Recensie

De pitbull van de journalistiek

Journalistiek

Tijdens zijn lange carrière had de Amerikaanse onderzoeksjournalist Seymou Hersh vele scoops. In zij memoires laat hij zien hoe hij te werk ging.

Het is begin november 1969 als Seymour Hersh op de legerbasis Fort Benning in Georgia speurt naar officier William L. Calley. De onderzoeksjournalist is erachter gekomen dat Calley wordt vervolgd voor het aanrichten van een bloedbad in het Vietnamese My Lai. Bijna 24 uur achtereen jaagt Hersh op de basis en in het nabijgelegen Columbus op de man achter het schandaal dat door het leger verborgen wordt gehouden. De zoektocht naar Calley is tekenend voor de werkwijze van de befaamde Amerikaanse onderzoeksjournalist. Hij maakt gebruik van zijn omvangrijke netwerk en talrijke trucs om zijn verhaal rond te krijgen.

Over My Lai kreeg Hersh een tip van een tegenstander van de Vietnamoorlog. Er zou een officier worden vervolgd voor het vermoorden van vijfenzeventig Vietnamese burgers. Nadat een kolonel eruit had geflapt dat ‘die Calley’ een idioot is, zocht Hersh Calleys advocaat op en kreeg de aanklacht in handen. Ten slotte vond hij Calley ’s nachts in het stadje Columbus. Met een interview en de belangrijkste documenten in handen onthulde hij het bloedbad van My Lai, de eerste van vele scoops.

Reporter is geen autobiografie. In zijn memoires schildert hij zichzelf als een onverzettelijke, verbeten, solistische en eergevoelige man, maar na lezing van het boek blijft de vraag hoe Hersh zo geworden is.

Wel doet Hersh uitgebreid verslag van het de conflicten met The New York Times , The New Yorker en vele andere werkgevers. Bij de The New York Times maakte hij ruzie omdat hij meer ruimte en tijd voor zijn stukken wilde en wond hij zich op over strenge eindredacteuren die zijn verhalen afzwakken omdat hij te vaak gebruik maakt van anonieme bronnen.

Chemische wapens

In de jaren zeventig heeft hij zijn handen vol aan president Nixon, Watergate en de vele leugens van minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger. De jaren tachtig staan in het teken van de CIA die zijn boekje steeds te buiten gaat. De twee Irak-oorlogen, Dick Cheney, de regering van George W. Bush, Bin Laden en Syrië zijn andere belangrijke onderwerpen. In 2004 onthult Hersh de misstanden in de gevangenis Abu Ghraib in Irak.

Om het conflict in het Midden-Oosten te begrijpen en het Amerikaanse ingrijpen in deze regio kritisch te volgen, zit Hersh regelmatig aan tafel met Hezbollah-leider Nasrallah en de Syrische president Bashar al-Assad. Tot twee keer toe zet Hersh vraagtekens bij de berichten dat Assad zenuwgasaanvallen op zijn eigen bevolking uitvoert, omdat rebellen volgens hem ook over chemische wapens beschikken. Het leverde Hersh veel kritiek op, maar in het boek blijft hij bij zijn beweringen. Hij is ervan overtuigd dat de geschiedenis hem, zoals eerder, gelijk zal geven.

Herhaaldelijk beklaagt hij zich erover dat collega’s zijn scoops niet vermeldden of overnamen, en hij noteert trots waar en wanneer zijn werk werd geprezen. Hersh wil met zijn stukken het beleid veranderen, politici rekenschap laten afleggen en de geschiedenis beïnvloeden.

In zijn memoires tekent Hersh de achtergrond van veel verhalen. Door het overlijden van sommige anonieme bronnen kan hij nu over hen schijven, al moet hij soms ook nog het nodige achterhouden om bronnen te beschermen.

Met zijn memoires wil Hersh ook jonge journalisten laten zien hoe hij te werk ging. Over ik-journalistiek zegt hij: ‘Als je een verhaal wilt vertellen, get out of the way en vertel het.’

De memoires van Hersh roepen de vraag op wie in de voetsporen zal treden van deze inmiddels 81-jarige veteraan. Want als er een ding duidelijk wordt in dit boek is dat dit werk broodnodig is.

    • Alex van der Hulst