Arme werkenden staan niet op de radar

Gemeenten Het aantal werkenden dat in armoede leeft, is in dertien jaar tijd anderhalf keer zo groot geworden. Desondanks zijn ze een blinde vlek voor gemeenten. „Wij kennen de werkende armen niet.”

Automonteur Ali Hussein en beeldend kunstenaar Domenique Himmelsbach de Vries. Foto's David van Dam en Olivier Middendorp

Het aantal werkende armen, mensen die werken en toch in armoede leven, is sinds het begin van deze eeuw anderhalf keer zo groot geworden. In 2001 waren er 210.000 werkende armen, in 2014 waren dat er 320.000 – 4,6 procent van alle mensen die werken. Gemeenten – de uitvoerders van het armoedebeleid – hebben werkende armen echter niet goed in het vizier. Dat schrijft het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) deze woensdag in het rapport Als werk weinig opbrengt. Aandacht van beleidsmakers is volgens de onderzoekers nodig, omdat armoede onder werkenden indruist „tegen het beleidsuitgangspunt dat werk moet lonen”.

Zelfstandigen, alleenstaanden en mensen met een migratieachtergrond zijn onder werkende armen oververtegenwoordigd. Relatief veel arme werkenden wonen in onder meer Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en – door seizoensarbeid – de Waddeneilanden.

Het SCP kijkt voor werkende armen naar het inkomen per huishouden: werkenden tellen als arm als betaald werk voor hen de belangrijkste bron van inkomsten is en hun huishouden toch onder de armoedegrens valt. Dat kan komen doordat de leden van een huishouden een laag uurloon hebben, ze opgeteld weinig uren maken, of doordat er vele monden te voeden zijn.

Lees ook een reeks artikelen over armoede die NRC in juni publiceerde, o.a. over de vraag of je in Nederland wel van armoede kunt spreken.

Onder armoede verstaat het SCP een tekort aan geld voor zaken die afgezet tegen de welvaart in een land gelden als „minimaal noodzakelijk” – in Nederland onder meer een dak boven je hoofd, stromend water en een incidentele vakantie. Een alleenstaande heeft daar op zijn minst 1.063 euro netto per maand voor nodig, een paar met twee kinderen minstens 2.000 euro.

Zzp’ers lopen risico

Armoede onder zzp’ers (zelfstandigen zonder personeel) is een reëel risico. Niet alleen ontbreekt het zzp’ers aan bescherming via een minimumloon en cao-afspraken, maar bovendien maken zij – vaker dan mensen in loondienst – uren voor werk waar geen beloning tegenover staat, zoals het doen van de administratie of het proberen opdrachten binnen te slepen. In 2014 was één op de acht zzp’ers arm, en van alle arme werkenden vormden zij met 36 procent verreweg de grootste groep.

Vergelijk dat met vaste werknemers met werkweken van minstens 35 uur: onder hen was 0,7 procent arm. Ook oververtegenwoordigd onder werkende armen zijn mensen met een migratieachtergrond (32 procent van de werkende armen). Filter je op huishoudens, dan springen alleenstaanden eruit (29 procent).

Het SCP nam de periode 1990-2014 onder de loep. In het begin van de jaren negentig steeg het percentage arme werkenden als gevolg van een kwakkelende economie. Tijdens de hoogconjunctuur die erop volgde, nam het aantal werkende armen opvallend genoeg niet af: kwetsbare groepen zoals alleenverdieners profiteerden slechts in mindere mate mee van de welvaartsgroei. Tijdens de crisis na 2008 maakte het aantal werkende armen een tweede sprong. Lonen, en winsten van zelfstandigen bleven achter bij de inflatie, en meer werkenden kregen een werkloze partner zodat hun totale inkomen onder de armoedegrens zakte. Bovendien steeg het aantal groepen met een groter risico op armoede, zoals oproepkrachten, zelfstandigen, en niet-westerse migranten. De piek werd bereikt in 2013, toen 335.000 werkenden in armoede leefden.

Door de huidige hoogconjunctuur neemt het aantal werkende armen weer af, schrijft het SCP, maar de onderzoekers verwachten geen snelle daling naar niveaus van vóór de crisis, onder meer als gevolg van blijvende veranderingen op de arbeidsmarkt zoals de toename van het aantal zelfstandigen.

Geen specifiek armoedebeleid

Het SCP onderzocht ook welk beleid gemeenten voeren ten aanzien van werkende armen. Onderzoekers spraken met twintig gemeenten met een „groter armoederisico”, zoals in grote steden en in randgebieden in het noorden, oosten en zuiden van het land. Driekwart van die gemeenten blijkt geen specifiek armoedebeleid voor werkenden te voeren. Van een bewuste keuze is geen sprake, eerder van een blinde vlek: gemeenten blijken bij werkende armen vooral te denken aan bijstandsgerechtigden die vanuit de uitkering naar werk zijn uitgestroomd. Dat is niet terecht: van de werkende armen maakte in 2014 slechts 11 procent deel uit van een huishouden dat toen of in het voorbije jaar een bijstandsuitkering ontving.

De gemeenten gaan er vanuit dat algemene maatregelen tegen armoede, zoals het kwijtschelden van gemeentelijke heffingen, ook de groep werkenden vooruithelpen. Maar de meeste ondervraagde gemeenten hebben een groot deel van de groep arme werkenden niet op de radar staan. „Wij kennen de werkende armen niet en de werkende armen kennen onze regelingen niet”, zoals een ambtenaar het formuleert.

Van de vijf gemeenten die wél specifiek beleid voeren voor werkende armen, hebben er slechts twee gerichte pogingen ondernomen de groep te bereiken. Ze legden contact met werkgevers om via hen werknemers te attenderen op financiële regelingen of om zicht te krijgen op werknemers met schulden. Geen van de twee gemeenten vindt dat de opsporingspogingen goed van de grond zijn gekomen.

Arme zelfstandigen zijn volgens het SCP nog moeilijker te bereiken dan werknemers, doordat zij „uit een gevoel van trots niet snel om hulp zullen vragen”.

Het SCP spoort gemeenten aan meer moeite te steken in het contact leggen met werkgevers, vakbonden en clubs van zzp’ers om arme werkenden beter te bereiken. Ook zouden gemeenten voorzieningen zoals werkbemiddeling en scholing kunnen openstellen voor niet-bijstandsontvangers, al erkennen de onderzoekers dat een financiële prikkel ontbreekt: een aan werk geholpen bijstandontvanger bespaart de gemeente geld, terwijl het – althans op de korte termijn – alleen maar geld kóst om een arme werkende aan beter werk te helpen. Het SCP: „Wellicht is hier een faciliterende rol weggelegd voor de landelijke overheid.”

Arme werkenden: veel zzp’ers en migranten

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Ingmar Vriesema