Opinie

    • Tom-Jan Meeus

Genieten van onze eindeloze goedheid

Moreel verval in oorlogstijd, weinig volkeren ontkomen eraan – behalve Nederlanders misschien. Nederlanders zien vooral eigen goedheid gedurende gewapende strijd. In de oorlog, na de oorlog, voor de oorlog: volgens het nationale zelfbeeld vertegenwoordigen Nederlanders vrijwel alleen het goede.

Soms zit het even tegen. NRC bracht een verpletterende voorpublicatie van De bokser, de biografie van advocaat Max Moszkowicz, die in de Tweede Wereldoorlog vier concentratiekampen overleefde. Toen hij terugkeerde in Maastricht, noteert biograaf Marcel Haenen, werd hij verwelkomd als ne joed, een jood – een indringer in een katholieke stad.

Met zulke goedheid heb je verder geen slechtheid nodig.

Maar zelden tast dit soort verhalen ons zelfbeeld aan. Toen de regering-Obama vijf jaar terug, in de marge van een NAVO-top, tien landen in een zaaltje propte als coalition of the willing tegen IS, zat Nederland niet bij de genodigden. Verontwaardiging alom: in de Kamer eisten bijna alle fracties Hollands meevechten tegen de barbaren. „IS [moet] internationaal gestopt en verslagen worden, politiek, militair en […] ideologisch”, zei Omtzigt (CDA). „Als het aan de CU ligt, neemt Nederland deel aan de coalitie”, zei Voordewind (CU).

Zelf schreef ik destijds een sceptisch stuk over de snelheid waarmee de Kamer zich (opnieuw) in een ongewis avontuur stortte, maar het vertrouwen in de eigen goedheid won het ook toen van gezonde terughoudendheid.

Militair werd IS alweer even geleden verslagen, en sinds kort weten we dankzij Nieuwsuur en Trouw dat (niet-militaire) Nederlandse hulp terechtkwam bij gewapende Syrische groepen die het OM als terroristisch typeert. Knap journalistiek werk. En fijn voor CDA en CU, omdat zij, ondanks hun principiële steun aan militair ingrijpen, in 2015 al kritisch waren over de concrete bestemming van de Hollandse hulp.

De laatste weken leidden aanhoudende Kamervragen van het CDA tot sfeerbederf met de VVD, en nu de Kamer deze dinsdag over de zaak debatteert is de potentie van een affaire al zichtbaar: maandenlange discussie over (onjuiste) informatie aan de Kamer en nooit gemelde (staatsgeheime) bedoelingen achter de operatie. Een droom voor liefhebbers van politiek beentje lichten.

Ik zeg niet dat het geen legitimiteit heeft – de Kamer hoort correct geïnformeerd te worden. Maar het is een debat dat schreeuwt om context. Goed zijn vóór en na de oorlog is zo moeilijk niet. In de oorlog is het anders: oorlog wordt zelden met alleen goedheid gewonnen. Als de Kamer die feitelijkheid ongenoemd laat, bevestigt ze opnieuw een nationaal zelfbeeld dat pijnlijk ver van de werkelijkheid verwijderd is.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.

    • Tom-Jan Meeus