Recensie

Biffy Clyro lift cynisch mee op de merknaam ‘MTV Unplugged’

Recensie De Schotse rockband Biffy Clyro hing de elektrische gitaren aan de wilgen. Het leverde een slap concert op.

Biffy Clyro is geen ruige rockband meer. Foto Caleb Coppola

MTV Unplugged klinkt als een weldadige echo uit de onschuldige jaren negentig, toen Eric Clapton nog met Layla ging en Nirvana de elektrische gitaren voor één legendarische avond in New York aan de wilgen hing. Nirvana was de grote inspirator voor de Schotse rockband Biffy Clyro om zo’n rustig avondje zonder luide gitaren ook eens te proberen. Dat pakken de Schotten meteen groots aan. Het podium werd veranderd in een bostafereel met echte takken en een kale bom die boven het drumstel uit torende. Vreemd genoeg zaten de bandleden op bureaustoelen, misschien om na afloop van een uitverkochte avond Paradiso meteen de administratie te doen.

Wat Biffy Clyro presenteerde als MTV Unplugged was een tamelijk cynische aangelegenheid, waarbij de gezamenlijke merknamen tot een gouden concept werden gesmeed. Verwacht geen camera’s bij het evenement in Paradiso, want de echte tv-uitzending werd al in mei in Glasgow opgenomen en de Amsterdamse show is onderdeel van een tour van 37 concerten. Veel Schotten hadden hun weg naar het onofficieel door Airbnb en de Heineken Experience ondersteunde evenement gevonden. Vanaf het eerste moment werd er stevig meegezongen. Alleen het kampvuur in deze bosrijke omgeving ontbrak.

Was Biffy Clyro vroeger geen ruige rockband? Nu niet meer. Het sentiment bij fijne meezingers als ‘As Dust Dances’ en ‘Folding Stars‘ werd met cello en xylofoon ondersteund. Wat schromelijk ontbrak was de ware geest van Nirvana Unplugged in New York, waar Kurt Cobain een breekbaar ‘The Man Who Sold the World’ van David Bowie zong. Biffy Clyro speelde alleen oude nummers en songs uit het binnenkort te verschijnen filmproject Balance, Not Symmetry met de Welshe regisseur Jamie Adams. Bij ‘Many of Horrors’ aan het eind klonk een Sting-waardig ohoho-koor. Wat een slappe hap.

    • Jan Vollaard