Opinie

    • Ellen Deckwitz

Gegeest

‘Heej”, fluistert mijn neefje (12) als hij de voordeur opendoet. „Ma is een beetje chagrijnig vandaag.” „Dat is ze haar hele leven toch al,” zeg ik terwijl ik hem door de gang volg, „heerlijk consistent.” Eenmaal in de woonkamer ligt mijn zus als een kwak beslag op de bank. „Mama wordt gegeest!” zegt mijn jongste neefje (10).

„Ge-wat?”

„Gegeest”, zeggen hij en zijn moeder in koor.

„Dat is,” zegt de oudste, „wanneer iemand opeens niets meer van zich laat horen.”

„Ze heeft een blauwtje gelopen”, zegt de jongste.

„Eigenlijk is het geghost”, zegt mijn zus. „Maar ik wil minder Engelse woorden gebruiken. Weet je nog, die chick van dat biologische festival?”

„Die met die neus?”

„Die neus viel reuze mee. Ik zag haar tot donderdag iedere dag. Elk uur appjes, hele telefoongesprekken ’s nachts. En opeens niets meer. Ik ontdekte via via – oké, Facebook – dat ze weer terug is bij haar ex.”

„Mama was een rebound”, zegt de jongste.

„Een opvullertje”, verbetert ze hem, „en waarom gaan jullie niet even koken.”

Mijn neefjes lopen naar de keuken en ik plof naast haar op de bank.

„Denk je niet dat de jongens een beetje jong zijn om je hele liefdesleven mee te delen?” vraag ik.

‘Vanaf tien wordt tegenwoordig al seksuele voorlichting gegeven”, mokt ze. „Dan is liefdesvoorlichting niet meer dan passend. Door seks hecht je je en daarmee begint de hele ellende. Zodra je een kind kunt verwekken, kan je hart worden gebroken.”

Ze staart even voor zich uit en zegt dan:

„Ik vond haar écht écht écht heel erg leuk.”

Gevolgd door:

„Haar ex nam alleen maar. Ik gaf haar alles wat ze wilde.”

Na nog een stilte:

„Maar misschien werkt de mens zo. Van sommigen willen we dingen, aan anderen willen we dingen geven. Bij je geliefde moet je leren om beide te doen, maar geen hond kan dat zonder zichzelf te gaan minachten. Tegelijkertijd egoïstisch én altruïstisch bij dezelfde persoon zijn, probeer er dan nog maar van te blijven houden. En dus gaf ik alleen maar, bang iets stuk te maken als ik wat voor mezelf eiste. Bakken vol liefde stortte ik over haar uit, bedolf haar eronder totdat ze nergens meer heen kon.”

„En nu is ze terug bij iemand die alleen maar neemt.”

„Misschien miste ze het geven. Misschien dacht ze: als ik dan toch ergens kapot aan moet gaan, dan maar aan iets wat ik al ken.”

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

    • Ellen Deckwitz