Radicaal in de aanval op de bourgeoisie

Een belangrijke oppositiestem tegenover de Franse president Emmanuel Macron is een grote literaire sensatie, Édouard Louis.

Edouard Louis Foto Emilio Naranjo/EPA

Een bloedhete zaterdag in juli. Ongeveer duizend man, merendeels met migratieachtergrond, hebben zich met spandoeken en megafoons verzameld bij het station van banlieuestadje Beaumont-sur-Oise, vijftig kilometer van Parijs. Twee jaar eerder kwam hier na een identiteitscontrole de 24-jarige Franse Malinees Adama Traoré om het leven. Hij stikte. Op het politiebureau. Zijn zus, Assa Traoré, voert sindsdien actie tegen politiegeweld met een op het Amerikaanse Black Lives Matter geïnspireerde beweging. „We vergeten niets, we vergeven niets”, roepen de activisten.

Een van haar meest prominente steunpilaren is Édouard Louis. De schrijver brak in 2014 wereldwijd door met Weg met Eddy Bellegueule, een beklemmende roman over zijn getourmenteerde jeugd als jonge gay in een arm en homofoob Noord-Frans arbeidersmilieu. Hij is pas 25 jaar oud. Maar in korte tijd is hij internationaal uitgegroeid tot de spil van een nieuwe Franse intellectuele avant-garde, het links-radicale antwoord op het bourgeois-establishment van president Emmanuel Macron. Louis is deze week in Nederland en België voor lezingen en de presentatie van vertalingen van twee van zijn boeken: zijn eerste en zijn laatste.

In Weerspannigheid als erfenis (Leesmagazijn) uit 2013 bundelt hij een aantal opstellen van linkse geestverwanten over socioloog Pierre Bourdieu. In Ze hebben mijn vader vermoord (Bezige Bij), dit voorjaar in Frankrijk verschenen, richt hij zich tot zijn door alcohol, zwaar werk en een bedrijfsongeval opgebrande vader. Zijn „gesloopte lichaam” is het gevolg van een politiek systeem, schrijft hij op bijtende toon. „Voor de heersende klasse is politiek meestal een esthetische kwestie: een manier om over zichzelf te denken, een manier om de wereld te zien, om zichzelf op te bouwen. Voor ons was politiek een kwestie van leven of doodgaan.”

Als hij in een geruit bloesje, rugzak op zijn rug, op de demonstranten in Beaumont afloopt, wordt er her en der gewezen en gesmoesd. Hij begroet politici van de hard-linkse oppositiepartij La France Insoumise en omhelst Assa Traoré. „Haar strijd tegen het gewelddadige staatsracisme is de mijne”, zegt hij tegen journalisten voordat de mars begint. „Er is een directe link tussen het sociale en politieke geweld tegen de overheerste klasse dat ik in mijn boeken beschrijf en het politiegeweld dat mensen van Afrikaanse en Arabische afkomst ondervinden”, zegt hij later in een Parijs café. „Ik ben blond met blauwe ogen: ik weet niet wat het betekent als je door de politie om je uiterlijk op straat wordt aangehouden. Maar deze beweging maakt van politiek weer een vraag van leven of dood. Net als ik.”

Lees ook dit interview uit 2014 met Édouard Louis: Weg met al die jongens zoals ik

Wapenbroeders

Louis verschijnt bij de demonstratie samen met zijn boezemvriend Geoffroy de Lagasnerie (37), de linkse socioloog en filosoof, kenner van Michel Foucault en ook weer Bourdieu, die het eerste contact legde met het Adama-comité. Didier Éribon (65), auteur van het veelgeprezen Terug naar Reims (2009), dat met meer theorievorming ongeveer dezelfde thema’s behandelt als Louis (klasse, homoseksualiteit, radicaal-rechts populisme), ontbreekt deze zaterdag. De drie mannen zijn onafscheidelijk sinds Louis Éribon in 2010 in Amiens na een lezing aansprak. „Wapenbroeders”, noemde Le Monde ze onlangs in een portret. „Ik zoek niet de zonen die ik niet gehad heb en zij zoeken niet een andere vader dan ze hadden”, stelde Éribon de Monde-journalist gerust.

Ze debatteren met elkaar privé en publiek, ze beïnvloeden elkaars werk (en dragen dat vervolgens aan elkaar op) en gaan zelfs gezamenlijk met vakantie. Toen de Süddeutsche Zeitung Louis onlangs vroeg in kaart te brengen hoe zijn creatieve proces werkt, stuurde hij een stapel informele foto’s van hem met zijn twee vrienden. Samen zoeken ze contact met geestverwanten, met wie ze vervolgens op sociale media selfies plaatsen: schrijfster Annie Ernaux, filmmaker Gus van Sant, acteur Xavier Dolan, filosoof Judith Butler of bijvoorbeeld de Duitse regisseur Thomas Ostermeier (die zowel Éribons Reims als Louis’ Geschiedenis van geweld voor toneel bewerkte).

„Voorhoedes moeten altijd collectief optreden”, zegt Louis daarover. Hij noemt Sartre, De Beauvoir. „Als je je tegen het conservatisme keert, dan kun je beter samen zijn. De reacties zijn keihard en persoonlijk.” Want met zijn beukende woorden roept hij in Frankrijk evenveel bewondering als afkeer op. Hij dweept met zijn bescheiden afkomst, met racisme en homofobie, schreef Frédéric Beigbeder. Hij overdrijft de armoede, rapporteerden journalisten die in Hallencourt, het dorp van zijn jeugd, op zoek gingen naar zijn roots. „Het beeld dat ik van de Franse volksklasse geef, is niet compatibel met dat van een deel van onze bourgeoisie”, zegt hij zelf. En politiek, vindt hij, is te veel uit de literatuur verdwenen. „Wie in 2018 schrijver is, moet zich radicaal met het heden bezighouden.”

Buiten Frankrijk is Louis inmiddels de grootste Franse literaire sensatie sinds Michel Houellebecq.

Literaire sensatie

Buiten Frankrijk is Louis inmiddels de grootste Franse literaire sensatie sinds Michel Houellebecq. Staat de schrijver van Onderworpen symbool voor een soort poëtisch defaitisme, Louis is met zijn revolutionaire activisme en klassieke klassenanalyses de andere kant van dezelfde Franse medaille. Met Éribon en De Lagasnerie bij Harvard aangekondigd als The New French Intellectuals, vijftig jaar na 1968, trekt hij overal volle zalen.

Dinsdag spreekt hij in Amsterdam de De Gids-lezing uit, over „de stem van de onderklasse in de literatuur” – zijn thema, in geschrift en in persoon. Hij is, net als Éribon, wat men in Frankrijk een transfuge de classe noemt: een klasse-overloper. Hij schopte het tot de meest prestigieuze scholen van de republiek, zijn toegang tot de Parijse elite. Dat zou het bewijs kunnen zijn dat de vaak kaduuk verklaarde republikeinse ‘sociale lift’ toch nog aardig werkt. Maar zelf houdt hij het erop dat het „per ongeluk” ging: hij moest nu eenmaal vluchten voor de masculiene cultuur die domineerde in het dorp van zijn jeugd, zei hij laatst.

Lees ook de recensie van de tweede autobiografische roman van Edouard Louis: Zodra er sprake is van geweld, is er stilte

Met een weinig buigzaam links geluid mengt hij zich, ook buiten zijn boeken, steeds vaker in het Franse politieke debat. Tegen racisme, de „jacht op migranten”, neoliberalisme of „afbraak van de verzorgingsstaat”. Macron is „iemand die de armen haat”, zei hij op de radio. In Ze hebben mijn vader vermoord noemt hij politici (oud-presidenten Sarkozy, Hollande) bij naam die hij verantwoordelijk houdt voor de beroerde gezondheid van zijn vader, omdat ze sociale voorzieningen verminderden, waardoor er geen eten meer op tafel kwam, of omdat ze een medicijn uit het ziektekostenpakket haalden. „Het verhaal van je lijdensweg draagt namen.” De grote woorden contrasteren met zijn jongensachtige blijmoedigheid in de dagelijkse omgang.

Op het Élysée gaat het boek intussen van hand tot hand, schreef weekblad L’Opinion. Louis’ diagnose zou perfect aansluiten op die van Macron. „Waar bewoners van volkswijken onder lijden, is [sociaal] huisarrest”, zei een woordvoerder. De vader van Louis heeft zich „niet geëmancipeerd”. De schrijver reageerde meedogenloos. „Mijn boek verzet zich tegen wie u bent en wat u doet”, twitterde hij aan Macron. „Ik schrijf om u te schande te maken.”

    • Peter Vermaas