Opinie

    • Paul Scheffer

De uitputting van het liberale wereldbeeld

Sigrid Kaag sprak afgelopen zondag onheilszwangere woorden: „Een donkere en bedreigende stilte. Een bepaalde stilte in de samenleving. In de politiek. De stilte van wel weten wat er speelt. Horen wat er geroepen wordt. Maar het er niet over hebben. En er ook niet echt iets aan doen. (…) Die stilte kan langzaam maar zeker aanzwellen tot collectief zwijgen. Een zwijgen dat uiteindelijk oorverdovend kan worden.”

De klaagzang van Kaag was krachtig, maar ook gespeend van zelfonderzoek. Haar wereldbeeld is omschreven: overal hoort ze de echo’s van de jaren dertig. De context van de Abel Herzberglezing droeg daar ongetwijfeld aan bij. Het viel me wel op dat de minister met de uitspraak dat ze soms wordt behandeld als „vreemdeling in eigen land”, in het spoor raakte van het populisme dat ze bestreed.

Lees ook het opiniestuk van Thierry Baudet: Kaag maakt een karikatuur van haar oproep tot ‘dialoog’

Ik zou zeggen dat elke verdediging van de tolerantie begint met een doordenking van de grenzen van het liberale wereldbeeld. Volgens de politieke wetenschapper Yascha Mounk valt de liberale democratie uiteen in haar samenstellende delen. De ‘democratie’ gaat in zijn optiek over rechten van de meerderheid, terwijl ‘liberale’ staat voor individuele rechten en rechten van minderheden.

We zien we nu hoe democratie en liberalisme met elkaar in conflict kunnen komen. Volgens Mounk toont onze tijd de gelijktijdige opmars van illiberale democratie en ondemocratisch liberalisme. Bij dat eerste moeten we denken aan populistische politiek die met een beroep op de meerderheid de rechten van minderheden in de rechtsstaat afbreekt. Bij het laatste gaat het om technocratische politiek die weliswaar individuele rechten wil waarborgen maar met een beroep op globalisering de zelfbeschikking door meerderheden langzaam uitholt.

De uitputting van het liberale paradigma, waarin het verdwijnen van grenzen en de verbreiding van de markteconomie centraal stonden, markeert de overgang naar nieuwe verhoudingen. De historicus Niall Ferguson stelt dat de financiële crisis in de westerse wereld en de opkomst van het populisme een verandering inluiden. De globalisering is volgens hem doorgeschoten: de voordelen komen vooral terecht bij de 20 procent meest welvarende mensen.

Over het falen van de elites had Sigrid Kaag met eenzelfde hartstocht kunnen spreken

De afgelopen weken leveren alleen al in eigen land genoeg voorbeelden, zoals de affaire bij ING die schuldig werd bevonden aan het op grote schaal witwassen van criminele vermogens. De zaak werd met een boete afgewikkeld maar liet, zeker na de recente ophef over het salaris van de topman Ralph Hamers, een nare smaak achter. Tien jaar na de val van Lehman Brothers luidt het algemene oordeel dat de cultuur bij banken niet wezenlijk is veranderd.

Daar komt de kwestie van de dividendbelasting bij. Het kabinet waar minister Kaag onderdeel van is, maakt een keuze die veel geld kost, dat beter aan publieke zaken had kunnen worden besteed. Toch gaat het uiteindelijk niet om die twee miljard. Het besluit symboliseert een diepe onrechtvaardigheid: kapitaal wordt steeds minder belast, arbeid moet steeds meer de overheidsbestedingen dragen.

We hoeven niet ver te zoeken naar de voornaamste oorzaken van de opkomst van het populisme in onze tijd, zoals de Martin Wolf van de Financial Times, onlangs schreef: „Elites moeten een beetje minder liberalisme promoten, een beetje meer respect tonen voor de banden die burgers bijeen houden en meer belasting betalen.” Laat dat ‘een beetje’ maar weg, zeker als het over belastingen gaat.

Daarachter gaat de grote vraag van onze tijd schuil: kunnen we nog in vrijheid vorm geven aan onze toekomst? Zonder een geloof in de betekenis van collectief handelen gaat het niet lukken. Wanneer het midden de maakbaarheid opgeeft, dan werpen de meer radicale stemmen zich op als hoeder van dat idee.

Lees ook dit stuk, en reageer: Sigrid Kaag raakt snaar met Abel Herzberglezing

De hoogleraar Europese politiek Ulrike Guérot schrijft in een meeslepend pleidooi voor Europa: „We verliezen de liberale democratie dus niet door het rechts-populisme, maar doordat deze democratie zich niet aan haar beloftes heeft gehouden. Over het ressentiment dat de elites nu in het gezicht slaat hoef je je niet te verbazen. Het is meer dan gerechtvaardigd.”

De ongelijkheid en de vervreemding die de globalisering oproept zoeken een uitweg. We hebben eerder gezien hoe het gevoel van onveiligheid zich tegen de democratie kan keren, hoe de vrijheid in diskrediet kan raken. Over het falen van de liberale elites had Sigrid Kaag met eenzelfde hartstocht kunnen spreken. Maar ze had het er niet over – en doet er ook niet echt iets aan.

    • Paul Scheffer