Extreem-rechtse terreurcel uit Saksen opgepakt

Duitsland

Via aanslagen op politieke tegenstanders en vermeende buitenlanders zou de groep een radicaal-rechtse omwenteling willen bereiken.

De Duitse autoriteiten zeggen een extreem-rechtse terreurcel te hebben opgerold. De groep, uit de Oost-Duitse deelstaat Saksen, zou van plan zijn geweest zowel gewelddadige aanslagen te plegen als een politieke en maatschappelijke omwenteling in de Bondsrepubliek te realiseren.

Met ruim honderd agenten, deels van speciale antiterreureenheden, pakte de politie maandag in Saksen en Beieren zes mannen op die een organisatie met de naam Revolution Chemnitz zouden hebben opgezet. Een zevende groepslid, die de leider zou zijn, was al eerder vastgezet.

Uit afgetapte telefoongesprekken en chats over het internet is volgens Duitse media gebleken dat deze groep de neonazistische Nationalsozialistischer Untergrund (NSU) nog wilde overtreffen. De NSU pleegde tussen 2000 en 2007 tien moorden, drie bomaanslagen en vijftien roofovervallen. De enige overlevende van de drie NSU-terroristen, Beate Zschäpe, kreeg deze zomer levenslang.

De leden van Revolution Chemnitz zouden met elkaar besproken hebben dat het niet genoeg was met geweld angst te zaaien, zoals de NSU- terroristen. De zeven uit Chemnitz wilden de hele maatschappij veranderen, aldus de Süddeutsche Zeitung. „Ze wilden een ander land”, aldus een anonieme rechercheur. En ze wilden alleen mensen rekruteren die bereid zouden zijn om geweld te gebruiken.

De aanslagen hadden gericht moeten zijn op buitenlanders of wie ze daarvoor aanzagen, politiek andersdenkenden en op „de mediadictatuur en hun slaven”. Bij de arrestaties en huiszoekingen werden geen vuurwapens gevonden. Maar de mannen zouden al bezig zijn geweest wapens aan te schaffen, aldus een woordvoerder van het OM. Mogelijk was al een aanslag in voorbereiding voor 3 oktober, de Dag van de Duitse Eenheid, waarop gevierd wordt dat in 1990 een eind kwam aan de Duitse deling.

De groep zou pas onlangs zijn opgericht, niet later dan 11 september, meldt justitie. Op 14 september zouden vijf van de zeven mannen bij wijze van test run in de Oost-Duitse stad Chemnitz – gewapend met flessen, versterkte handschoenen en stroomstootwapens – mensen met een migratieachtergrond hebben aangevallen. Dat was aanleiding om de leider van de groep te arresteren.

De andere zes, allen tussen de twintig en 31 jaar oud, zouden leidersfiguren zijn in het extreem-rechtse milieu van hooligans, neonazi’s en skinheads in Saksen. Onduidelijk is of ze ook een rol speelden bij de rellen eind augustus in Chemnitz, die uitbraken na de dood van een Duitser bij een steekpartij, waarvoor twee asielzoekers worden verdacht van doodslag. In die dagen viel een tiental neonazi’s ook een koosjer restaurant en de uitbater ervan aan.

De gebeurtenissen in Chemnitz leidden tot grote politieke ophef in Duitsland en meningsverschillen of al dan niet sprake was geweest van een klopjacht op ‘buitenlanders’. Het hoofd van de binnenlandse veiligheidsdienst, moest uiteindelijk opstappen, omdat hij de zaak bagatelliseerde en zonder onderzoek suggereerde dat de beelden van het opjagen van een vermeende buitenlander bewust misleidende informatie was.

De Duitse autoriteiten kampen al jaren met het imago dat ze het gevaar van rechts-extremisme onvoldoende serieus nemen, „aan het rechteroog blind zijn”. Dat vloeit onder meer voort uit het feit dat de NSU-moorden jarenlang werden afgedaan als afrekeningen in het criminele (Turks-Duitse) milieu, terwijl er tal van aanwijzingen waren dat er racistische motieven speelden.

De Duitse minister van Justitie Katarina Barley verklaarde maandag op Twitter: „Van extreem-rechtse terreur gaat een reëel en groot gevaar uit dat we heel serieus nemen.” Twee van de mannen blijken tien jaar geleden al eens licht bestraft te zijn, voor lidmaatschap van de verboden rechts-radicale organisatie Sturm 34.

    • Christiaan Paauwe