‘Cartoonisten staan in de frontlinie van de persvrijheid, onbeschermd’

Interview Tjeerd Royaards Cartoonisten worden serieuzer genomen, stelt de winnaar van de Inktspotprijs. Maar ze zijn ook sneller doelwit. En ze worden steeds slechter betaald.

De cartoon ‘Goede migrant, slechte migrant?’ van Tjeerd Royaards won vorige week de Inktspotprijs. Aanleiding: migrant Mamoudou Gassama (22) krijgt Franse staatsburgerschap na redden kind. Illustratie Tjeerd Royaards

Hij wist niet eens zeker of het wel een goede cartoon was, zijn tekening over de Malinese vluchteling die een jongetje redde van een flatgebouw in Parijs. De ‘Spiderman’ kreeg eind mei prompt de Franse nationaliteit, en een baan. „De cartoon kon verkeerd begrepen worden”, zegt cartoonist Tjeerd Royaards (38). „Alsof ik zijn heldendom wilde afpakken.”

Voor de zekerheid testte Royaards de cartoon op Twitter. De uitslag was glashelder: binnen een dag werd ‘Good migrant, bad migrant?’ tienduizenden keren gedeeld. Inmiddels staat de teller op bijna 50.000 retweets. Vorige week won hij de Inktspotprijs voor beste politieke tekening van het jaar, een prijs waar hij al als student Politicologie tegen opkeek.

„Ik wilde de dubbele standaard ten opzichte van migranten laten zien”, zegt Royaards in A-lab, een verzamelgebouw voor kleine bedrijven in Amsterdam-Noord. „Voor Europa zijn vluchtelingen blijkbaar pas echte mensen als ze heldendaden verrichten.”

Twitter: enorm bereik, maar geen geld

Lees ook: Inktspotprijs 2018 naar Tjeerd Royaards

Normaal stuurt Royaards (38) elke verse cartoon naar zo’n veertig internationale media. Drie of vier daarvan plaatsen dan de tekening. Zijn werk verscheen in The New York Times, The Guardian, de Franse Courrier International en op CNN. Dit jaar was hij twee keer ‘Tekenaar van de Maand’ bij NRC. Als een van de weinigen kan Royaards leven van zijn werk.

Maar nu was het eerst de beurt aan Twitter. „Qua bereik fantastisch, qua verdienmodel dramatisch.” Het leverde hem precies 175 euro op. Veel media betalen niet. Een dag nadat zijn cartoon viral gaat, mailt Het Parool of ze de cartoon mogen plaatsen. Royaards antwoordt met een link waar ze de licentie kunnen kopen. Hij krijgt geen antwoord. De volgende dag ziet hij een screenshot van zijn Twitterbericht in de Amsterdamse krant staan. Royaards dreigt nog met juridische stappen, maar de advocaat van de krant beroept zich op het citaatrecht. „Dat getuigt van minachting”, zegt Royaards. “Bovendien schieten media zichzelf hiermee in de voet.”

Zelfportret. Tjeerd Rooyaards

Royaards richtte in 2010 The Cartoon Movement op, een platform waar cartoonisten hun tekeningen kunnen publiceren en verkopen, het grootste in de wereld. Per jaar zet de website zo’n 100.000 euro om, al moeten ze daar wel steeds meer cartoons voor verkopen. „De prijs gaat al 20 jaar naar beneden.” Online ligt die op 25 tot 50 euro, voor print op 75 tot 150 euro, afhankelijk van het medium. Cartoons voor schoolboeken leveren het meest op.

Inmiddels zijn meer dan vijfhonderd cartoonisten uit tachtig landen aangesloten. Daar zitten ook tekenaars bij uit Iran, Turkije, Myanmar en Syrië. „Alle aangesloten Chinese cartoonisten zijn naar Europa gevlucht.” De optie om anoniem te publiceren wordt desondanks zelden gebruikt, zegt Royaards.

Met de persvrijheid gaat het „over het algemeen” niet goed, merkt Royaards. Hij zit in de adviesraad van de Cartoonists Rights Network International, een soort Amnesty International voor cartoonisten. Volgens de Press Freedom Index, die jaarlijks 180 landen rangschikt op basis van persvrijheid, groeit de vijandigheid tegen journalisten, en niet alleen onder dictatoriale regimes. Vier van de vijf hardste dalers liggen in Europa.

Van alle journalisten zijn cartoonisten het kwetsbaarst, zegt Royaards. „Ze worden niet als journalist gezien. Ze zijn niet onderdeel van een redactie of belangenvereniging.” Hij vroeg journalistenvakbond NVJ meer te doen voor cartoonisten. “Dictators en terroristen nemen als eerste aanstoot aan tekeningen. Cartoonisten staan aan de frontlinie voor persvrijheid, zonder bescherming.” Daardoor worden politiek tekenaars volgens Royaards voorzichtiger.

De wedstrijd van Wilders

In augustus werd hij zelf bedreigd. Geert Wilders besloot een cartoonwedstrijd te organiseren met tekeningen van de profeet Mohammed. Die wedstrijd betekende in eerste instantie weinig. „Ik kende niemand die meedeed.” Maar al gauw stroomden de doodsbedreigingen binnen op de Facebookpagina van The Cartoon Movement, honderden per dag, met name uit Pakistan. Die varieerden van „de straten van Nederland zullen rood kleuren” tot Holocaust-afbeeldingen. Royaards voelde zich gedwongen in de media te verklaren dat zijn organisatie niets met de wedstrijd te maken had. Wilders heeft de wedstrijd afgelast, de dreigementen zijn opgehouden.

Royaards zelf is niet voorzichtiger gaan tekenen. „Ook vóór Charlie Hebdo tekende ik de profeet niet.” Sinds de aanslag op het cartoontijdschrift in januari 2015 worden politieke tekeningen wel serieuzer genomen, volgens Royaards. Ook cartoonisten zelf zijn zich bewuster geworden van hun impact. „Op sociale media kan je viral gaan, maar één misstap kan je kop kosten.”

Het doel van Royaards is niet om iemand kwaad te maken: „Ik wil een punt maken. Als mensen boos worden, overstijgt die woede de boodschap.” Al worden zijn cartoons wel geboren uit een sterke mening. „Maar die wil ik niemand opdringen.”

    • Menno Sedee