Hoe terreur in Europa succesvoller bestreden wordt

Veiligheid Volgens drie buitenlandse experts moeten we ermee leven dat terroristen hun slag slaan. Maar over het beleid zijn ze te spreken.

Politieonderzoek, vorige week in een woning in Vlaardingen, in verband met een grote antiterreuractie waarbij zeven mannen zijn aangehouden in Weert en Arnhem. Foto Robin Utrecht/ANP

Het terroristisch netwerk dat Nederland vorige week heeft opgerold, zal zeker niet het laatste zijn. „Veel netwerken zullen in Europa actief blijven en een bedreiging vormen”, zegt de Noorse wetenschapper Thomas Hegghammer, een van de vooraanstaande contraterrorisme-experts in Europa. Maar er is volgens hem en andere buitenlandse experts ook goed nieuws: politie en inlichtingendiensten slagen er steeds beter in de terroristische dreiging het hoofd te bieden.

NRC stelde buitenlandse deskundigen enkele vragen over het nieuws van het oprollen van het terroristisch netwerk in Arnhem en Weert. Past de succesvolle actie in een Europese trend? Welke factoren bepalen het succes van terreurbestrijding binnen Europa? Wat brengt de toekomst?

Behalve Thomas Hegghammer reageert Paul Cruickshank, hoofdredacteur van het Amerikaanse vaktijdschrift voor contraterrorisme CTC Sentinel. De Noor Petter Nesser, auteur van boeken over islamitisch terrorisme in Europa, beschikt over recente cijfers van antiterreuracties.

Najaar 2017 ontstond het idee dat de terroristische activiteit in Europa aan het afnemen is, zegt Thomas Hegghammer. Grote aanslagen zoals in Parijs, Manchester of Barcelona deden zich niet meer voor. Kleine steekpartijen zoals op Amsterdam Centraal kwamen ervoor in de plaats. Het Islamitisch Kalifaat verdween als platform voor de planning van aanslagen.

„Maar niet iedereen realiseert zich dat de terroristische activiteit in Europa – de som van gelukte en gepoogde jihadistische aanslagen – hoog bleef”, zegt Hegghammer. Zo waren er volgens de Noorse onderzoeker Petter Nesser in 2017 veertien aanslagen; acht pogingen werden voortijdig verijdeld. In 2018 waren er tot dusverre vijf uitgevoerde aanslagen (zoals die op Amsterdam Centraal en in Luik), en vijf verijdelde pogingen.

Verspreiden van vergif

Sommige van die pogingen waren bedoeld om veel slachtoffers te maken. In het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland werden zowel in 2017 als dit jaar netwerken ontmanteld die het giftige ricine in omloop wilden brengen. Bij de huiszoekingen in Nederland, vorige week, werd honderd kilo kunstmest gevonden, geschikt als grondstof voor een grote autobom.

De – schijnbare – rust aan het aanslagenfront werd mede veroorzaakt door het groeiende succes bij de terreurbestrijding. Dat blijkt onder meer uit een gunstiger verhouding tussen de aantallen uitgevoerde aanslagen en verijdelde aanslagen. In 2017 waren er meer aanslagen dan verijdelde, aldus Nesser. Dit jaar houden beide categorieën elkaar tot nu toe aardig in evenwicht.

„Het is een heel herkenbaar patroon”, zegt Hegghammer. „Terreurgolven komen en gaan, onder meer door het leervermogen van politie en geheime diensten.” Die laten zich eerst verrassen door een nieuw type terreur (truckterreur bijvoorbeeld) en een nieuw type terroristen (uitreizigers). Daarna weten ze steeds meer grip te krijgen op de voorheen onzichtbare tegenstander.

Lees ook: Hoe een clubje uit Arnhem de jihad ging omarmen

Eerst werden er maatregelen genomen tegen uitreizigers naar Syrië en Irak die wilden terugkeren om in Europa aanslagen te plegen. Daarna waren de thuisblijvers aan de beurt, of mensen die vergeefs hadden getracht Syrië binnen te komen.

Sommigen van de opgepakte groep in Arnhem pasten in die laatste categorie. De Amerikaan Cruickshank ziet overeenkomsten met eerdere terroristen zoals die in Brussel (maart 2016). Ook daar zat een jihadist bij, Ibrahim El Bakraroui, die geprobeerd had Syrië binnen te komen, maar was opgepakt bij de grens van Turkije met Syrië. Hij werd door Turken uitgewezen, nota bene naar Nederland. Cruickshank: „De zorg bestaat dat IS-sympathisanten, inclusief deze groep gefrustreerde uitreizigers, zullen kiezen voor het plegen van aanslagen. IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi heeft vrij recentelijk nog duidelijk gemaakt hoe waardevol deze groep is voor terreuracties in het Westen.”

Behalve het oude vertrouwde leervermogen van geheime diensten kwam er een nieuw, controversiëler onderdeel van terrorismebestrijding. Hegghammer: „Veel van de winst in de strijd tegen terrorisme is geboekt door repressie in Europa. Er zijn maatregelen genomen waarvan we vier jaar geleden nog zeiden: dat doen ze alleen in de VS, niet bij ons.”

Als voorbeelden noemt Hegghammer het ontnemen van burgerschap aan bijvoorbeeld uitreizigers (enkele honderden in Europa, zeven in Nederland). Ook het deporteren van radicale activisten en imams naar landen van herkomst (zo’n 300 in Italië, 50 in Frankrijk) past daarbij. Daarnaast kwam er, zonder veel protest, meer censuur door de overheid op internet. „Radicale islamitische boodschappen zijn veel moeilijker op internet te vinden omdat ze door de autoriteiten offline zijn gehaald.”

Straatverbod

Ook godsdienstige vrijheden werden beperkt. Radicaal-islamitische organisaties die ongehinderd konden floreren, zoals Sharia4Belgium en Sharia4UK, werden na 2012 opgejaagd door de politie. Ze bestaan inmiddels niet meer. In Nederland kregen radicale predikers zoals Fawaz Jneid een straatverbod. Tenslotte kregen sommige geheime diensten zoals in Frankrijk, meer bevoegdheden bij het afluisteren van burgers.

Er zitten overigens niet alleen negatieve kanten aan deze ontwikkeling, zegt Hegghammer. „Europa heeft vaak last van het imago dat het verdeeld is, niet slagvaardig optreedt. Bij terreurbestrijding zie je het tegenovergestelde. Er was meer actie dan ik van te voren had verwacht.”

Op langere termijn valt de balans minder positief uit. De repressie kan voor „nieuw radicalisme zorgen”, zegt Hegghammer. Ook komen teruggekeerde uitreizigers en andere jihadisten ooit vrij. Ze kunnen sleutelfiguren worden in nieuwe netwerken.

Ze kunnen daarbij hulp krijgen van uitreizigers die de westerse bombardementen op Irak en Syrië overleefden. De Amerikaan Cruickshank vertelt: „Er bestaan zorgen dat het substantiële aantal Europeanen dat zich bij IS voegde in Syrië en Irak, een soort ‘officiersklasse’ van terroristen zal vormen. We zagen eerder dezelfde dynamiek van uitreizigers die al voor 9/11 naar Afghanistan gingen. Ze kunnen met hun onderlinge contacten en expertise de terreurdreiging minstens een generatie levend houden.”

    • Kees Versteegh