Recensie

Bij de excentrieke Masahisa Fukase gaat het altijd over hemzelf

Fotografie Op het obsessieve af fotografeerde de Japanse kunstenaar Masahisa Fukase zijn familie, zijn katten en vooral ook heel vaak zichzelf.

Masahisa Fukase, Zonder titel, 1992, uit de serie Berobero Beeld Masahisa Fukase Archives

„Waar fotografen in het algemeen gekarakteriseerd kunnen worden als toeschouwers die het liefst op de achtergrond, in het donker, staan, geeft Fukase er de voorkeur aan zelf in het licht te stappen en zichzelf aan anderen te laten zien”, schreef in de jaren 70 een Japans criticus over het werk van zijn excentrieke landgenoot Masahisa Fukase. Want of Fukase nu wel of niet daadwerkelijk zelf in beeld is; altijd gaat een foto van hem direct of indirect over hemzelf. Het gaat over zíjn verdriet, zijn liefde, eenzaamheid, familie, speelsheid, humor gekte of wanhoop. Fukase fotografeerde, op het obsessieve af, zijn vrouwen, zijn dode kind, zijn vader en zijn moeder, zijn katten en vooral ook heel vaak zichzelf. ‘Japans autobiografische fotograaf’, zo werd hij genoemd. Het is een juiste typering voor een kunstenaar bij wie artistiek oeuvre en persoonlijk leven zo naadloos met elkaar verweven zijn.

Masahisa Fukase, Erimo Cape, 1976, uit de serie Ravens Beeld Masahisa Fukase Archives

Masahisa Fukase (1934-2012) werd vooral beroemd met The Solitude of Ravens (1986), het fotoboek dat in 2010 door een panel van experts werd uitgeroepen tot het beste fotoboek van de afgelopen 25 jaar. Die intense, poëtische foto’s van voornamelijk onheilspellende, zwarte raven gaan natuurlijk niet simpelweg over vogels – veel meer dan dat ze een uitspraak doen over de wereld die Fukase om zich heen zag, ging het over zijn binnenwereld. Over zijn sombere gemoed nadat hij tot de conclusie was gekomen dat het huwelijk met zijn tweede vrouw Yoko, die tien jaar lang zijn muze was geweest, niet meer te redden was. In de diepzwarte, grofkorrelige beelden neemt Fukase de kijker mee in een bijna dromerige ‘stream of consciousness’, zoals Foam-curator Hinde Haest het noemt. Hij roept ermee een gevoel van verlies en verlorenheid op. Soms zingt daar ook een gevoel van vrijheid doorheen, bijvoorbeeld als we kijken naar de foto van twee meisjes met hun wapperende haren.

Masahisa Fukase, Zonder titel, 1985, uit de serie Ravens Beeld Masahisa Fukase Archives

Waar de meeste mensen bij Fukase onmiddellijk denken aan dit boek, laat Foam nu in een eerste grote overzichtstentoonstelling zien hoeveel rijker en gevarieerder zijn oeuvre is. Dat hij ook in kleur fotografeerde – er blijken zelfs Ravens in kleur te zijn, dat hij psychedelische montages maakte, hoe geestig zijn familieportretten zijn en hoe theatraal en speels de foto’s die hij van Yoko maakte in Homo Ludence (1971). Die na hun huwelijk overigens zou vertellen, in een artikel in een Japans fototijdschrift met de titel ‘De ongeneeslijke egoïst’, dat ze tien jaar lang met Fukase samen had geleefd, maar dat hij haar al die tijd alleen maar had gezien ‘door zijn lens’.

Speelsheid en een uitbundige levenslust, gemixt met een diep gevoel van melancholische zwaarmoedigheid – het is het kenmerk van Fukase. Zijn toch al tragische leven – een doodgeboren kind, diverse scheidingen, bovenmatig alcoholgebruik – kende een nog tragischer einde. In 1992 viel hij straalbezopen van de trap in zijn stamkroeg om daarna twintig jaar lang, tot zijn dood in 2012, in coma te liggen. Dat hij als titel van zijn laatste serie met voornamelijk zelfportretten koos voor Private Scenes (1992); in het Japans ‘shikei’ – een homoniem dat ook ‘doodstraf’ betekent, klinkt bijna profetisch.

    • Rianne van Dijck