Nrc Recht

‘Politie’: steeds meer een functie, steeds minder één instituut

De politie raakt steeds meer verweven met de vele organisaties die zich met veiligheid en toezicht bezighouden. Dat is geen ‘concurrentie’ of ‘versnippering’, maar een positieve ontwikkeling, schrijft Bob Hoogenboom in de Veiligheidscolumn.

Beveiliging bij Feyenoord Foto Simon Trel

Er zijn in ons land ruim 25.000 bijzondere opsporingsambtenaren (boa’s), ruim 35.000 particuliere beveiligers en enkele honderden bedrijven die fraude en cybercriminaliteit opsporen. Er is van tijd tot tijd nog wat onbegrip, onkunde en vals bewustzijn over deze fundamentele veranderingen in de veiligheidszorg. Soms leidt dit tot ‘romantische’ voorstellen om bijvoorbeeld de boa’s onder de nationale politie te scharen.

Het idee dat de nationale politie nog ‘slechts’ een van de organisaties in de veiligheidszorg is dringt nog niet echt door. Ook niet dat de nationale politie steeds meer verweven raakt met organisaties die toezicht, handhaving en opsporing verrichten. Dat geldt voor boa’s, Veiligheidshuizen, RIEC’s en particuliere beveiliging. Politie als instituut is niet weg te denken uit de veiligheidszorg, maar de afgelopen decennia doen (semi-)publieke en private organisaties van alles wat eigen aan de publieke politie is. Toezicht, handhaving, intelligence, opsporing en zelfs de inzet van geweld.

Uitbreiding

De politie ‘concurreert’ niet met teams van controleurs in het openbaar vervoer of met particuliere beveiliging op (semi-)publieke en private terreinen, noch met parkeercontroleurs (al dan niet met een boa-status), noch met de vele honderden stadstoezichtfunctionarissen in de grote steden of particuliere beveiligers. Ook grote woorden over uitholling van het geweldsmonopolie van de overheid zijn bezijden de waarheid. Bevoegdheden, handboeien, wapenstokken en in de toekomst pepperspray en wapens voor boa’s betekenen een uitbreiding van het overheidsmonopolie. Boa’s zijn immers overheidsfunctionarissen.

Alleen op het eerste gezicht is sprake van ‘fragmentatie’ van de politiefunctie, maar deze is in het geheel niet bedreigend voor de publieke politiefunctie. Integendeel, het leidt ertoe dat meer toezicht, controle, handhaving en opsporing plaatsvindt op locaties en domeinen waar de politie niet permanent kan zijn. In de tram, in de trein, bij evenementen, op recreatie- en in winkelcomplexen, in de monitoring van financiële transacties en internet- en telecomverkeer en op de ferry naar Groot-Brittannië of op de duizenden vliegtuigen die dagelijks opstijgen. De toenemende samenwerking leidt ertoe dat meer en meer informatie wordt uitgewisseld tussen de politie en derden. De publieke politie ontwikkelt zich in de richting van een informatiemakelaar.

Meldkamers

De geïntegreerde publiek-private meldkamers vormen een goed voorbeeld. Enkele van de traditionele kenmerken van de community policing-strategie als ‘kennen en gekend worden’ van de wijkagent worden geherdefinieerd in de context van structurele koppeling van datasystemen en het toenemend gebruik van technologie. Uitgaansgebieden in grote steden hangen vol met sensoren. Deze geven een volstrekt nieuwe invulling aan ‘kennen en gekend worden’. De wijk- of buurtagentfunctie wordt geherdefinieerd in termen van samenwerking met boa’s, particuliere beveiliging en inzet van technologie. De politie vindt zichzelf op deze wijze opnieuw uit.

De politie vindt zichzelf ook opnieuw uit doordat de relaties met burgers veel intensiever worden door technologische mogelijkheden als buurt-WhatsApp-groepen, burgeropsporingsinitiatieven, twitterende agenten en de combinatie van sociale media met politie-informatie. De nieuwe politie raakt hierdoor veel meer in contact met burgers dan de wijkagent ooit wist te verwezenlijken.

Nieuwe politie

De nieuwe politie heeft nu drie functies.

  • In de eerste plaats een instrumentele functie:  op welke wijze kan de samenwerking en informatie-uitwisseling verder worden ontwikkeld. Met de burger en met andere organisaties. Gewoon omdat dit bijdraagt aan de opdracht van de politie: orde- en rechtshandhaving en hulpverlening aan hen die dat behoeven. De traditionele wijkagent en de politie-ideologie van ‘dichtbij’, ‘dicht bij de burger’, en ‘kennen en gekend worden’ zijn niet aan het verdwijnen, maar worden geheel anders ingericht. Bureaus worden gesloten. Zichtbaarheid en benaderbaarheid van ‘blauw’ nemen op het eerste gezicht af. Maar ze worden geherdefinieerd langs lijnen van boa’s, particuliere beveiligings- en surveillance-technologie en contact via sociale media met burgers.
  • In de tweede plaats heeft de politie (en justitie) een rechtsbeschermende functie, in zijn algemeenheid, maar ook ten aanzien van partners en de informatie-uitwisseling. De politie (en justitie) onderscheidt zich van alle derde partijen in de veiligheidszorg door haar onafhankelijkheid en verantwoording jegens de rechtsstaat. Aan het einde van de dag dient de pluralistische politiefunctie verankerd te zijn in de rechtsstaat (‘verankerd pluralisme’). Het is hier dat de politiefunctie zich ondubbelzinnig blijft manifesteren: in de duizenden antecedentenonderzoeken en in de disciplinaire en strafrechtelijke onderzoeken naar regelschendingen, ook door partners.
  • In de derde plaats blijft de politie beschikbaar voor de noodhulp (112-meldingen) en het verrichten van strafrechtelijke onderzoeken. Als sterke arm op de achtergrond blijft de politie altijd aanwezig. De politie kan van het ene op het andere moment opschalen en ‘macht van niet geringe betekenis’ inzetten. De politie is de enige organisatie die daarvoor niet alleen de wettelijke bevoegdheid heeft, maar daarvoor ook is opgeleid.

 

Blogger

Bob Hoogenboom

Bob Hoogenboom is hoogleraar fraude en regulering aan Nyenrode waar hij 'fraude en witwassen' in de accountantsopleiding en 'governance/corporate governance & pps' in het modulair MBA-programma doceert. Samen met Marc Schuilenburg geeft hij het mastervak 'Politie en Veiligheid' aan de VU. Bob schrijft blogs op maatschappijenveiligheid.nl en accountant.nl over actuele fraude- en politievraagstukken en twittert als @abhoogenboom. Sinds 1988 is hij als part time docent verbonden aan de Politieacademie. Voor zijn proefschrift Het Politiecomplex (1994) ontving hij de Publicatieprijs van de Stichting Maatschappij en Veiligheid.

    • Bob Hoogenboom