Was het bewaren van het rapport politieke strategie?

Debat Ollongren Minister Kajsa Ollongren publiceerde een rapport over de geheime diensten pas na het referendum. De Kamer wil weten waarom.

Foto Jerry Lampen / ANP

Was het een politieke afweging of puur een kwestie van afstemming met de buitenlandse inlichtingendiensten? De Tweede Kamer wil woensdag van minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) weten waarom zij een kritisch rapport over de geheime diensten pas een week ná het referendum over de inlichtingenwet publiceerde. Na een publicatie van Nieuwsuur lijkt het erop dat ze dit deed omdat het haar politiek handig uitkwam.

1 Wat heeft Nieuwsuur precies onthuld?

In een interne mail die Nieuwsuur na een Wob-verzoek in handen kreeg, schrijft een ambtenaar van haar ministerie een week voor het referendum dat Ollongren „heeft besloten dat, nu verzending van het rapport niet meer enige tijd voor het referendum kan plaatsvinden, verzending na het referendum te verkiezen is. Deze tijd zal ook nodig zijn voor het zorgvuldig afstemmen [...] met buitenlandse partners.”

De formulering wekt de indruk dat Ollongren het rapport bewust na het referendum wilde publiceren, zodat het geen argument werd voor tegenstanders. Het rapport is kritisch over het delen van gegevens met buitenlandse diensten, een belangrijk thema van de campagne. Een woordvoerder van Ollongren zegt dat de mail verkeerd wordt geïnterpreteerd en dat uitstel nodig was vanwege buitenlandse diensten, maar geeft geen antwoord op de vraag waarom het referendum in de mail genoemd wordt.

2 Hoe hoog neemt de Tweede Kamer dit op?

De oppositie is kritisch. „De minister heeft informatie achtergehouden die van groot belang was voor het publieke debat en de Kamer onjuist geïnformeerd”, zegt SP-Kamerlid Ronald van Raak. „Ze zei dat ze het de Kamer zo snel mogelijk wilde sturen, maar uit de interne mail blijkt nu dat het een politieke keuze was dat niet te doen.”

Ook de coalitiepartijen hebben nog veel vragen. CDA’er Harry van der Molen vindt dat Ollongren „moet aangeven hoe we de mail moeten lezen.” D66-Kamerlid Kees Verhoeven vindt de minister met een goed verhaal moet komen om de schijn weg te nemen dat het rapport werd achtergehouden.

3 Was het rapport relevant voor het referendum?

Het rapport heeft kritiek op hoe geheime diensten internationaal gegevens delen. Het is volgens toezichthouder CTIVD bijvoorbeeld niet goed duidelijk om welke redenen vermeende jihadisten in een gezamenlijke databank belanden. Privacyschending door internationele uitwisseling van gegevens was een belangrijke zorg van tegenstanders, al ging die discussie vaak over het delen van ongelezen communicatie van burgers. Volgens Ollongren zou het rapport géén ander licht op de discussie hebben geworpen. Onzin, vindt GroenLinks-Kamerlid Kathalijne Buitenweg. „Het rapport geeft een waarschuwing af over waar de samenwerking met buitenlandse diensten heen kan gaan. Het is juist heel relevant.”

4 Hoe lang heeft het rapport op de plank gelegen?

De publicatie kende een lange aanloop. Een conceptversie lag al in november op het bureau van Ollongren. Buitenlandse partners konden erop reageren en veel waren niet blij. Het ministerie verzocht de CTIVD om een deel van het rapport te verplaatsen naar het geheime deel, dat alleen naar de commissie Stiekem wordt gestuurd. De toezichthouder liet slechts wat details weg over de werkwijze van de diensten, zo bleek toen Ollongren op 9 februari de definitieve versie kreeg. Buitenlandse diensten drongen daarop aan om zinnen in het rapport weg te lakken, maar Ollongren besloot een week voor het referendum, op 13 maart, dat niet te doen. „Tot het laatste moment is er telefonisch overleg geweest met buitenlandse partners”, zegt een woordvoerder van het ministerie.

    • Liza van Lonkhuyzen
    • Pim van den Dool