Leonardo da Vinci was verzot op monsterlijke gezichten

Tentoonstelling

Het Teylers Museum toont met tientallen originele tekeningen van Leonardo da Vinci de voorliefde voor emotievolle, gekke bekken van het renaissance-genie.

Een misvormd koppel elkaar aankijkend, Leonardo da Vinci, W Hollar fecit, ets uit 1645 van Wenceslaus Hollar (1607-1677) Foto Teylers Museum Haarlem

Leonardo da Vinci was een meester in portretten tekenen. En hij maakte vele studies van koppen: van mooie vrouwen, zoals Isabelle Este, een adellijke dame die hem achtervolgde omdat ze een schilderij van hem wilde; van mooie jongens, zoals profielschetsen van een jongen met pijpenkrullen, waarschijnlijk Salai (Kleine duivel), Da Vinci’s loverboy. Maar ook lelijke, misvormde mensen portretteerde Leonardo, soms in kleine vluchtige schetsen. Vele tientallen zijn er van, en ze hebben in de kunstgeschiedenis belangrijke sporen nagelaten: tot in Lewis Carolls boek Alice en Wonderland, waarin de Ugly Duchess door tekenaar John Tenniel gemodelleerd werd naar een portret van een monstrueuze dame van Da Vinci.

Veel van deze tekeningen, ook koppenstudies voor zijn grote muurschildering Het Laatste Avondmaal, zijn van 5 oktober tot en met 6 januari 2019 te zien in Teylers Museum, dat een uitgebreide expositie aan Da Vinci wijdt. Omdat het Haarlemse museum zelf geen enkele Leonardo-tekening heeft – wel van renaissance-meesters als Michelangelo en Rafael – is het op pad gegaan om bruiklenen te krijgen. Dat is gelukt: nog nooit eerder waren zoveel originele Da Vinci-tekeningen in Nederland samen te zien. Er zijn tekeningen uit musea in Turijn (portret van de engel op het schilderij De Maagd op de rotsen), Boedapest (koppen van schreeuwende krijgers) en Parijs, naast Nederlandse, zoals Leda en de Zwaan uit Rotterdam. Maar de meeste Leonardo-tekeningen, zo’n 30, komen uit de collectie van Britse koningin Elizabeth. Zij heeft in Windsor Castle zo’n 600 tekeningen van hem.

Leonardo da Vinci, Hoofd van een man, en face en de kop van een leeuw (ca. 1508-09). Foto Royal Collection Trust

Dat zijn vooral de ‘artistieke’ tekeningen, schetsen en studies met aantekeningen voor schilderijen en dergelijke, vertelt Martin Clayton, hoofd van de afdeling Prenten en tekeningen van de Royal Collection. In het prentenkabinet van Windsor Castle toonde hij op 27 juni al vast een aantal van Leonardo’s tekeningen die naar Haarlem komen aan een groepje journalisten, op verzoek van Teylers. Hij haalt ze met witte handschoenen uit de dozen. Het zijn kwetsbare objecten, die door licht aangetast kunnen worden en die na 13 weken in Teylers zeker weer vijf jaar veilig in donkere dozen opgeborgen worden.

„Vrijwel alles wat we weten over Da Vinci,” zegt Clayton, „kennen we uit de vele schetsen en aantekeningen die hij bijhield.” Na zijn dood in 1519 liet Da Vinci (geboren in 1452) al zijn papieren en notitieboeken na aan zijn favoriete assistent-kunstenaar, Francesco Melzi. In de zeventiende-eeuw werd wat daarvan over was (zo’n 6.000 vellen van naar schatting 20.000) door kunstenaar Pompeo Leoni verzameld en in thematische bundels ingebonden. Een deel daarvan kwam in Engeland terecht.

De rest, de meer ‘wetenschappelijke’ tekeningen van het nieuwsgierig genie Da Vinci, studies naar waterstromen, geologie, anatomie, uitvindingen en dergelijke, kwamen in Milaan terecht, in de kerkelijk collectie van biblotheek Ambrosiana. „Die lenen niets uit”, zegt Michiel Plomp, hoofdconservator kunstverzamelingen van Teylers.

Verschillende wetenschappelijke kwesties die Da Vinci aansneed, worden in Teylers, een kunst- en wetenschapsmuseum, tijdens de expositie Leonardo da Vinci aan de hand van facsimile’s getoond. Maar hoofdzaak zijn de originele Da Vinci-tekeningen, vooral koppen.

Leonardo da Vinci, Hoofd en schouders van een meisje, driekwart naar links, (ca. 1490). Foto Turijn, Biblioteca Reale

Emoties

Hoe komt een museum als Teylers, dat zelf niet één Da Vinci-tekening bezit, er toe om een Da Vinci-expositie te organiseren? Hoofdconservator Plomp: „Wij hebben als museum een van de mooiste collecties Italiaanse tekeningen, met werken van Michelangelo en Rafael. Over hen hebben we in 2005 en 2012 een expositie gemaakt. En in die lijn wilden we ook over de derde beroemde renaissance-tekenaar, Da Vinci, een expositie maken.”

Het museum zocht contact met de enige internationale Nederlandse Da Vinci-expert, Michael Kwakkelstein, directeur van het Nederlands Interuniversitair Kunsthistorisch Instituut in Florence en verbonden als hoogleraar kunstgeschiedenis aan de universiteit van Utrecht. Hij was bereid gastconservator te worden.

Via Kwakkelstein loopt er een lijn naar de groteske koppentekeningen van Da Vinci in Windsor Castle. Want hij promoveerde in 1994 in Leiden op de gekke koppentekeningen van Da Vinci, met het proefschrift Leonardo da Vinci als fysionomist. Theorie en tekenpraktijk. Kwakkelstein deed onder meer onderzoek in de collectie in Windsor Castle, waar de meeste van die soms karikaturale tekeningen van Da Vinci zijn: sommige niet groter dan postzegels, soms uitgeknipt uit vellen met aantekeningen van Da Vinci, die in Milaan zijn.

Wie de emoties van de mens niet kent, schildert lichamen die twee maal dood zijn

Leonardo da Vinci

Fysionomie of gelaatskunde werd vanaf de oudheid tot begin 20ste eeuw als de wetenschap gezien waarbij je het karakter van een mens aan de hand van uiterlijk, lichaamsverhoudingen, gezicht, haren kan aflezen. Iemand die er uitziet als een leeuw, met gespierde, sterke ledematen en haren als leeuwenmanen, die heeft vast ook het dappere karakter van een leeuw, bijvoorbeeld. Op de expositie is een tekening te zien van Da Vinci van zo’n type man, met een kop vol manen. Da Vinci vond fysionomie niet een echte wetenschap, aldus Kwakkelstein. Maar hij was er wel door gefascineerd, en voor zijn schilderkunst gebruikte hij het ook wel tot op zekere hoogte.

Leonardo da Vinci, Studie voor het hoofd van de heilige Filippus (ca. 1494). Foto The Royal Collection Trust

Da Vinci was voor zijn schilderkunst sowieso erg in gezichten, lichaamstaal en beweging geïnteresseerd en hoe die emoties en karakter overbrengen. Hij droeg altijd een schetsboekje en tekenstift bij zich om mensen met opmerkelijke koppen te schetsen. Hij raadde alle schilders aan dat te doen. Hij ging schetsen bij mensen die niet praten konden, stommen, om hun expressieve lichaamshoudingen en uitdrukkingen vast te leggen. Schilderijen zijn immers ook stil, maar de personages er op moeten wel een verhaal vertellen. Dat moest je volgens Da Vinci niet doen door als schilder maar steeds geïdealiseerde koppen en stijve houdingen van andermans schilderijen over te nemen, maar door zelf de natuur te bestuderen en de variëteit van gezichten en houdingen te gebruiken. Kwakkelstein citeert Da Vinci: „Verschillend zijn de uitdrukkingen op het gezicht als gevolg van emoties, waarvan de voornaamste zijn: lachen, huilen, schreeuwen, zingen in hoge of lage tonen, bewondering, boosheid, vreugde, melancholie, pijn [...] de variëteit aan voorkomen die het gezicht, de handen en de hele persoon kan aannemen bij al deze emoties, en die jij, schilder, noodzakelijkerwijs moet kennen, en als je die kennis niet hebt, dan toont je kunst lichamen die twee maal dood zijn.”

Judaskop

Met zijn meesterwerk Het Laatste Avondmaal in de eetzaal van het klooster van Santa Maria Delle Grazie in Milaan, heeft Da Vinci laten zien hoe het volgens hem moet. De muurschildering uit 1498, waarvan een kopie op ware grootte in Teylers te zien is, net als een goede kopie uit de 16de eeuw uit de abdij van Tongerlo, is een hoogtepunt van Da Vinci’s gevoel voor theater. Alle figuren reageren in lichaamshouding en gezichtsuitdrukking op de mededeling die Jezus net gedaan heeft dat er een verrader onder twaalf apostelen is. Verschillende koppenstudies die hij voor Het Laatste Avondmaal maakte zijn in Teylers te zien, onder meer die voor Judas – waar Da Vinci nog lang naar op zoek was, tot hij iemand vond in Milaan die volgens hem een echte verraderlijke Judaskop had.

Leonardo da Vinci, Studie van de hoofden van twee krijgers (ca. 1504-05)
Foto Szépmüvészeti Múzeum (Boedapest)
Leonardo da Vinci, Buste van een toornige man met een enorme kin tegenover de buste van een ingetogen vrouw met een misvormd gezicht, beiden in profiel (ca. 1485-90)
Foto Royal Collection Trust
Leonardo da Vinci, Studie van de hoofden van twee krijgers (ca. 1504-05); Buste van een toornige man met een enorme kin tegenover de buste van een ingetogen vrouw met een misvormd gezicht, beiden in profiel (ca. 1485-90)
Foto’s Boedapest, Szépmüvészeti Múzeum en Royal Collection Trust

Studies van koppen met krijgers ter voorbereiding van een nooit voltooide muurschildering in het stadhuis in Florence zijn ook in Teylers te zien. In 1503, dezelfde tijd dat Da Vinci in Florence begon aan het portret van Lisa del Giocondo, Mona Lisa, kreeg hij opdracht voor dat fresco. Hij moest een scène van de overwinningen van de Florentijnen op de Milanezen schilderen, de Slag bij Anghiari. Hij componeerde een werveling van paarden en schreeuwende krijgers, en zette die op een karton , een 1 op 1 ontwerp. De muurschildering is nooit afgemaakt, het ontwerp verloren, maar wel in kopie, onder meer van Rubens, bewaard.

Overigens concurreerde Da Vinci met zijn muurschildering in Florence met zijn jongere tijdgenoot Michelangelo, die toen ook een muurschildering in het stadhuis moest maken: de slag bij Cascina. Hij componeerde een groep soldaten die haastig naakt uit de rivier de Arno komen, om tegen soldaten van Pisa te vechten. Michelangelo en Da Vinci moesten niet veel van elkaar hebben; Da Vinci vond dat je als schilder de spierbundels op je figuren niet overdrijven moest, anders lijken ze op „een zak walnoten”, schreef hij volgens zijn biograaf Charles Nicholl, mogelijk verwijzend naar Michelangelo’s fresco-ontwerp. Teylers toont ook naaktstudies van Michelangelo.

Naast die studieschetsen heb je nog de vele karikaturale, soms monsterachtige vreemde koppen die Da Vinci tekende. Voor de lol? Als krabbels, of doodles, een beetje in de kantlijn van alle serieuze wiskundige overpeinzingen, of als tegenhangers van alle aantekeningen over ideale menselijke maten, zoals in Da Vinci’s Vitruvius-man? Kwakkelstein denkt dat Da Vinci een deel van de groteske, karikaturale koppen tekende om mensen aan het lachen te maken, om ze de kracht van tekenkunst te tonen. En hij denkt sommige overdreven koppen ook gemaakt zijn als ontwerp voor koppen van klei die Da Vinci, ook beeldhouwer, maakte, om zijn kunststudenten in zijn atelier gevoelig te maken voor de variëteit en zeggingskracht van zulke karikaturale koppen. Kwakkelstein vermoedt zelfs dat Da Vinci een verloren gegaan boek met illustraties over dat onderwerp geschreven heeft of wilde schrijven. Dat boek is er niet meer, de gekke koppen van terracotta ook niet. Wel hebben we nog de schetsen van Leonardo da Vinci, nu te zien in Teylers Museum in Haarlem.

    • Paul Steenhuis