Recensie

Wagner-bewerking van De Hotshop mist gelaagdheid

Theater De Hotshop, de talentengroep van De Warme Winkel, waagt zich aan een bewerking van Wagners operavierluik ‘Der Ring des Nibelungen’. Die heeft inhoudelijk weinig om het lijf.

Foto Sofie Knijff

Aan ambitie ontbreekt het de makers van Wagner: De halve Ring niet. De Hotshop, de groep voor theatertalent van De Warme Winkel, stelde zich ten doel om Richard Wagners epische, vijftien uur durende operavierluik Der Ring des Nibelungen in zijn geheel te bewerken. De spelers maakten tijdens hun opleiding aan het Conservatorium van Antwerpen het eerste deel Das Rheingold en voegen daar nu Die Walküre aan toe.

De nu vijf jaar oude bewerking van Das Rheingold is een typische montagevoorstelling zoals je die vaak ziet bij afstudeerwerk van acteursopleidingen. Het bronmateriaal geeft aanleiding tot verschillende sketch-achtige scènes waarin biografische details over Wagner, het basisverhaal en scènes waarin de acteurs zichzelf spelen met elkaar verweven zijn. Het spelplezier van de acteurs en de vlotte afwisseling van de scènes maken het een vermakelijk geheel, maar inhoudelijk heeft het weinig om het lijf. De fascinatie van de spelers voor Wagners magnum opus wordt nergens invoelbaar.

De artistieke noodzaak van deze bewerking wordt ook in het tweede deel onvoldoende duidelijk. Het begint spannend: drie van de spelers leggen aan het publiek uit dat ze zich eigenlijk schamen voor hun eerste voorstelling omdat ze daarin Wagners nazi-sympathieën buiten beschouwing laten (een mooie vondst is dat ze vanuit luidsprekers in het publiek weerwoord krijgen van toeschouwers die hun zelfkritiek maar linksige onzin vinden). Daarna volgt echter een geplaybackte versie van (een deel van) Die Walküre die noch de muzikale schoonheid van het origineel recht kan doen, noch inhoudelijk sterk genoeg is om als moderne deconstructie te fungeren. Wagner: De halve Ring blijft daarmee een fletse kopie van een De Warme Winkel-voorstelling: wel de uiterlijke verschijningsvorm, maar zonder de thematische gelaagdheid.

    • Marijn Lems