Een Europees leger: fictie of noodzaak?

Defensie In Brussel, Parijs en Berlijn wordt gezocht naar een meer zelfstandige rol voor Europa. Poetin en Trump hebben het continent wakker geschud. Kan Europa zichzelf verdedigen, mocht de relatie met VS bekoelen? En wie is eigenlijk de vijand?

Amerikaanse soldaten springen uit een militair vliegtuig tijdens een oefening in Letland op 9 juni 2018. Foto Valda Kalnina/EPA

Eind 2016 werd een feestje gevierd in een loods in het Limburgse Eygelshoven. De opperbevelhebber van het Amerikaanse leger in Europa, luitenant-generaal Ben Hodges, kwam over uit zijn hoofdkwartier in het Duitse Wiesbaden. Want bijzonder was het wel: er stonden weer Amerikaanse tanks op Europese bodem.

Drie jaar eerder waren de laatste tanks uit Europa vertrokken, nu bracht Hodges ze weer terug. „We dachten allemaal dat Rusland onze partner zou worden”, zei hij, staand tussen de net gearriveerde Abrams-tanks en Bradley-pantservoertuigen. Niet dus. Door de Russische annexatie van de Krim en inmenging in Oekraïne was de veiligheidssituatie in Europa drastisch verslechterd. En als het in Europa spannend wordt, komen de Verenigde Staten in actie.

Op die decemberdag was de westerse wereld nog op orde, al voelde je dat er verandering op komst was. Donald Trump was verkozen, maar nog niet in functie. De president-elect had in zijn campagne uitgehaald naar de NAVO („verouderd”) en naar de Europese Unie („vijandig”) en hij had het Amerikaanse eigenbelang heilig verklaard. Maar, zeiden de Europeanen tegen elkaar, tegenover de rabiate campagnetaal van de nieuwe man staat een kleine eeuw Amerikaanse bemoeienis met Europa, waarvan bijna 70 jaar in NAVO-verband. En zie: de tanks zijn terug.

Toen bezocht president Trump Europa. Hij deed een handknijp-wedstrijd met de Franse president Emmanuel Macron, haalde uit naar de lage defensie-uitgaven van de NAVO-partners en verzuimde het solidariteitsbeginsel van de NAVO (artikel 5) te onderschrijven.

Aan het einde van een lang en warm Hemelvaartweekend constateerde bondskanselier Angela Merkel dat de trans-Atlantische vriendschap niet meer zo vanzelfsprekend was. „De tijd dat we volledig op anderen kunnen leunen is gedeeltelijk voorbij. Daarom kan ik alleen maar zeggen: wij Europeanen moeten ons lot werkelijk in eigen hand nemen, wij moeten vechten voor onze eigen toekomst.”

Bekijk ook de video waarin Angela Merkel het heeft over het niet blind kunnen varen op vertrouwde verhoudingen:

Tussen Poetin en Trump

Poetin en Trump hebben Europa wakker geschud. Sluimerende zorgen over Europese zelfstandigheid op het wereldtoneel en, in het verlengde daarvan, bezorgdheid over Europa’s militaire kracht, hebben een fikse impuls gekregen. Eerst liet Europa zich overrompelen door Russische ‘groene mannetjes’ in de zogeheten ‘in between countries’, de landen tussen de NAVO en Rusland. Terwijl de NAVO haastig verdediging aan de oostflank opbouwde, haalden Brexit en Trump in korte tijd de status-quo in eigen huis overhoop. De VS zaaiden als supermacht twijfel over de NAVO. Het Verenigd Koninkrijk, militair powerhouse in Europa, gaat op afstand. Het oude continent werd in de tang genomen. De dreiging nam toe, de onderlinge solidariteit nam af.

De verwijdering tussen de VS en Europa is niet nieuw. Sinds de val van de Muur, bijna dertig jaar geleden, zijn de VS en Europa niet meer verbonden door een gemeenschappelijke vijand. De tijd dat een gezamenlijke vijand de VS en Europa aan elkaar smeedde op straffe van de ondergang van het kapitalisme, hield in 1989 op met de val van de Muur. Robert Gates, voormalig defensieminister van de VS, voorspelde in 2011 al dat bij het Amerikaanse publiek steeds minder animo zou zijn schaarse fondsen te besteden aan Europeanen die zelf niet genoeg aan defensie doen. Maar tot 2016 geloofde niemand dat de VS de solidariteit zouden opzeggen.

Europa kan zichzelf eigenlijk niet verdedigen: het is onbetaalbaar en eigenlijk ook onwenselijk dat Europa het Amerikaanse kernwapenarsenaal kopieert om de Amerikaanse rol in de afschrikking over te nemen.

Trump drijft het debat over Europese strategische autonomie nu op de spits. Trump, constateerde de bekende Duitse diplomaat Wolfgang Ischinger, is de „brandversneller”. „De geopolitiek dwingt ons om als Europa ons lot meer in eigen handen te nemen”, zei Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker vorige maand tijdens zijn Staat van de Unie in Straatsburg. Juncker doelde in eerste instantie op een slagvaardiger buitenlands beleid, betere terrorismebestrijding, een antwoord op migratie en efficiëntere aanpak van online manipulatie. Maar hoort daar niet ook militaire slagkracht bij? Europa, vinden sommigen, zou diplomatiek sterker staan als haar macht niet alleen stoelt op soft power, maar ook op fire power. De Duitse diplomaat Wolfgang Ischinger haalde in een recent interview in zakenkrant Handelsblatt een Engelse diplomaten-wijsheid aan: diplomatie is zo veel leuker als je een paar regimenten achter de hand hebt.

Lees ook: Europa wantrouwt Trump, maar kan niet zonder hem

Bij aanvang van het nieuwe politieke seizoen sprak president Macron in Parijs de Franse ambassadeurs toe. Hij brak een lans voor Europese defensiesamenwerking en beloofde binnen een paar maanden met een plan te komen. „Europa kan haar veiligheid niet meer alleen plaatsen bij de Verenigde Staten. Het is tegenwoordig aan ons verantwoordelijkheid te nemen om de veiligheid – en dus de Europese soevereiniteit – te verdedigen”, zei hij. „We moeten conclusies verbinden aan het einde van de Koude Oorlog.”

Ook in Berlijn is de zomer benut om na te denken over de Europese defensie. „Het is in ons eigen belang de Europese pijler van het Noord-Atlantische verbond te versterken”, schreef de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas (SPD) eind augustus in een opiniestuk. „Niet omdat Trump steeds hogere uitgavendoelstellingen verkondigt, maar omdat we niet langer zoals vroeger op Washington kunnen bouwen.” Europa moet een eigen defensie-unie opbouwen, schreef Maas. Alleen dán heeft de verhoging van het Duitse defensiebudget nut.

Minister Maas veroorzaakte in Berlijn wat politieke golfslag. Hij schreef namelijk ook dat Europa desnoods „tegenwicht” moet bieden aan de VS als Washington Europese belangen schaadt.

Merkel schrok van zoveel opstandigheid. De bekoelde relatie met de VS was ook haar niet ontgaan, maar tégen de grootmacht ingaan is nog geen beleid in Berlijn. Het bewijst hoe groot de verwarring is.

Wat willen de VS?

De vraag is waarop Europa zich nu precies moet voorbereiden. Als Trump niet méér wil dan hogere Europese defensie-uitgaven, dan kan Europa hem vrij eenvoudig tegemoetkomen. De Europese lidstaten hebben zich immers zélf gecommitteerd aan hogere defensie-uitgaven als antwoord op Russische agressie. Ze moeten dan wel nog Trumps onvoorspelbare gedrag tolereren. Niet leuk, maar een kleine prijs als je daarmee de NAVO overeind kunt houden.

Maar wat als Trump uit is op het omverwerpen van de Alliantie, vroeg columnist Anne Applebaum zich in juli af in de The Washington Post. Zo gek is die gedachte niet, vond ze. Trump gaat al decennia tekeer tegen het bondgenootschap. De VS hebben geen belangen in Europa, stelde hij al in 2000. „Hun conflicten zijn geen Amerikaanse levens waard.” Als dát Trumps agenda is, dan moeten de Europeanen snel een eigen leger opbouwen, concludeerde Applebaum. „Europa moet zich voorbereiden op een toekomst zonder de Verenigde Staten.”

De Amerikanen maken overigens geen aanstalten hun tanks terug te halen. Sterker: de Amerikaanse uitgaven voor de verdediging van Oost-Europa lopen op. Trok zijn voorganger Obama in 2015 nog 1 miljard dollar extra uit voor het European Deterrence Initiative (EDI), Trump heeft voor het fiscale jaar 2019 een EDI-budget van 6,5 miljard goedgekeurd – ongeveer 1 procent van zijn defensiebegroting.

Een Europese defensie heeft alleen kans van slagen als de dreiging overtuigend is.

Kan Europa het alleen?

Hoe realistisch is de roep om Europese militaire zelfstandigheid? Europa kan zichzelf eigenlijk niet verdedigen: het is onbetaalbaar en eigenlijk ook onwenselijk dat Europa het Amerikaanse kernwapenarsenaal kopieert om de Amerikaanse rol in de afschrikking over te nemen. De wereld heeft dringend behoefte aan minder kernwapens, niet aan meer. Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hebben volgens het Zweedse onderzoeksbureau SIPRI samen 515 kernkoppen, Rusland heeft er 1.600 klaar-om-te-vuren en nog eens 5.250 in het magazijn.

De Britse analist Jonathan Eyal schat dat 75 procent van de NAVO-assets eigendom zijn van de VS. Het zou zeker tien tot vijftien jaar duren voordat Europa zich met eigen wapensystemen kan verdedigen, schatten de Duitse analisten Claudia Major en Christian Mölling. En dan heb je het alleen nog maar over hardware, niet over de onmisbare intelligence, de commandostructuur en de procedures.

En dan is ook nog de vraag hoe je Europa definieert. Beperk je de discussie tot Junckers EU, dan moet je ook de inbreng van het Verenigd Koninkrijk wegdenken. Het VK is goed voor 20 procent van de Europese defensie en 40 procent van de Europese defensie-industrie. Het is dus geen gek idee na een Brexit de defensie-samenwerking met het VK op peil te houden, al dan niet verankerd in nieuwe verdragen.

Wie is de vijand?

Een Europese defensie heeft alleen kans van slagen als de dreiging overtuigend is. Het gaat niet alleen om de vraag of Europa zichzelf kan verdedigen, maar ook waartegen.

Veel ogen zijn gericht op de Russische president. Poetin annexeerde de Krim, mengde zich in de strijd in Oost-Oekraïne en probeert waar hij maar kan tweedracht te zaaien. Poetin ontvangt Europese populisten, houdt militaire manoeuvres en rommelt in buitenlandse verkiezingscampagnes. En hij laat nieuwe wapens ontwikkelen, die hij met zichtbaar genoegen aan de wereld presenteert. Het is moeilijk voorstelbaar dat hij zo’n tien jaar geleden nog salonfähig was in Europa.

Een aantal Europese politici vindt dat de NAVO het Russische gevaar overdrijft. Want hoe groot en sterk is dat Rusland nu helemaal? De economie en het defensiebudget zijn gelijk aan dat van een middelgrote EU-lidstaat. Een frontale confrontatie met het Westen houdt Poetin nooit lang vol. „Dat klopt”, zegt een NAVO-diplomaat. „Maar het gaat niet om de structurele verhoudingen, het gaat erom dat Poetin voortdurend kansen zoekt om dwars te liggen en dan heeft hij genoeg macht om gevaarlijk te zijn.”

Lees ook het stuk dat correspondent Tijn Sadée eerder dit jaar schreef over defensie: EU schroeft de defensie-ambities op

Ging het na Oost-Oekraïne en de Krim vaak over de veiligheid van de Baltische staten, nu maakt men zich in Brussel – bij de NAVO en bij de EU – vooral zorgen over Russische inmenging op de Balkan. De NAVO was niet voor niets blij dat militaire onderdeur Montenegro vorig jaar als 29ste lidstaat kon worden ingelijfd. Montenegro is een fraai voorbeeld van de dubbele uitdaging waar Europa voor staat. Er zijn sterke aanwijzingen dat Rusland in 2016 geprobeerd heeft de regering van Montenegro omver te werpen. En wat doet Trump in 2018? Hij vraagt zich hardop af of hij Montenegro in een conflict met Rusland te hulp zal schieten. Een interviewer op Fox News vroeg de president deze zomer waarom zijn zoon Montenegro zou moeten verdedigen. Trump: „Ik begrijp wat je zegt, ik heb dezelfde vraag gesteld. Montenegro is een klein land met sterke mensen. Ze zijn agressief. En als ze agressief worden, gefeliciteerd, dan zit je in de derde wereldoorlog.”

Poetin is niet het enige probleem. Net ten zuiden van Europa ligt een gordel van landen die gekenmerkt worden door gewelddadige politieke turbulentie – een voedingsbodem voor migratie en terreur. En de voorbije jaren is er een heel nieuw slagveld bijgekomen: cyberspace. Van de elektriciteitscentrale tot het stembureau: plotseling kan alles ten prooi vallen aan een handvol mannen met computers in een kantoortje in Rusland.

Serieuze bedreigingen, maar ook twijfels over trans-Atlantische solidariteit sterken Europese politici in de overtuiging dat het continent militair op eigen benen moet leren staan. Zonder de VS, of in elk geval iets losser van de VS. Kan Europa daar consensus over bereiken? Samenwerken in NAVO-verband onder de knoet van de VS, is heel wat anders dan 27 lidstaten in het gelid zien te krijgen.

    • Michel Kerres