Staatsonderhandelingen met farmaceuten leveren ruim 130 miljoen op

Door onderhandelingen met fabrikanten over nieuwe, zeer dure medicijnen is in 2017 meer bespaard dan in eerdere jaren.

Sinds 2013 gaat het ministerie financiële regelingen aan met farmaceuten over nieuwe, effectieve medicijnen. Foto George Frey/AFP

Door onderhandelingen met fabrikanten van nieuwe, zeer prijzige medicijnen heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in 2017 ruim 130 miljoen euro bespaard. Dat meldde minister Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) woensdag aan de Tweede Kamer.

Sinds 2013 gaat het ministerie financiële regelingen aan met farmaceuten over nieuwe, effectieve medicijnen. Het ministerie heeft sindsdien over de prijs van 32 middelen onderhandeld om “waardevolle innovatieve geneesmiddelen tegen aanvaardbare kosten toegankelijk te maken en te houden”. Tussen 2013 en 2017 is op deze manier ongeveer 320 miljoen euro bespaard, aldus de minister.

Afgelopen jaar is de grootste korting tot nu toe afgedongen, 25 miljoen euro meer dan in 2016. De regering houdt in haar begroting rekening met een besparing door korting op medicijnen. In het regeerakkoord staat dat onderhandelingen vanaf 2023 jaarlijks ruim 460 miljoen euro moeten opleveren. Tegen die tijd zal de korting dus nog fiks hoger moeten uitvallen dan afgelopen jaren het geval was.

Gebrek aan transparantie

Hoeveel bespaard is op welke middelen maakt het ministerie niet bekend. Volgens minister Bruins zou openheid daarover averechts werken. “Als ik dat doe, leert de ervaring, dan stelt de farmaceut het middel niet meer beschikbaar.” Door samenwerking met andere landen probeert het ministerie die geheimzinnigheid te doorbreken, zegt Bruins. “Maar dat is helaas een kwestie van de lange adem.”

Bij de betaalregelingen die getroffen worden met medicijnfabrikanten hangt de uiteindelijke besparing af van hoe vaak het middel wordt voorgeschreven. Als dokters een geneesmiddel vaker voorschrijven, valt de korting voor het ministerie hoger uit.

Door een keiharde lobby van een farmaceut besloot de minister uiteindelijk het extreem dure medicijn Orkambi te vergoeden. Lees de reconstructie

Orkambi

De vergoeding van dure medicijnen bezorgt het ministerie steeds weer een enorm dilemma. Aan de ene kant is het onhoudbaar steeds heel veel geld uit te geven aan een medicijn, aan de andere kant worden patiënten de dupe als het middel niet wordt vergoed. Bekend voorbeeld is het medicijn Orkambi voor patiënten met taaislijmziekte.

Ex-minister Edith Schippers (Volksgezondheid, VVD) weigerde dit in eerste instantie te vergoeden, omdat de fabrikant ongeveer 170.000 euro per patiënt per jaar vroeg. Dat vond de minister veel te duur, ook omdat een belangrijke adviseur – Zorginstituut Nederland – twijfels had over de effectiviteit van het middel.

Over Orkambi werd een felle strijd gevoerd. Patiënten roerden zich in de media en er werd volop gelobbyd om het middel toch vergoed te krijgen. Uiteindelijk maakte Schippers een prijsafspraak met de fabrikant van Orkambi, waardoor patiënten het middel nu toch krijgen.

Correctie (3 oktober 2018): In een eerdere versie van dit artikel stond dat er vanaf 2018 ruim 460 miljoen euro bespaard moet worden. Dit is in deze versie verbeterd in ‘vanaf 2023’.

    • Enzo van Steenbergen
    • Kasper van Laarhoven