Bedrijven zoeken ze wel, maar vinden migranten niet

Nieuwkomers Consultant Golchin zag hoogopgeleide migranten thuis zitten zonder werk en bedrijven tevergeefs zoeken naar personeel. Hij werd de schakel. Zijn teller staat op ruim honderd migranten met baan.

Farzad Golchin: „Bedrijven moeten de mensen écht nodig hebben, anders is het voor de nieuwkomers ook niet leukFoto Sofia Nahringbauer

Russen vind je op koop- en verkoopsites. Iraniërs bereik je via de radio. Syriërs kom je tegen in Facebookgroepjes, weet de Zweedse Farzad Golchin. Bedrijven zoeken wel naar deze groepen, maar kunnen ze niet vinden. Tegelijkertijd zitten nieuwe migranten als chirurg, IT-consultant of automonteur vaak werkloos thuis, soms met een doctoraat in hun achterzak. Er is ook niemand die hén kan vertellen waar ze nodig zijn.

Golchin is de schakel tussen beiden. Hij is directeur van Novare Potential, een Zweedse consultant die bedrijven en migranten – „nieuwkomers”, noemt hij ze – samenbrengt. In een chic kantoorpand in Stockholm vertelt de 37-jarige Golchin over zijn werk, de prominente familie Wallenberg, zijn vader, modeketen H&M, en het Zweedse migratiebeleid.

Maar eerst over die belangrijke dag waarop hij woedend in de auto zat. Het was in de tijd dat hij net was begonnen met Novare Potential, 2016. Hij zocht een Arabisch sprekende recruiter. „Een Syrische man reageerde heel snel op de advertentie”, zegt Golchin. „Hij was arts. Ik vroeg hem, een beetje naïef misschien, of het niet beter voor hem was ook in Zweden als arts aan de slag te gaan. De man zei: ‘Ik woon al tweeënhalf jaar in Zweden, mijn vrouw is zwanger, ik heb nú werk nodig.’”

Hij was zo verbaasd, zegt Golchin, die toen nog in de veronderstelling was dat hoogopgeleide nieuwkomers wél makkelijk zouden kunnen doorstromen op de Zweedse arbeidsmarkt. Maar de man bleek nog dertig andere artsen te kennen die werkloos thuis zaten, alleen al in de stad Eskilstuna – een uur rijden van Stockholm.

Golchin ging er langs en trof een groep gefrustreerde mensen, vertelt hij. De artsen kwamen van over de hele wereld – uit Syrië, Iran, Nicaragua, Colombia. Sommigen vluchtten voor oorlog, anderen kwamen voor een geliefde naar Zweden. „Ze waren bang hun expertise te zijn kwijtgeraakt. Een van hen had nota bene tien jaar als chirurg gewerkt.”

De Zweedse arbeidsdienst meldt dat hier niet één verklaring voor is. De nieuwkomers hebben vaak geen professioneel netwerk, maar voldoen bijvoorbeeld ook niet aan de onderwijseisen die veel Zweedse bedrijven stellen. Op de weg terug naar huis was Golchin boos. Vanaf dat moment wist hij zeker dat er in Zweden behoefte was aan zijn bedrijf, vertelt hij.

Geen gelikte consultant

Van de 140.903 ‘nieuwe migranten’ die vorig jaar geregistreerd stonden bij het Zweedse arbeidsbureau, vonden er 31.202 werk en begonnen 10.870 een studie. Het overgrote deel van de mensen met een verblijfsvergunning zit dus werkloos thuis.

In zijn beige pak is Golchin niet zo’n gelikte consultant. Hij komt eerder verlegen over. Vóór Novare Potential was hij manager bij een Zweeds telecombedrijf, waar hij campagnes bedacht die Zweedse migrantengroepen moesten bereiken. Golchins vader is wiskundeleraar en werkte al eerder met nieuwkomers. „Hij vertelde mij altijd dat die groep leerlingen het hardst werkte. Ik was op mijn beurt jaloers dat hij iets deed dat goed was voor de wereld, en ik iets deed dat vooral veel geld binnenbracht.” Toen Novare Group, een groep van tien vooraanstaande Zweedse hr-bedrijven, hem vroeg eens na te denken over een adviesbureau voor nieuwkomers, greep hij die kans met beide handen aan.

Kort voor zijn bezoek aan Eskilstuna had Golchin al een businessplan geschreven voor Novare Potential. „Maar op de terugweg vanuit Eskilstuna heb ik meteen de directeur van de Wallenberg Investment Group, een bekende via Novare, gebeld en verteld over die werkloze artsen. Als we een goed plan hadden voor deze groep, zouden ze ons helpen.” Daarna belde hij met een universiteit en ontwikkelde hij samen met een groep nieuwkomers een intensief onderwijsprogramma voor geneeskundigen. Met deze crash course van drie maanden kunnen nieuwkomers die in hun thuisland arts waren, in het Zweeds een toelatingsexamen doen.

Honderd mensen hebben tot nu toe meegedaan aan het programma, meer dan de helft van die groep loopt inmiddels stage of werkt in een Zweeds ziekenhuis. „Dát is het belangrijkste”, zegt Golchin, „dat mensen in de juiste omgeving zijn. Daarna wordt alles makkelijker.”

Golchins doel is om de talenten, dromen en ervaringen van nieuwkomers niet onbenut te laten. Samen met zijn zes collega’s, vier wonen nog niet zo lang in Zweden, zoekt hij advertenties en daarna naar de juiste nieuwkomers bij de openstaande vacatures. Veel bedrijven kloppen bij hem aan omdat ze nieuwe mensen nodig hebben, helemaal nu de krapte op de arbeidsmarkt groter wordt. Ze zoeken academici, IT-specialisten, conciërges. Novare Potential heeft inmiddels veertig klanten, onder wie Deloitte, PriceWaterhouseCoopers, en Skania – een Zweeds voertuigenbedrijf dat momenteel naarstig opzoek is naar laaggeschoold personeel.

Het is niet gemakkelijk voor vluchtelingen om in Nederland werk te vinden. Taal- en aanpassingsproblemen spelen vaak een rol

Alleen maar Zweden

Een van de klanten is ook de Zweedse modeketen H&M, die in januari dit jaar onder vuur kwam te liggen vanwege een foto in hun Britse webshop. Op het plaatje draagt een zwart jongetje een trui met de tekst: coolest monkey in the jungle. In Zuid-Afrika sloten tijdelijk alle zeventien winkels, nadat een links-radicale oppositiepartij de winkels had bestormd. Wereldwijd heeft H&M 4.553 winkels.

„H&M zag in dat ze een multinational zijn, maar dat op het hoofdkantoor alleen maar Zweden rondlopen. Dat is niet goed voor je bedrijf”, zegt Golchin. Via hem ontmoette H&M een Syrische man van rond de veertig, die ervan droomde ooit bij de modeketen te werken. Nu werkt hij er als visual merchandiser, en kijkt hij naar hoe de winkel zich online profileert.

Op het kantoor van Golchin hangen tientallen polaroidfoto’s van blije gezichten aan een lijn. Golchin krijgt er zelf ook een glimlach van. „Meer dan honderd mensen hebben via ons nu een baan gevonden”, zegt hij trots. Ze zijn gemiddeld tussen de 25 en 40 jaar oud. „Als je de mensen die nog een stage lopen meetelt, zijn het er meer dan tweehonderd.”

Tot nu toe heeft Novare Potential vooral monteurs, IT-specialisten en mensen in de administratie en financiële sector gevonden. Het is belangrijk dat bedrijven niet alleen uit idealisme bij Golchin aankloppen, zegt hij. „Ze moeten de mensen écht nodig hebben, anders is het voor de nieuwkomers ook niet leuk.”

Het succes van Golchins werkwijze is dat zijn bedrijf niet te veel op diploma’s let, maar met name de vaardigheden van nieuwkomers test. Ook biedt hij trainingen aan, die nieuwkomers verder op weg kunnen helpen. Samen met het Koninklijke Instituut voor Technologie ontwikkelde Golchin bijvoorbeeld een intensieve training coderen voor software-ontwikkelaars. In drieënhalve maand tijd vijfhonderd uur les. Zeventig mensen haalden die cursus, vijftig daarvan hebben nu werk. Ook ongebruikelijk: „Als nieuwkomers aangenomen worden, betaalt het bedrijf ons en wij hen. Dat doen we het hele eerste jaar zo, omdat het bedrijf op die manier minder risico loopt. Daarnaast krijgen ze van ons een mentor aangewezen, met wie ze al hun problemen kunnen bespreken. Dat zijn Zweden die in het bedrijfsleven actief zijn en dit vrijwillig doen.”

Bovendien gelooft Novare Potential er niet in dat je mensen les moet geven over Zweedse normen en waarden, die moeten ze zelf ondervinden. Golchin noemt een voorbeeld: „Het is lunchtijd. Sommige mensen gaan eten, anderen niet. Is het dan wel of niet beleefd om die mensen mee te vragen?” Een ander verschil waar veel mensen aan moeten wennen is het gebrek aan hiërarchie in Zweedse bedrijven. „Hier verwachten managers van hun werknemers dat ze problemen benoemen en meehelpen oplossingen te vinden, veel nieuwkomers zijn dat niet gewend.”

Al zijn dat volgens Golchin allemaal overbrugbare verschillen. De grootste achterstand blijft de taal: „Maar juist als nieuwkomers de kans krijgen om tussen Zweden te werken, kunnen ze de taal echt goed leren.”

Hoe komt het nou dat Golchin in zo’n kleine stad als Eskilstuna, dertig werkloze artsen kon tegenkomen?

„Zweden is goed in organiseren en structureren, maar daardoor niet zo flexibel”, zegt hij. Het land dat tien miljoen inwoners telt, heeft de afgelopen vier jaar aan 165.800 mensen asiel verleend. „Veel migranten moesten een jaar wachten op een verblijfsvergunning, en mochten in die periode niet werken of de taal leren. Dan heb je dus al een achterstand.”

Frustrerend

Golchin vindt ook dat het beleid te sterk gericht is op het vinden van een plan voor alle migranten, terwijl ze juist naar de verschillende achtergronden moeten kijken. „Het is soms frustrerend om te zien hoe makkelijk je iemand op weg kunt helpen, zodra je dat wel doet.”

Het mooiste aan zijn werk vindt Golchin dat een zelfstandig inkomen niet alleen effect heeft op mensen zelf, maar ook op hun omgeving. „Hun families, vrienden, ze hebben er allemaal iets aan”, zegt hij. „En als andere migranten roepen dat ze hier toch nooit werk zullen vinden, kunnen zij zeggen: ‘Kijk naar mij. Het kan wel.’ Alleen dát heeft al effect.”

    • Maral Noshad Sharifi