Blok trekt lessen uit omstreden steun aan oppositie in Syrië

Non-lethal Assistance In het debat over steun in de Syrië-oorlog lagen Kamerleden vooral met elkaar overhoop.

Minister Blok tijdens het debat.Foto David van Dam

Heeft de Nederlandse regering geblunderd bij het steunen van oppositiegroepen in de Syrische burgeroorlog? Dit is al twee weken de vraag op en rond het Binnenhof sinds het televisieprogramma Nieuwsuur en dagblad Trouw met verhalen kwamen over het volledig uit de hand lopen van het in 2015 begonnen Nederlandse hulpprogramma.

De Tweede Kamer debatteerde dinsdag met minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) over de kwestie. Ja, het had beter gekund, erkende de minister. Maar de suggestie dat de door Nederland gesteunde troepen op grote schaal alleen maar met terrorisme bezig waren geweest was „onjuist”. De controle was niet altijd geweest zoals deze had moeten zijn, had „intensiever” gemoeten, maar hij vroeg tevens begrip: „De situatie in Syrië is zeer ingewikkeld.”

Het vuur zou minister Blok aan de schenen worden gelegd, zo was vooraf door menigeen voorspeld. Hem stond „een zwaar debat” te wachten. Het tweede al in zijn pas korte ministerschap. Begin vorige maand, direct na het zomerreces, moest hij zich verantwoorden voor zijn omstreden uitspraken over de multiculturele samenleving. En nu dus over de Nederlandse betrokkenheid bij de Syrische burgeroorlog. Een zaak waarvoor hij weliswaar staatsrechtelijk verantwoordelijk is, maar die zich voor het overige grotendeels afspeelde onder zijn voorgangers.

‘Onaanvaardbare risico’s’

Afgezien van een niet aangenomen motie van wantrouwen van de SP viel het wel mee met de aanvallen op de minister. In plaats daarvan lagen Kamerleden vooral met elkaar overhoop over de non-lethal assistance (NLA) aan gematigde Syrische rebellen. Onaanvaardbare risico’s of een gevolg van de complexiteit en heftigheid van de Syrische burgeroorlog?

Het CDA en de ChristenUnie zijn al sinds de start in 2015 (toen beide partijen in tegenstelling tot nu niet in het kabinet zaten) heel kritisch over het NLA-programma, waarbij 22 rebellengroepen vallend onder het Vrije Syrische Leger werden gesteund met ‘civiele’ spullen zoals tenten, medische kits en uniformen, maar tevens met voertuigen, die ook militair konden worden ingezet. Die aanhoudende kritiek heeft recent tot spanningen in de coalitie geleid: want waarom zo hard tegen Blok terwijl alles toch in gang was gezet door zijn PvdA-voorganger?

Maar dat was in de aanloop naar het Kamerdebat. CDA en ChristenUnie gingen er dinsdag niet frontaal tegenaan. Pieter Omtzigt (CDA), die de regering al maanden bestookt met tientallen, vaak zeer gedetailleerde vragen, prees Blok voor diens „juiste besluit” om de steun aan de rebellen te stoppen. Eenzelfde compliment kreeg Blok nu van Tweede Kamerlid Joël Voordewind (ChristenUnie). Het vorige kabinet had „een papieren werkelijkheid” gecreëerd. „Dit nooit meer zo”, aldus Voordewind.

Volkenrecht

De toon van Omtzigt was opvallend „minder kritisch”, viel ook Tunahan Kuzu (Denk) op. „Ik zie dat u nu al bezig bent met het intrekken van de keutel die u de afgelopen zes maanden heeft proberen te leggen.” Even later ontpopte Kuzu zich weer tot bondgenoot van minister Blok, tegenover Joël Voordewind (ChristenUnie). Die is altijd kritisch geweest over het door Nederland gesteunde Vrije Syrische Leger, dat de mensenrechten zou schenden. Maar Voordewind, zo bracht Kuzu in herinnering, was wel voor steun aan de door Koerden gedomineerde Syrische Democratische Strijdkrachten, waarvan zulke schendingen óók bekend zijn. „Waar hij de regering van beschuldigt, doet hij zelf ook.”

Terugkerende vraag in het debat was of de Nederlandse hulp altijd wel in overeenstemming met het volkenrecht was geweest. Ja, zei Blok. Het inmiddels gestopte hulpprogramma had zich bewogen „binnen de grenzen van het volkenrecht”. Maar hij beloofde dat in het vervolg de volkenrechtelijke toetsing „explicieter” zal plaatsvinden en met de Tweede Kamer zal worden gedeeld.

In een motie van de coalitie waar ook GroenLinks, PvdA en SGP hun handtekening onder zetten worden twee adviesorganen (CAVV en AIV) gevraagd advies uit te brengen over een ‘toetsingskader’ voor „het leveren en financieren van niet-letale steun aan niet-statelijke, gewapende groepen in het buitenland”. Daarbij moet dan ook de rol van volkenrechtelijk advies worden betrokken.

Of dit problemen in de toekomst zal voorkomen? Eerder in het debat riep Kamerlid Sven Koopmans (VVD) op tot realiteitszin: „Als je mensen helpt met het blussen van de brand aanvaard je dat er een risico is. Dat is de realiteit van de oorlog. Helende handen zijn vaak ook vuile handen.”

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie Haagse Zaken: Waarom Nederlandse oorlogsmissies nooit gaan zoals verwacht
U kunt zich ook abonneren via iTunes, Stitcher, Spotify of RSS.
    • Stéphane Alonso
    • Mark Kranenburg