Recensie

De Waddenzee lijkt op een verre planeet in de film van Ruben Smit

Natuurfilm Ruben Smit laat met ‘WAD – overleven op de grens van water en land’ opnieuw de adembenemende schoonheid van de Nederlandse natuur zien. De invloed van de mens is in de film opvallend afwezig.

Een zeehond uit de film over de Wadden, ‘WAD - overleven op de grens van water en land’ van Ruben Smit

Het diepgrijze water van de Waddenzee fonkelt alsof een verborgen schatkamer opengaat. Zilveren kralen, minuscule goudstaven, sieraden van azuurblauw. Al deze schitteringen zijn micromonstertjes plankton en eencelligen. Zo begint de natuurfilm WAD, overleven op de grens van water en land van regisseur Ruben Smit.

Deze wonderlijke, grillige wezentjes vormen de bron van alle leven in het waddengebied. Ze zijn voedsel voor platvissen die weer gegeten worden door zeehonden. En ook leven duizenden vogels van alles wat verborgen zit in het slik, zoals kreeftachtige en schelpdieren. Het waddengebied is een natuurwildernis, een ecosysteem, waarin alles met alles samenhangt. De getijden spoelen eroverheen, vullen de geulen en trekken die weer leeg. Seizoenen heersen er. De flora en fauna zijn verwikkeld in voortdurende strijd met de elementen. Smit en zijn cameraploeg bieden indringende beelden van het wad, zoals droogvallende zandplaten, de geboorte van een zeehond, de overlevingstocht van aandoenlijke jonge bergeendjes uit hun nest in de duinen naar het water, de jachtvlucht van de slechtvalk die een spreeuwenzwerm belaagt. Cameraman en micrograaf Wim van Egmond legt het waddenslik onder de microscoop en filmt dat. Drones tonen het natuurgebied van boven. Ze geven de toeschouwer de echte sensatie van weidsheid en ja, oerkrachten van het wad.

Ruben Smit, die bekendheid verwierf met de De Nieuwe Wildernis (2013), gaat verder door op de weg van leven en dood, eten en gegeten worden. Een zilvermeeuw grijpt een eendenkuiken en bij springtij verwoesten golven een vogelnest. In de esthetiek gaat de filmregie een stap verder: Smit werkt nadrukkelijk met beeldrijm. Zo weerspiegelt de dans van de micro-organismen diep in het water de sluiers van het noorderlicht aan de hemel. Of lijkt de zilveren beweeglijkheid van een school haringen op een golvende vogelzwerm.

De gefilmde schoonheid van het wad is adembenemend. De begeleidende teksten, uitgesproken door Gijs Scholten van Aschat, bieden de juiste achtergrond en sturen het perspectief waarmee we moeten kijken: dit is onwaarschijnlijke natuur. Muziek van Martin Fondse met zang van Nynke Laverman verklanken sfeervol en soms overmatig dreigend het wad.

De natuurkrachten lijken onverwoestbaar, maar ze zijn het niet

Mensen zijn afwezig

Opvallend is dat de invloed van de mens afwezig is. Werelderfgoed Waddenzee lijkt op een verre planeet waarin slechts de stem van de natuur heerst. Voor velen die het wad kennen van de veerboot of van de Friese of Groningse dijken, zelfs van het zeilen of wadlopen, zal dat een vervreemdende ervaring zijn: en de mens dan? Als er een natuurgebied in dit land is waarin de mens een beslissende rol speelt, dan is dat het wad wel. Gasboringen, visserij, klimaatopwarming, toerisme zijn dwingend aanwezig. Pas aan het slot, vlak voor de aftiteling, geeft een tekst in een zwart kader aan dat de Waddenzee bedreigd wordt. Welbewust laten de filmmakers deze tragiek achterwege.

Interessant in dit opzicht is de film De platte jungle van Johan van der Keuken uit 1978, veertig jaar terug, met scheurende saxofoons van Willem Breuker. Van der Keuken filmt, opvallend genoeg, óók de lichtende schoonheid van het onderwaterleven, maar vooral de mens op het wad. Norse mannen zijn het, vissers, stekers van wadpieren, die klagen over de teloorgang van het wad. De vervuiling destijds was intens, het wad een open riool voor lozende fabrieken. Ook was de Vliehors op Vlieland een plek waar straaljagers van defensie objecten, zoals tanks, bestookten met raketten. Het was of daar oorlog woedde in die tijd. Van der Keukens documentaire was bedoeld als waarschuwing. En als filmisch wapen zet hij, evenals Ruben Smit, de natuurrijkdom van de Waddenzee in met zwermen trekvogels - het lijken dezelfde wel. En ook in die natte jungle van Van der Keuken dansen larven van schollen als lichtende kunstwerkjes door het donkere water.

Bij WAD, overleven op de grens van water en land is de inzet gelijk aan die van De platte jungle. De onvervangbare, kwetsbare natuur van Waddenzee zodanig in beeld brengen dat iedereen beseft dat dit nooit verloren mag gaan. Bij Van der Keuken is het de mens zelf die de natuur dreigt te vernietigen. Smit kiest voor een mensloze film waarin de natuur zelf voor drama zorgt. Jagende slechtvalk, rivaliserende zeehondenmannetjes, woeste stormen en fragiel jong leven dat onophoudelijk bedreigd wordt. De natuurkrachten lijken onverwoestbaar, maar ze zijn het niet: het waddengebied is extreem kwetsbaar. Dat is de verborgen boodschap.

    • Kester Freriks