Van der Breggen zet kroon op Oranjeseizoen

Vrouwen

Anna van der Breggen werd zaterdag voor het eerst in haar carrière wereldkampioen op de weg. Haar voorsprong op de finish in Innsbruck was enorm. Olympisch kampioen is ze al sinds 2016 (Rio).

De Nederlandse Anna van der Breggen komt met grote voorsprong over de finish in Innsbruck en is voor het eerst in haar loopbaan wereldkampioen op de weg. Foto CHRISTOF STACHE/ AFP

Meer dan jubel had ze aan de finish „een soort van opluchting” gevoeld, zei Anna van der Breggen. Iedereen verpletterd met een majestueuze solo van bijna 42 kilometer op een loodzwaar parcours. Nummer twee, de Australische Amanda Spratt, volgde op 3.42 minuut. De Italiaanse Titiana Guderzo werd derde op 5.23. De grootste voorsprong sinds Jeannie Longo in 1989. En toch eerder opgelucht dan blij? „Ik heb normaal niet gauw last van druk”, zei Van der Breggen (28). „Maar dat had ik dit WK wel. Het was niet de makkelijkste periode van mijn carrière.”

Olympisch goud won ze al, het EK, de Giro Rosa en talloze klassiekers. Maar een WK? „Dat voelde als een groot gemis.” Vaak was het net niet. „Hoe langer het duurde met tweede plaatsen, hoe meer druk om te winnen.” De laatste tijd waren er bovendien pijnlijke nederlagen. In La Course, toen Annemiek van Vleuten haar in de laatste meters passeerde. Op het EK, waar ze in de finale werd ingelopen door een onbegrijpelijke tactiek van de Nederlandse ploeg. Dus keek Van der Breggen in Innsbruck voor de zekerheid nog maar even om, vlak voor de finish. „Het was te vaak fout gegaan aan het eind.”

Tweestrijd met Van Vleuten

Maar het grootste en vervelendste deel van de druk kwam van buitenaf. Het WK was in de media tot een tweestrijd gemaakt tussen de ploeggenoten Van der Breggen en Van Vleuten. „De druk nam meer en meer toe naarmate het WK dichterbij kwam”, zei ze. Na haar tweede plaats in de tijdrit, achter Van Vleuten, ging het dagenlang nog over één ding. Zouden ze elkaar nog wel het licht in de ogen gunnen? Of zou een derde van hun rivaliteit profiteren?

„Dat is nu wel klaar, hè”, zei bondscoach Thorwald Veneberg. Achter Van der Breggen eindigden nog drie Nederlandse rensters juichend bij de eerste tien: Van Vleuten (zevende), Amy Pieters (achtste) en Lucinda Brand (negende). Maar de coach had een dag voor de wedstrijd wel lang moeten praten om de „irritaties” weg te masseren. Met Van der Breggen was hij drie kwartier gaan wandelen, Van Vleuten sprak hij een uurtje op de fiets tijdens de training. „Toen samen nog een half uurtje en een uur met de hele ploeg op een terras.”

Vooraf waren de afspraken helder. Van Vleuten zou als eerste aanvallen. „Als Annemiek zou worden teruggehaald zou Anna gaan”, zei Veneberg. „Om en om.” Van Vleuten kwam ondanks een val in het begin haar afspraak na. Tijdens de tweede van drie plaatselijke ronden zette ze aan op de acht kilometer lange klim naar skidorp Igls. „Ik heb Anna gelanceerd”, zei Van Vleuten, die de race met een gebroken knie bleek te hebben uitgereden.

„Dit WK is een kroon op het Nederlandse vrouwenwielrennen”, zei Veneberg. Goud, zilver en brons in de tijdrit, goud in de wegwedstrijd. „Dit is de bevestiging dat we goed werk leveren.” De oud-renner, sinds mei ook directeur van wielerbond KNWU, wijst voor een verklaring van het succes naar de sponsorteams en de brede basis. „Alle clubs, regiotrainers en iedereen die zich in Nederland hard maakt voor vrouwenwielrennen. Dat is wel het geheim dat we het zo goed doen.”

Nieuwe kampioenen

Keetie van Oosten-Hage (jaren zeventig) en Leontien van Moorsel (1990-2004) zorgden voor ontluikende populariteit. Marianne Vos, nu afwezig omdat ze de voorkeur geeft aan het veldrijden, groeide uit tot de vrouwelijke Eddy Merckx en legde de basis voor de commerciële opmars van het vrouwenwielrennen. Na de huiveringwekkende wegwedstrijd in Rio, waar Van Vleuten zwaar ten val kwam en Van der Breggen won, zijn er twee nieuwe kampioenen. Maar een tweestrijd, of zelfs een vete, zoals tot ver na hun carrière tussen Van Moorsel en Monique Knol?

„Er zijn altijd dingen die ontstaan als je het hele jaar door tegen elkaar koerst”, zegt Veneberg. Van der Breggen rijdt voor Boels-Dolmans, Van Vleuten (35) voor het Australische Mitchelton-Scott. Beiden excelleren in zware koersen, keken het hele jaar al uit naar dit WK. De meer extraverte Van Vleuten leek beter te gedijen in een sfeer van rivaliteit dan de wat introvertere Van der Breggen.

Veneberg schetst twee verschillende persoonlijkheden. Van der Breggen is meer een teamspeler, die haar ploeg dankbaar is dat ze dit jaar haar eigen weg mocht gaan naar het WK, en ook daarom gewoon meedeed aan de ploegentijdrit. Van Vleuten meed die race om krachten te sparen voor de individuele tijdrit, die ze won. Van Vleuten die het liefst alleen op hoogtestage gaat, Van der Breggen die met vier collega’s in een blokhut zat. Van Vleuten de ‘killer’. Van der Breggen de pure liefhebber. „Die moet je laten spelen en zorgen dat ze blijven genieten.”

Juist daarom voelde Van der Breggen boven alles opluchting na haar gouden race. Ze had het naar eigen zeggen ’s ochtends bij de start al beseft. „Nu is het over met de druk en kan ik weer gaan genieten van het fietsen.”

    • Maarten Scholten