Vind maar eens een baan met filosofie

Geesteswetenschappen Studies in taal en cultuur groeien, maar alleen door internationale studenten. ‘Bredere’ opleidingen moeten de kansen van afgestudeerden op werk vergroten.

De Oudemanhuispoort in Amsterdam, waar de afdeling geesteswetenschap van de Universiteit van Amsterdam gevestigd is. Foto Gerhard van Roon / Hollandse Hoogte

Twee keer cum laude en toch niet meteen een baan. Dat gold voor Martin Möhlmann, die na een succesvolle bachelor en master filosofie in dat vakgebied wilde werken. Hij doceerde na zijn afstuderen een jaar aan de Universiteit van Amsterdam, maar toen hield zijn baan op. Wat nu?

Möhlmann werd nachtportier in hotels. Overdag zou hij aan een proefschrift werken. Maar na een half jaar bleken de nachtdiensten te vermoeiend. Dat moest anders. Programmeren was altijd een hobby geweest, dus besloot hij een cursus ICT te volgen. Nu maakt hij financiële software voor Zuid-Afrikaanse gemeenten en voor een Nederlands bedrijf.

Hoewel die baan niet zijn eerste keuze is, heeft Möhlmann geen spijt van zijn studie. „Je kunt zeggen dat er te weinig voorbereiding is op de huidige arbeidsmarkt, waar veel geesteswetenschappers geen aansluiting vinden. Maar dat staat haaks op het argument dat filosofie of geschiedenis van zichzelf waardevol zijn en niet zijn bedoeld om de arbeidsmarkt aan te sturen”, zegt hij.

Steeds minder Nederlandse studenten denken er zo over. Na een korte inzinking rond de economische crisis groeit de sector ‘Taal en Cultuur’, zoals de geesteswetenschappen officieel heten. Dat is te danken aan de internationalisering. De afgelopen vijf jaar daalde het aantal Nederlandse studenten met 11 procent van 27.676 naar 24.676, maar het aantal internationale studenten steeg van 2.208 naar 5.463.

Taal en Cultuur is een breed veld dat gaat van talenstudies tot en met cultuuranalyse, geschiedenis en filosofie. Dankzij de overgang op het Engels konden krimpende opleidingen weer groeien. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap verwacht dat het aantal studenten Taal en Cultuur in 2023 zal zijn gestegen tot 37.000.

In de politiek gaan er stemmen op om opleidingen die niet direct tot werk leiden minder te subsidiëren. Afgelopen week stelde Klaas Dijkhoff, VVD-fractieleider in de Tweede Kamer, om bij de financiering van opleidingen „steeds gerichter te kiezen voor de banen van de toekomst. De keuze om te kunnen studeren wat je wil, is inderdaad een groot goed. Maar het heeft ook niet zo veel zin om als overheid op gelijk niveau te stimuleren dat er een keuze wordt gemaakt waarin weinig werk is ten opzichte van een keuze waarin veel werk is”, zei Dijkhoff.

Studies zonder financiële stimulans

Financieel wordt Taal en Cultuur al niet gestimuleerd. Opleidingen krijgen veel minder geld dan de dure geneeskunde- en bètastudies. Er zijn studentenstops bij technische opleidingen terwijl er een tekort aan ingenieurs is. De technische universiteiten willen nu meer geld. Volgens het regeerakkoord zou er bij de bekostiging „specifieke aandacht komen voor de technische opleidingen”.

Dat extra geld voor bèta’s bedreigt de financiering van Taal en Cultuur omdat het totale budget voor hoger onderwijs nauwelijks stijgt. Niet voor niets werd vorige week juist het gebouw voor geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam bezet. Ook de decanen protesteren. „Herstel de balans in financiering”, schreven acht decanen in juli op de Opiniepagina van NRC. „Om de technologische vooruitgang in goede banen te leiden, hebben we niet alleen technici en ingenieurs nodig.”

De werkgevers denken er niet zo over. Van alle afgestudeerden kunnen geesteswetenschappers hun studie het minste gebruiken in hun latere beroep. 20 procent van de afgestudeerden is werkzaam op een lager dan academisch niveau,16 procent werkt in een andere richting en 31 procent is zowel werkzaam in een andere richting als op een lager dan academisch niveau, blijkt uit enquêtes onder pas afgestudeerde alumni. ‘Laag salaris, lastig om een baan op niveau te vinden’ en ‘Salaris is aan de lage kant’, is vaak het commentaar van de Keuzegids. Die baseert zich op de cijfers van het Researchcentrum Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA).

Uit de alumni-enquête blijkt ook dat de werkloosheid bij geesteswetenschappers het hoogst is (10 procent) en dat alleen een studie in de landbouw een nog lager startsalaris heeft. Kunstgeschiedenis, filosofie, niet-westerse taal en culturen of taalwetenschap zijn interessant, maar vaak is een omscholing nodig om aan het werk te komen. En het veel gepropageerde ‘leven lang leren’ komt maar niet op gang. Volgend jaar wordt er gekort op volwassenenonderwijs en het later volgen van een tweede studie is heel erg duur geworden.

Een ICT-cursus duurt gelukkig kort. Die deed literatuurwetenschapper Elizabeth Prins. Na haar afstuderen had ze maar een paar reacties gekregen op de honderden sollicitatiebrieven die ze uitstuurde. „Freelance probeerde ik schrijfklusjes”, zegt ze. „Ik had drie maanden voor iemand gewerkt die niet wilde betalen. Uiteindelijk wil je dan met je leven beginnen.” Dus besloot ze een stoomcursus programmeren te doen: „Nu heb ik een mooie baan en word ik wekelijks op LinkedIn benaderd voor een andere baan.”

Hoogste startsalaris in onderwijs

Aan afgestudeerden in de moderne talen, klassieke talen en Nederlands is wel behoefte, maar daar zijn te weinig studenten. Er is geen belangstelling voor het leraarschap, hoewel volgens de alumni- enquête het startsalaris in het onderwijs het hoogste is van alle sectoren. Bèta’s en anderen kunnen in hun latere loopbaan vaak elders veel meer verdienen, maar voor de gemiddelde geesteswetenschapper geldt dat niet.

De opleiding Nederlands kan niet op het Engels overgaan. Alleen al het aantal bachelorstudenten Nederlands is afgelopen vijf jaar met tweevijfde gedaald. De opleiding Nederlands van de Vrije Universiteit in Amsterdam wankelt door financiële tekorten. Dit studiejaar hebben zich nog maar zes eerstejaars aangemeld.

Volgens Theo Witte, universitair docent didactiek van het Nederlands aan de Rijksuniversiteit Groningen, ligt dat aan het taalonderwijs op de middelbare school. Het op talen georiënteerde profiel Cultuur en Maatschappij in het middelbaar onderwijs trekt nog maar 8 procent van de leerlingen. „In de onderwijshervormingen van basisvorming en studiehuis is het talenonderwijs versnipperd in deelvaardigheden waar geen verband tussen is. Het is echt een rommeltje”, zegt hij. Het accent ligt op vaardigheden, niet op kennis. Witte: „Bij de talen telt het examen literatuur nauwelijks mee. In het vak Nederlands is slechts 10 procent van de leraren universitair opgeleid.”

Wim van Anrooij, hoogleraar geschiedenis van de Nederlandse literatuur aan de Universiteit Leiden, vindt dat schooldecanen de talen aan de middelbare school beter moeten uitleggen: „Het beeld is precies omgekeerd van de werkelijkheid: internationale studies glanzen, maar Nederlands zou saai zijn en niets opleveren. Dat geldt ook voor Duits. Dat zou een goede kanshebber moeten zijn, zo’n rijke cultuur, zoveel te doen en te onderzoeken, grootste handelspartner. Leg dat maar aan studenten uit.”

Lees ook: Samenleving kan niet zonder geesteswetenschappen

Om studenten te trekken, hebben faculteiten hun taal- en cultuurstudies anders verpakt. Taal verdween vaak uit het etiket. Duits werd omgedoopt tot ‘Duitslandstudies’, Arabisch werd eerst Arabische taal en cultuur en toen Midden-Oostenstudies. En als je al deze studies weer bundelt met praktische toepassingen, krijg je ‘International Studies’. Op de Campus Den Haag van de Universiteit Leiden begon in 2012 een brede bachelor International Studies. Na het eerste jaar kunnen studenten een eigen regio uitkiezen, zoals Afrika, Rusland en Oost-Azië. Literatuurwetenschap werd ‘Literatuur en Samenleving’, dat klinkt relevanter.

Keuze een beetje uitstellen

„Vroeger leek het alsof iedere hoogleraar een eigen opleiding had; in de laatste decennia wordt er meer gewerkt aan gezamenlijke verantwoordelijkheid voor opleidingen, die dan wat breder van aard zijn – met daarbinnen specialisaties”, schrijft Wim Drees, decaan geesteswetenschappen van Tilburg University, die voorheen in het bestuur van geesteswetenschappen in Leiden zat. „Door minder opleidingen, met per opleiding een breder profiel en interne differentiatie, aan te bieden, wordt het aanbod overzichtelijker. Met brede opleidingen kunnen studenten de keuze een beetje uitstellen.”

Ook de noodlijdende opleiding Neerlandistiek van de Vrije Universiteit wil reorganiseren. Universitair hoofddocent Jacqueline Bel hoopt studenten te trekken met een ‘verkorte bachelor’. „Aan een klassieke Nederlandse universiteit als de VU hoort ook Nederlands te worden gedoceerd en onderzocht”, zegt Bel.

Het gaat geesteswetenschappers vaak niet om het directe nut of de carrière. ICT’er Martin Möhlmann past zijn filosofische kennis niet dagelijks toe, „maar ik zou niet dezelfde persoon zijn geweest. Ik heb een andere achtergrond dan mijn collega’s. ICT verzamelt wel meer mensen uit andere hoekjes en met andere persoonlijkheidstrekken.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Maarten Huygen
    • Dylan Metselaar