Volkert van der G. hoeft zich enkel nog schriftelijk te melden

Moordenaar Pim Fortuyn

Via de rechter dwong Van der G. een versoepeling van zijn voorwaarden af. Hoe gebruikelijk is dat?

Paleis van Justitie. Foto Jerry Lampen / ANP

De moordenaar van Pim Fortuyn hoeft zich niet langer te melden bij de reclassering maar moet wel elke acht weken een schriftelijk verslag indienen over hoe het met hem gaat, en ook gaat hij elk half jaar praten met het Openbaar Ministerie (OM).

Dat is de uitkomst van overleg tussen Volkert van der G. en justitie. Tot dat overleg had het gerechtshof in Den Haag beide partijen opgeroepen. Het OM was bij het hof in hoger beroep gegaan tegen een uitspraak in mei dit jaar, in een kort geding, dat Van der G. zich in het geheel niet meer zou hoeven melden.

De dader van de geruchtmakende moord op de politicus in 2002 kreeg een celstraf van achttien jaar, maar kwam in 2014 vrij omdat hij tweederde van zijn straf had uitgezeten. Wel moest hij zich tot 2020 aan een groot aantal bijzondere voorwaarden houden, zoals het dragen van een enkelband, een verbod op contact met nabestaanden en met de media en een meldplicht bij de reclassering.

Een deel van de voorwaarden was al verdwenen. Zo kreeg hij via de rechter voor elkaar dat hij geen enkelband meer hoeft te dragen en is hij niet meer verplicht om een psycholoog te bezoeken. Het contact met de reclassering verliep uiterst moeizaam, en Van der G. zou willen emigreren naar een land binnen de Europese Unie. Het komt volgens het OM „niet vaak” voor dat versoepeling via de rechter wordt afgedwongen. „Een aantal keren per jaar”, aldus een woordvoerder.

‘Discretionaire ruimte’

„Ik kijk er niet vreemd van op”, zegt Peter van der Laan, hoogleraar reclassering aan de VU in Amsterdam over het verminderen van de voorwaarden aan de invrijheidstelling. „Maar ik kan me voorstellen dat er wenkbrauwen worden gefronst over een man die voor het gevoel van velen met twaalf jaar cel is ‘weggekomen’ en die het steeds weer voor elkaar krijgt om van voorwaarden af te komen.” Een versoepeling van de voorwaarden is niettemin normaal, stelt Van der Laan. In „ongeveer de helft” van alle gevallen neemt de uitvoering van bijzondere voorwaarden na een half jaar tot een jaar „drastisch” af. „Afschalen is heel gebruikelijk.”

De rechter bepaalt weliswaar welke afspraken er worden gemaakt, maar de uitvoering ligt bij de reclassering en die heeft „discretionaire ruimte” om de voorwaarden te versoepelen als het gedrag van de gestrafte daar aanleiding toe geeft. „Als het goed met iemand gaat, hoeft die zich niet wekelijks maar maandelijks te melden, of kan het worden afgedaan met een telefoontje, om daarmee toch de vinger aan de pols te houden.”

Waarom Van der G. voor die versoepeling een kort geding moest aanspannen, weet Van der Laan niet. „Ik kan me voorstellen dat velen van mening waren dat het wel een onsje minder kon. En Volkert van der G. mag natuurlijk zijn recht halen.” Dat het OM in beroep ging, kan volgens Van der Laan te maken hebben met de wens „controle” te houden. „Enerzijds zijn bijzondere voorwaarden bedoeld om iemand te resocialiseren, als garantie tegen recidive. Anderzijds zijn ze een middel om iemand te controleren.”

Justitie zelf is niet ontevreden over de getroffen regeling. „Na de eerste uitspraak was de meldplicht compleet verdwenen. Nu blijft er een vorm van toezicht”, aldus een woordvoerder. De nieuwe afspraken zijn volgens de reclassering „een uitzonderlijke opdracht die we gaan uitvoeren in overleg met het OM”.

Elk jaar worden ongeveer duizend gedetineerden vervroegd vrijgelaten. Minister Dekker (Rechtsbescherming, VVD) wil dat gedetineerden niet meer automatisch vrijkomen na tweederde van hun straf, en wil de voorwaardelijke invrijheidstelling beperken tot maximaal twee jaar.

    • Arjen Schreuder