Recensie

Met violist Sato als onnadrukkelijk leider klinkt de Bachvereniging dynamisch

Violist Shunske Sato maakte zijn debuut als artistiek leider van de Nederlandse Bachvereniging.

Foto Merlin Daleman

Het was een grote verrassing, ook voor hemzelf, dat concertmeester Shunske Sato (1984) werd gekozen als opvolger van Jos van Veldhoven. Na 35 jaar nam Van Veldhoven vorig seizoen afscheid als artistiek leider van de Nederlandse Bachvereniging (NBV). Met Sato, geboren in Japan, opgeleid in de VS en sinds 2014 concertmeester van de NBV, staat er voor het eerst een buitenlander aan het roer van het bijna honderdjarige instituut. Afgelopen weekend opende hij zijn eerste seizoen met vier van Bachs Brandenburgse Concerten. De grote vraag: gaat de Bachvereniging onder Sato een andere koers varen?

Lees ook dit profiel van Shunske Sato

In tegenstelling tot zijn voorgangers (die hun post decennialang bekleedden) is Sato in de eerste plaats instrumentalist en geen dirigent. Voor het vlaggenschip van de Bachvereniging, de jaarlijkse uitvoering van de Matthäus-Passion in Naarden, zullen voorlopig gastdirigenten worden gevraagd, zoals ook onder Van Veldhoven om het jaar gebeurde. Al sluit Sato niet uit dat hij in de toekomst ook de Matthäus zelf zal gaan leiden. De keuze voor een instrumentaal meesterwerk van Bach als visitekaartje lag dus voor de hand.

Uiteraard blijft het uitvoeren van Bachs oeuvre op het allerhoogste niveau ook onder Sato de core business van de Bachvereniging. Maar Sato heeft wel duidelijke ambities uitgesproken: zo wil hij de focus in de programmering verleggen naar de erfenis en invloed van Bach, waar voorheen vooral diens voorlopers belicht werden. Daarnaast streeft Sato naar een meer dynamische concertpresentatie en wil hij de website van het megaproject All of Bach toegankelijker maken: Bach for All.

Dynamisch was zijn eerste optreden zeker. Sato leidde het concert als eerste violist of altviolist, net als hij in het verleden wel eens deed, al stond zijn lessenaar nu in het midden. Met opgerolde mouwen, alert, steeds in contact met zijn medemusici: het onnadrukkelijke leiderschap van Sato benadrukte het kamermuzikale karakter van de concerten. Het laag gestemde Zesde Brandenburgse Concert – twee altviolen, twee viola da gamba’s, cello, bas, géén violen – kreeg er een donkerfluwelen gloed van.

Slim programmeur

Bovendien betoonde Sato zich meteen een slim programmeur. De Brandenburgse Concerten zijn heel divers en zetten steeds andere instrumenten in het zonnetje. Zowel voor als na de pauze werden een onstuimig concert met veel blazers en een kleiner bezet concert van elkaar gescheiden door een goed gekozen deeltje Erlebach of Buffardin, twee vergeten tijdgenoten van Bach.

Het tegendraads stuiterende motief waarmee het Eerste Brandenburgse Concert begint klonk door de snipverkouden intonatie van de hoorns nog allesbehalve triomfantelijk. Maar Sato zelf bewees met zijn eerste solo in het Adagio meteen waarom hij een van de spannendste barokviolisten van het moment is: de klaaglijk zagende, nagenoeg vibratoloze, heldere melodie op de piccoloviool ging door merg en been. Het trio van hobo’s en fagot in het slotdeel was eveneens fabelachtig mooi.

Sowieso had het koper geen gelukkige avond. De prominente trompetpartij van het Tweede Brandenburgse Concert was door Sato vooraf nog ‘nauwelijks speelbaar’ genoemd. Invaller Bruno Fernandes slaagde er niet in onomstotelijk het tegendeel te bewijzen. Het Andante voor viool, blokfluit en hobo bereikte wel een grote verfijning.

Hoogtepunt

Het hoogtepunt van de avond was het afsluitende Vijfde Brandenburgse Concert. In het middendeel werd superieur geconverseerd door fluit, viool en klavecimbel. Maar het was klavecinist Diego Ares die de show stal met zijn vlinderachtige spel. De cadens, aangekondigd als een onbekende oerversie die Bach zou hebben geschreven, was een chromatisch wegtollende vortex van noten die zijn schaduw eeuwen vooruitwierp. Ares oogstte er tussentijds applaus mee. De glimlachen die Sato en Ares uitwisselden waren minstens zo leuk.

    • Joep Stapel