Recensie

Beatrice Rana geeft ijzeren Chopin frisse glans

Recensie De Italiaanse pianiste Beatrice Rana maakte haar solo-debuut bij het Koninklijk Concertgebouworkest, dat onder leiding van Trevor Pinnock tevens een hoog energetische uitvoering gaf van Haydns ‘Symfonie met de paukenroffel’.

Beatrice Rana speelde met melodische lyriek. foto Warner Classics

De Italiaanse pianiste Beatrice Rana moet nog 26 worden. Niettemin baarde ze vorig jaar al wereldwijd opzien met haar opname van Bachs Goldbergvariaties, maakte ze haar debuut in de BBC Proms en gooide ze afgelopen januari hoge ogen in de Serie Meesterpianisten. Woensdag was Rana opnieuw te horen in Amsterdam. Nu met het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO), en met Chopin op het programma.

Chopins Eerste pianoconcert behoort tot wat je noemt het ijzeren repertoire. Op de fonkelnieuwe concertvleugel van Het Concertgebouw (onlangs ingevlogen vanuit Hamburg) wist Rana het werk echter een frisse glans te geven.

Lees ook het interview met Beatrice Rana: ‘Het gaat niet om perfectie, maar om visie’

Ronduit spectaculair (want technisch feilloos) waren de coda’s van het openings- en slotdeel, evenals Rana’s watervlugge spel in het virtuoze passagewerk. Onder haar handen werd de klavierklank zo vloeibaar dat je je afvroeg of er überhaupt nog toetsen aan te pas kwamen.

In het langzame tweede deel verleidde Rana met onvervalste melodische lyriek. Soms een tikkeltje dramatisch aangezet, zoals die gewaagd lange fermate tussen twee zinnen, maar ook met een verfijnd toucher dat prompt een nuance fluweliger klonk om mooi te mengen met de gedempte strijkers.

Onder dirigent Trevor Pinnock was het voor het KCO even zoeken om de klankbalans (luide hoorns, aanvankelijk wat wollige strijkers) helemaal vlekkeloos te krijgen. Al snel speelden de Amsterdammers echter even wendbaar als een vroeg-romantisch symfonieorkest. Niet voor niets verdiende Pinnock (generatie- en vakgenoot van Ton Koopman en John Eliot Gardiner) zijn sporen in de oude muziek.

Pinnocks pionierswerk in de authentieke uitvoeringspraktijk straalde ook af op zijn interpretatie van Haydns Symfonie nr. 103, een werk dat is vernoemd naar de druistige paukenroffel uit de openingsmaat. Het is een van de vele muzikale verrassingseffecten (een baslijntje dat weifelt tussen drie en vier tellen, harmonische waaghalzerij) waarmee de componist zijn luisteraar meesterlijk op het verkeerde been zet.

Pinnock liet Haydns kwinkslagen mooi uitkomen met een compacte klank, hoog energetisch spel, felle contrasten en een pittig tempo in de finale.

    • Joep Christenhusz