Bruno Vanden Broecke

Foto Andreas Terlaak

Bruno Vanden Broecke: ‘Het publiek moet vergeten dat ik acteer’

Interview

Bruno Vanden Broecke was een in Nederland onbekend acteur, maar kan vrijdag na de Louis d’Or ook nog een Gouden Kalf winnen. Hij speelt met ongelofelijk gemak en verraderlijk naturel. „Ik ben een nuchter acteur.”

‘Superblij” is Bruno Vanden Broecke met zijn Louis d’Or. Twee weken geleden won de Belg de hoogste toneelonderscheiding voor een acteur in Nederland. Komende vrijdag kan hij daar de hoogste filmonderscheiding aan toevoegen, als hij op het Nederlands Filmfestival zijn nominatie voor de hoofdrol in de film Billy verzilvert en een Gouden Kalf wint. Dat zou een ongekende dubbelslag zijn.

De toekenning van de Louis d’Or haalde alle Belgische media, vertelt de 44-jarige acteur, die een dagje over is uit Antwerpen, omdat het Nederlands Filmfestival een introductiefilmpje met hem wil opnemen. „Ik heb enorm veel gelukwensen gekregen, ook op straat. Dat was heel plezant.”

Nu is Vanden Broecke in België reeds een gevierd acteur. Zijn roem stamt van veelbekeken, maar in Nederland onbekende tv-series als Het Eiland en Wat als? In Het Eiland speelde hij bijna vijftien jaar geleden de rol van Sammie, zijn eerste tv-succes. Er volgden veel meer tv-rollen. „Op straat krijg ik vaak mijn hele curriculum vitae naar mijn hoofd geslingerd. Dat roepen gaat in golven, als ik op tv ben.”

Zijn Louis d’Or kreeg Vanden Broecke voor zijn rol in Para, een monoloog over het optreden van Belgische militairen tijdens een rampzalige vredesmissie in Somalië in 1993. De para die hij speelt geeft een lezing met dia’s over zijn brute opleiding, over de deplorabele toestand van Somalië en over de verveling bij de soldaten die uitloopt op allerlei vormen van wangedrag.

Lees ook een kort profiel van Bruno Vanden Broecke: Met zijn subtiele spel houdt hij in zijn eentje theaterzalen in de ban

De tekst werd geschreven door David Van Reybrouck. Die schreef in 2007 al de monoloog Missie voor Vanden Broecke. Daarin speelt deze een oude missionaris die terugkijkt op zijn levenswerk in Congo. Vanden Broecke treedt nog altijd op met Missie, in vier talen. Ook Para speelt hij in meerdere talen. Als specialist in monologen was hij dit jaar verder te zien in de monoloog Socrates, waarin de Griekse filosoof enkele uren voor zijn dood praat over zijn werk en leven. Stuk voor stuk zijn het indringende voorstellingen, met ongelofelijk gemak en verraderlijk naturel gespeeld door Vanden Broecke.

De jury van de Louis d’Or noemde je een acteur die niet lijkt te acteren.

„Dat vind ik een groot compliment. Daar steek ik best veel moeite in. Om de mensen zo snel mogelijk te laten vergeten dat er gespeeld wordt.”

Er zijn zoveel stiltes als soorten publiek en dit was de medelijdenstilte. Het was sterven

Hoe bereik je dat effect, die transformatie?

„Het is geen transformatie. Dat is een misverstand. Die term is verbonden met begrippen als method acting, waarbij de acteur zich volledig identificeert met het personage. Ik probeer nuchter te acteren.

„De eerste tien minuten zijn cruciaal voor de vraag of de saus pakt, zoals we in Vlaanderen zeggen. Als het goed gaat, is er een kantelmoment. Dan ga ik er zelf ook in geloven, dan ben ook ik vertrokken. Dan kost het me geen enkele moeite om het verhaal te vertellen alsof het de eerste keer is.

„Bij Para is de truc bijvoorbeeld dat ik niet te veel beweeg. Ik sta recht, de armen gekruist naar beneden. Schoeisel is belangrijk, altijd. De schoenen voor Para zijn zacht en iets zwaarder.”

Hoe laat je de tekst geloofwaardig klinken?

„Dat weet ik niet. Goeie vraag. Bij een monoloog wordt de tekst een lied. Uiteindelijk ken ik de melodie, maar dat gebeurt niet tijdens de repetities. Elke zin heeft een toon en die wordt gekneed onder de blik van het publiek. Bij cabaret kun je dat zestig keer oefenen voor de première. In het theater moet je bijna gelijk op, dus premières zijn voor mij helleavonden. Binnenkort speel ik Para voor het eerst in het Frans en ik ben aan het doodgaan. Premières! Wie heeft dat uitgevonden!?

„Bij de première van Para had ik twee black-outs, maar mijn tekst zat in de doos die mijn personage bij zich heeft. In het kader van een militair die een lezing geeft, kon ik daar wel in kijken. Maar de tweede keer… Ik had een ringmap en die had ik terug in de doos gegooid, waardoor de ringen waren opengesprongen en de vellen papier door elkaar lagen. Een nachtmerrie. Ik moest op mijn knieën gaan zitten om alles uit de doos te vissen. En ik heb een gek visueel geheugen, dus ik wist dat ik onderaan bladzijde dertien was, maar die kon ik niet vinden. Het publiek werd heel stil. Er zijn zoveel stiltes als er soorten publiek zijn, en dit was de medelijdenstilte. Het was sterven.”

Doe je research?

„Ik hoef de militair niet te begrijpen om hem te kunnen spelen. Dat is niet mijn taak. Maar we zijn wel een keer naar de kazerne in Diest geweest, waar we para’s hebben ontmoet. Dat is leerrijk, maar ook een stop op mijn fantasie.”

Bruno Vanden Broecke

Foto Andreas Terlaak

Zijn er para’s komen kijken?

„Ja, dat was erg mooi. Vooraf waren ze sceptisch, want door de televisie sta ik bekend als een komisch acteur. Op Facebook verschenen teksten als: ‘Wat gaat die rosse aap vertellen over onze missie? He was not on the ground!

„Achteraf zijn ze blij met de nuance in Para. De foto van een jongetje dat boven een vuur wordt gehouden en andere wantoestanden die naar buiten kwamen, hebben het imago van de para’s enorm besmeurd. Dat is een trauma voor het hele Belgische leger. Ze werden beschouwd als klootzakken. De para die ik speel, krijgt de tijd om te vertellen over de zware omstandigheden en over hoe het zo ver is gekomen. Er wordt niets verbloemd, het is geen verdediging van wat er is gebeurd, maar de voorstelling geeft wel context.

„Met twaalf para’s heb ik tijdens de tournee na afloop langer gepraat. Sommigen moesten huilen. Ik sprak een para die psychologie is gaan studeren om PTTS aan te pakken.

„Aziz, de eerste para van Marokkaanse afkomst, die in de voorstelling bij zijn eigen naam wordt genoemd, ken ik inmiddels persoonlijk. Hij is al vijf keer komen kijken. Na de première heeft hij mij zijn wings gegeven. Je hebt het verdiend, zei hij. Daar werd ik zot van. Mijn vrouw en ik begonnen allebei te huilen.”

De emotionele climax in de voorstelling vindt plaats als Bruno Vanden Broecke aan de zaal vraagt: „Zijn er mensen die wel eens hun leven hebben geriskeerd voor iemand die ze niet kennen?” Dat is ook context: beseffen hoeveel risico’s militairen nemen. Hij vraagt of mensen die dat hebben gedaan, willen gaan staan. Doen bezoekers dat? „Bijna altijd zitten er militairen in de zaal. Soms tien tegelijk. Dan kijken 480 burgers naar tien militairen. Daar krijg ik kippenvel van.”

In Billy, de eerste speelfilm van Theo Maassen als regisseur, boort Vanden Broecke zijn komisch talent aan. Hij speelt buikspreker Gerard, die volle zalen trekt met de rauwe grappen van zijn pop Billy. Voetbalvrouw Belinda (Ellen Parren) valt zelfs meer op de pop dan op Gerard zelf. Zelfs in bed doet ze het liever met Billy. Hij belandt in een crisis en begint een weinig florissante carrière als singer-songwriter.

Wat is Gerard voor een man?

„Een schizofreen. Om die andere kant van hemzelf boven te brengen, heeft hij die pop nodig. Het wordt eng als hij zo met zijn succes vergroeit dat hij de pop niet meer afdoet. Mijn lievelingsscènes zijn die waarin Gerard nerveus wordt en zichzelf klem praat, zoals wanneer hij met Belinda afspreekt zonder pop. Dan ratelt hij maar door, zegt dat ze mooi is, ook inhoudelijk, want dat ze vast wel voor zichzelf kan zorgen, niet dat ze een hoer is, niet dat ik iets tegen hoeren heb, enzovoort. Die humor is ook typisch Theo.”

Je leerde buikspreken voor de rol. Hoe leer je zoiets?

„Met tutorials op YouTube. Maar weet je hoe het is afgelopen? De stem van Billy was vrij hoog. Na de opnames belde Theo dat we de stem moesten dubben. Want Billy moest een lage, zware stem hebben. Moest ik vier fucking dagen lang Billy opnieuw inspreken.”

Treed je wel eens op met de muziek die je zelf maakt en uitbrengt?

„Mijn muziek slaat niet echt aan.”

Dus dat fiasco van Gerard was uit jouw leven gegrepen?

Vanden Broecke lacht. „Ik heb mijn cd’s aan Theo gegeven, maar als ik vroeg of hij had geluisterd, mompelde hij alleen maar wat.”

Je speelt veel gemankeerde mannen. Blijft er iets plakken van die rollen?

„Nee, het is kostumeke uit, naar huis. Dat is Bruno.”

    • Ron Rijghard