Van schapenstal tot trekpleister

Buitenhuis Architect Georges De Belder toverde een schaapskooi om tot paviljoen met uitzicht. „Van over de hele wereld komen plantenliefhebbers de botanische collectie bekijken.”

Als architect Georges De Belder in het weekend naar zijn half-open buitenhuis gaat, slaapt hij bij z’n ouders op het terrein. Foto Katrijn van Giel

Midden in een botanisch park in het Belgische Essen, net over de grens bij Roosendaal, heeft architect Georges De Belder (27) een oude schapenstal omgebouwd tot tuinpaviljoen. Het park is opgezet door zijn grootouders, vanaf 1961. Er stonden een paar gebouwen op het domein, waaronder de schapenstal. Samen met familie en vrienden brak De Belder in de zomer van 2014 het vervallen gebouwtje af en herbouwde op dezelfde plek deze nieuwe, open structuur. Al het materiaal komt van bomen van het domein. „Er zijn hier vier soorten hout: witte acacia, Amerikaanse eik, moeras-eik en populier. Afhankelijk van de toepassing, kozen we het soort hout dat het beste past.”

„Passie voor hout zit in de familie”, zegt De Belder. „Mijn grootouders waren voortdurend bezig met het kruisen van planten en het creëren van een landschappelijk vormgegeven arboretum. Van over de hele wereld komen plantenliefhebbers met een gids de botanische collectie bekijken.”

Van omgevallen bomen maakt de familie De Belder liever iets – beter dan dat het in de open haard verdwijnt. De lange tafel die in het paviljoen staat, is door zijn vader gebeeldhouwd uit een enkele beukenstam. Vader en zoon maken functionele en artistieke objecten, zoals tafels, banken en abstracte sculpturen.

Voor de open structuur van het huis was geen vooraf vastgesteld plan. In tegenstelling tot hoe hij als architect normaal werkt, verliep de opbouw hier organisch. Binnen een week was het gebouwtje afgebroken, met de opbouw zijn ze – alleen in de weekenden – ruim een jaar bezig geweest. Buren, vrienden en ambachtsmensen uit de buurt hielpen mee. Er was alleen het grondplan en een schetsidee van hoe het eruit moest komen te zien. „Verder werkten we met de afmetingen van het hout dat beschikbaar was.”

Schuilplaats als het stormt

Het vrijstaande paviljoen is een plek van samenkomst; een schuilplaats als het stormt, zomerse etentjes met mooi uitzicht over de weide, een plek om uit te rusten tijdens een wandeling. „Het is een referentiepunt in het landschap, de rest is allemaal natuur.”

De Belder woont in Gent en komt nagenoeg elk weekend hier om in de natuur te zijn en buiten te werken. „Het is een groot park, dus er is altijd wel iets te doen. Snoeien, paden maaien, fruit plukken, meubels maken. Daar geniet ik van, het is een groot contrast met het werk dat ik doordeweeks doe.” Samen met zijn vader maakte hij hier in Essen een aantal tafelbladen van hout en onderstellen in metaal. „Ik combineer graag verschillende materialen. Een fijn onderstel maak ik van brons of ijzer, een tafel voor buiten van tropisch hardhout. Als architect zit ik veel binnen, achter de computer. Soms werk ik jaren aan grootschalige projecten. Hier zit ik met mijn handen in de aarde en zie ik direct resultaat van wat ik doe.”

    • Carlijn Vis