De mus hóúdt van Amsterdam

Huismussen Vroeger zag je ze overal in Amsterdam: mussen. Leve het terras met appelgebak! Maar de aantallen namen dramatisch af. Dankzij maatregelen lijkt het tij te keren.

Het voeren van de mussen in het Vondelpark, 1927. De man op de foto is onbekend. Collectie Ruud Vlek / Stadsarchief Amsterdam

Zwermen mussen in het Vondelpark, op de terrassen van de stad, zelfs onder de overkapping van het Centraal Station en luid tjielpend in de dakgoten van de Jordaan: dat was het beeld dat mensen tot in de jaren negentig van de vorige eeuw hadden van de stadse huismus, een van onze bekendste zangvogels. Stadsecoloog Martin Melchers herinnert zich mussen die „baden in het zand van de zandbak uit zijn kindertijd”. Vogelkenner Frank van Groen van Vogelwerkgroep Amsterdam heeft een vergelijkbaar beeld op zijn netvlies: „Ik herinner me in de stad bolwerken van 100 tot 200 mussenparen. Maar plotseling, rond het jaar 2000, zijn de aantallen gekelderd. In het Vondelpark: geen mus meer, evenmin in het Oosterpark.”

Vogelhistoricus Ruud Vlek verzamelt oude foto’s van de Amsterdamse fauna. Op basis daarvan komt hij tot duizenden broedende mussenparen in de stad – toen nog wel. Vlek schetst de ideale biotoop voor de mus: „Een terras met appelgebak.”

Bezorgde bewoners over de terugval van de mussenpopulatie stelden aan Melchers de vraag: „Waar zijn onze huismussen gebleven?” In het voorjaar van 2005 en 2006, de broedtijd, trok Melchers erop uit om mussen te tellen. Tot zijn grote schrik ontdekte hij slechts één mus in de Jordaan en verder een zo goed als musloze stad. Hij heeft zijn bevindingen neergelegd in het rapport Huismussen tellen in Groot-Amsterdam (2006), waarin hij ook de redenen van afname beschrijft: predatie door huiskatten en roofvogels, verstening van tuinen, gebrek aan rommeligheid en de rampzalige bouwplicht om met zogenaamd ‘vogelschroot’ dakpannen af te gazen. Hierdoor kunnen mussen niet broeden waar ze dat het liefste doen: bij de mensen thuis. De mus is een cultuurvolger. Melchers noemt nog een fraaie reden: niemand klopt meer een tafelkleed uit vol broodkruimels. En volgens Frank van Groen „is de trend om plantsoenen aan te leggen met exotische Intratuin-planten niet gunstig voor de mussenstand. Er zijn nauwelijks zaadjes of insecten voor de jongen te vinden en ook de dekking laat te wensen over.”

Bijzonder fraai uitgevoerd in het recent verschenen boek Mussenlust: de eerste schetsen van Peter Vos op doorschijnend papier en, op de onderliggende bladzijde, exact op dezelfde plek en samenvallend met de contouren, het ingekleurde eindresultaat van de mussentekening. Zie recensie onderaan. Tekeningen Peter Vos

Het goede nieuws: de afname ís gestabiliseerd, zegt Van Groen, en in bepaalde wijken is zelfs een lichte stijging waar te nemen. Een nieuwe inventarisatie door de gemeente, Vergelijkend onderzoek Huismus (2014-2016), laat zien dat het aantal broedparen sinds 2006 is gestegen met ruim 3.000. Dat verschilt uiteraard per stadsdeel; zo is Zuidoost nog steeds arm aan mussen, maar in het centrum – met name langs de burgwallen –, in Artis, Noord en in de 19de-eeuwse Concertgebouwbuurt nemen de mussen weer toe.

Hoe verheugend ook, volgens Van Groen is het nog niet echt de tijd om te juichen: „Ten opzichte van voor 2000 is het nog altijd een terugval van maar liefst 90 procent. De populatie stabiliseert zich wel, maar op een zeer laag niveau.” In natuurgebieden komt de huismus zo goed als niet voor. De soort heeft bebouwing nodig; dorpen, maar liever nog de stad.

De stadsecologen ijverden ervoor bij nieuwbouw de aannemers ertoe te verplichten neststenen in de muren te bevestigen – dit is inmiddels standaard beleid in Amsterdam. Deze afgesloten nestholtes bieden de vogels voldoende veiligheid. Vooral op IJburg zijn deze nesten met succes door woningzoekende mussenparen betrokken. De lichte toename, ook landelijk, is daarnaast mede te danken aan de bewustwording van de stadsbewoners. Mensen bekommeren zich om groen in de stad, en plaatsen bijvoorbeeld nestkasten. Stelde Melchers in 2006 nog: „we hebben hele wijken voor de huismus ongeschikt gemaakt”, gelukkig lijkt het tij te keren nu stadsecologen, leden van de Vogelwerkgroep én individuele burgers het initiatief nemen de terugkeer van de huismus te bevorderen.

Foto Istock

    • Kester Freriks