Vier keer ‘A Star is Born’: de man staat nu in de schaduw van Lady Gaga

Achtergond Hollywood loopt weg met ‘A Star is Born’. In deze vierde versie van Bradley Cooper kan de man wel in de schaduw staan van zijn vrouw. Al kampt hij met veel andere problemen.

Lady Gaga als Ally en Bradley Cooper als Jackson Maine. Foto's Warner Bros

Een geduchte kandidaat voor Oscarglorie: Amerika loopt weg met A Star is Born, de vierde versie van Hollywoods tranentrekker. Al nam hoofdrolspeler Stefani Germanotta, beter bekend als Lady Gaga, vorige maand in Venetië wel wat afstand van haar rol.

Als zangeres Ally heeft ze zich in A Star is Born neergelegd bij een lullig baantje en obscuriteit: voor de lol galmt ze ’s avonds soms La Vie en Rose in een dragqueen-revue. Talent? Haar neus is te groot om door te breken, denkt Ally. Tot countryrocker Jackson Maine (Bradley Cooper) haar bij toeval ontdekt, moed inspreekt, lanceert en – pas daarna – bemint. Terwijl de jonge ster opkomt, dooft de oude uit in zijn drank- en drugsverslaving.

Zelf was Lady Gaga geen Ally, benadrukte ze in Venetië. Ze gaf nooit de moed op, geloofde altijd „voor honderd procent” in haar muziek, al werd ze misschien wel zo’n ‘shapeshifter’ uit onzekerheid over haar neus. Maar een man om zich aan op te trekken? Nergens voor nodig.

De reserve van Lady Gaga is begrijpelijk. Sinds zijn eerste versie in 1937 is de les van A Star is Born dat talent niet volstaat; een vrouw heeft een ervaren man nodig die deuren voor haar opent. Oorspronkelijk speelde het sprookje zich af in Hollywood, met een verlepte filmster en een ambitieuze serveerster. Gelukkig dat acteur-regisseur Bradley Cooper, net als Barbra Streisand in 1976, zijn remake situeert in de popmuziek. Een jaar na Weinstein en #MeToo was het als Hollywoodsprookje waarschijnlijk minder goed gevallen.

1937: de casting couch

Affiche voor A Star is Born uit 1937

In 1937 hielden de makers van Star is Born al rekening met de beruchte ‘casting couch’. Die term, in dat jaar voor het eerst afgedrukt in vakblad Variety, staat voor de toen ook wijdverbreide notie dat Hollywood een „overbevolkt bordeel” (Marilyn Monroe) is waar je voor een rol met seks moet betalen. In talloze Hollywoodfilms werd de casting couch besmuikt aangestipt. De teneur: sloeries en leeghoofdjes struikelen over het meubelstuk, echte filmsterren omzeilen het. Want dat zijn nette meisjes en Hollywood is nobel en professioneel, wel cirkelt er veel uitschot omheen.

Dat is ook het geval in A Star is Born uit 1937. Prairiebloem Esther Blodgett (Janet Gaynor) uit North Dakota is vastberaden filmster te worden. Haar oma subsidieert een expeditie naar Hollywood met een potsierlijke verwijzing naar de ‘frontier’. Ooit trotseerde ze zelf als pionier in de huifkar hitte en sneeuwstorm. „Er is altijd een wildernis te veroveren”, orakelt oma. „Misschien is Hollywood jouw wildernis.”

Esther heeft geen zichtbaar talent, louter ambitie. Een van de velen: in Los Angeles loopt ze een kantoor vol telefonistes binnen die de hele dag starlets afpoeieren. Na talloze afwijzingen probeert ze als serveerster op soirees nogal komisch de aandacht te trekken van filmbonzen. Dat lukt bij de bezopen filmster Norman Maine (Fredric March), die Esther introduceert bij studiobaas Oliver Miles (Adolphe Menjou).

Haar eerste ontmoeting met Miles is één grote knipoog naar de casting couch. „Ik denk dat ik je wel ga mogen”, lispelt de studiobaas terwijl hij op de hoek van zijn bureau gaat zitten, zijn kruis op mondhoogte. Esther schuift geschrokken achteruit. Gelukkig blijken Miles’ intenties vaderlijk: de studio slijpt de ruwe diamant en hij geeft haar een nieuwe look en identiteit: Vicki Lester.

Uiteraard wordt haar liefde voor de oude Norman Maine pas ná haar doorbraak geconsumeerd. Waarna zijn loopbaan in vrije val belandt: huisman, accessoire, gênante vertoning op een Oscargala, ontwenningskliniek, politiecel. Maine wil zijn echtgenote best steunen, maar zijn slinkende eigendunk voedt zijn alcoholisme. Een echte man kan niet in de schaduw van een vrouw staan. Voor hen is een gebroken hart dus het tol van de roem, zo krijgt Esther/Vicki meermalen te horen.

1954: beter, tragischer en muzikaler

De tweede versie uit 1954 van George Cukor is niet wezenlijk anders, wel beter, tragischer en muzikaler, met halverwege een mini-musical van een kwartier. Judy Garland, kindster uit The Wizard of Oz en slachtoffer van de casting couch, maakte in deze versie een soort comeback. Ze is geen onbeschreven blad, maar een professionele zangeres die toert met een obscuur bandje als filmster Norman Maine haar aanmoedigt groot te denken.

1976: de tweede feministische golf

De 1976-versie met Streisand en Kristofferson

A Star is Born van Barbra Streisand uit 1976 is wel een serieuze update. De actie is verplaatst naar de muziekwereld, de casting couch is helemaal bij het grofvuil. In deze versie, gemaakt op de piek van de tweede feministische golf, heeft Streisand de controle. Zij is niet het soort vrouw dat, zoals Lady Gaga, onzeker doet over haar neus. Laat staan dat ze hem laat verbouwen, zoals Judy Garland.

Steisand valt als zangeres Esther Hoffman voor de imploderende rockster John Norman Howard (Kris Kristofferson, vierde keus na Elvis, Marlon Brando en Neil Diamond). Hij is een trieste, agressieve Jim Morrison die over het podium waggelt en heibel schopt met publiek en pers. Als hij op een nacht stomdronken de nachtclub binnen stommelt waar Esther zingt, eindigt dat in een vechtpartij.

Maar zij herkent de eenzaamheid achter zijn macho-pose, en hij klampt zich aan haar vast als een aapje aan een reddingsboei. John introduceert Esther in de industrie, maar eenmaal in de studio neemt ze wel háár muziek op, niet de zijne. In een symbolisch moment maakt ze de ex-macho in bad op met rouge; daarna trekt ze de wereld in en terwijl hij wordt geparkeerd op hun liefdesnest op de prairie en rondloopt met zijn overhemd tot de navel open. Bij de huwelijkseed pepert Esther hem in: „Vergeet dat gehoorzamen maar, dit is de ochtend van een nieuwe eeuw.” John, schaapachtig: „Ja, koesteren klinkt veel vriendelijker.” Helaas geneest zelfs haar liefde zijn terminale machismo niet; zijn dood suggereert dat hij – onderbewust – toch moeilijk in haar schaduw kan leven.

2018: zangeres Ally is afhankelijk

De 2017-versie met Bradley Cooper en Lady Gaga

De versie van Bradley Cooper baseert zich in grote lijnen op die van Streisand, maar is langs de feministische meetlat een stap achteruit. Lady Gaga begint als zangeres Ally onzeker en afhankelijk, Cooper is als Jackson Maine vertederd en zelfbewust: ook dronken kan hij prima optreden. Zijn zelfdestructie krijgt, anders dan in eerdere versies, een psychologische context. Jackson gaat niet aan jaloezie te onder, maar aan innerlijke demonen en teleurstelling omdat Ally haar muzikale ziel dreigt te verkopen aan de commercie.

Lees ook de recensie: ‘A Star is Born’ bezorgt een diep gevoel van melancholie

Emotioneel overtuigt dat laatste motief niet erg, maar zo vermijdt Cooper wel de inmiddels muffe moraal van A Star is Born: een vrouw bekoopt succes altijd met een gebroken hart omdat een echte vent nooit in haar schaduw kan leven.

Gezien de enthousiaste reacties heeft hij de juist balans gevonden voor een date-movie; knap werk nu de oorlog der seksen weer zo fel is opgelaaid.

    • Coen van Zwol