gevoerd, kritisch beziet omdat dit volgens haar kan leiden tot een verkeerde verdeling van productieve middelen in de economie en een lage productiviteitsgroei.

Zo hangt de afrekening met het monetaire beleid uit de crisis al een beetje in de lucht. Niet alleen de verre opkomende markten krijgen last van hun hoge schulden nu de rente in het Westen, te beginnen in de VS, stijgt. Ook de zombies in eigen huis roeren zich. Binnenkort in een theater bij u in de buurt.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.
    • Maarten Schinkel