Landelijke Monitor Studentenhuisvesting

Studenten wonen vaker thuis, mede door afschaffing basisbeurs

Vanwege de afschaffing van de basisbeurs en het gebrek aan geschikte woonruimte blijven studenten vaker thuis wonen.

Studentenwoningen op de campus van de Universiteit Utrecht en de Hogeschool Utrecht, Utrecht Science Park de Uithof. Foto Remko de Waal/ANP

Voor het vierde jaar op rij is het aantal uitwonende Nederlandse studenten afgenomen, terwijl het totale aantal studenten blijft groeien. Dat blijkt uit de jaarlijkse Landelijke Monitor Studentenhuisvesting, donderdag gepubliceerd door Kences (Kenniscentrum studentenhuisvesting). Doorslaggevende redenen voor studenten om thuis te blijven wonen zijn de afschaffing van de basisbeurs en het gebrek aan geschikte woonruimte.

De afgelopen drie jaar is het aantal uitwonende Nederlandse studenten afgenomen van 53 naar 48 procent – afgelopen studiejaar woonden 350.000 studenten niet meer bij hun ouders. „Dat is een ontwikkeling om in de gaten te houden”, zegt Kences-directeur Diederik Brink, „want als deze daling zich doorzet, moeten we onderzoeken of studenten zich beperkt voelen in hun keuze of en waar ze gaan studeren.”

Het rapport concludeert „dat de invoering van het studievoorschot van grote invloed is op het huisvestingsgedrag van bachelorstudenten”. Volgens directeur Brink hebben studenten die de laatste twee jaar zijn begonnen met studeren „relatief een beduidend hogere studieschuld opgebouwd”. Daardoor gaan ze later op zichzelf wonen. Ook te lezen valt dat er „nationaal onverminderd sprake blijft van een tekort aan woonruimten”, al meldt het rapport niet hoe groot dat tekort is. Vastgoedadviseur Savills schat dat tekort op 38.000 studentenwoningen. De als gevolg daarvan stijgende huurprijzen lijken een minder groot probleem te zijn voor studenten. De woonquote – het gemiddelde bedrag van het inkomen dat wordt besteed aan woonlasten – is het afgelopen jaar gelijk gebleven.

Studenten lijken kritischer te zijn geworden over de plek waar ze willen wonen. Gevraagd naar hun gewenste type woonruimte hebben ze het liefst een woning met meerdere kamers, met een fors woonoppervlakte, liefst op een A-locatie, en met een lage huurprijs. Ook blijken ze liever geen voorzieningen te delen met anderen: volgens Kences is er landelijk een overschot van ruim 29.000 kamers met gedeelde voorzieningen, terwijl daar een tekort aan meer dan 28.000 zelfstandige woningen tegenover staat. In een aantal studentensteden is er overigens een tekort aan beide type woningen. In andere steden is er sprake van een mismatch. De behoefte van studenten is veranderd, constateert Brink. „Studenten willen graag een eigen ruimte met meer privacy. Dat zou kunnen komen doordat de studiedruk is toegenomen en ze met een andere mentaliteit gaan studeren. Maar de behoefte van studenten verandert ook tijdens hun studie. Naarmate ze dichterbij afstuderen komen, willen ze liever iets voor zichzelf.”

Maar volgens het rapport wordt de disbalans ook voor een belangrijk deel veroorzaakt door de huurtoeslag. Alleen zelfstandige kamers komen daarvoor in aanmerking – mits ze een eigen voordeur, keuken en badkamer hebben. Deze vaak duurdere kamers zijn zo alsnog betaalbaar voor studenten, terwijl de woningen bouwen aantrekkelijk is omdat ze meer huur opleveren.

De afgelopen tijd hebben corporaties en commerciële partijen op grote schaal zelfstandige woningen gebouwd; dat aandeel zelfstandige woningen steeg in een jaar tijd van 34 naar 46 procent en ook het aantal studenten dat huurtoeslag ontvangt steeg – tussen 2007 en 2016 van 60.000 naar 95.000. „Indien geen enkele student recht zou hebben op huurtoeslag dan zouden de verschillen tussen vraag en aanbod verschuiven”, staat in het rapport. Brink: „Als de huurtoeslag wegvalt, worden zelfstandige woningen te duur.”

Hij pleit ervoor de huurtoeslag voor studenten te behouden. „Het belangrijkste is dat woningen betaalbaar blijven. Als de huursubsidie ervoor zorgt dat studenten zelfstandige woningen kunnen huren, moeten we dat stelsel behouden.”

Internationale studenten

Dat het aantal studenten blijft groeien, is voor een belangrijk deel te danken aan de komst van internationale studenten. Hun aandeel is de afgelopen acht jaar jaarlijks gegroeid met gemiddeld 10 procent, terwijl het aantal Nederlandse studenten in dezelfde periode met gemiddeld 2 procent toenam. Inmiddels studeren er 93.000 internationale studenten in Nederland, op een totaal van 678.000 studenten.

Internationale studenten krijgen vaak voorrang bij huisvesting die geregeld is door onderwijsinstellingen, omdat hun woningnood acuter is. Toch ziet Brink niet dat internationale studenten Nederlandse studenten verdrukken op de woningmarkt. „Ze hebben andere behoeften. Buitenlandse studenten willen vaak gemeubileerd wonen en zijn bereid meer te betalen. Dat is een ander type aanbod dan waar Nederlandse studenten naar op zoek zijn.”

    • Sam de Voogt