Opinie

    • Marjoleine de Vos

Hoe op te schrijven dat het niet meer hoeft

Onbegrijpelijk vond ze het en in welke wereld ik eigenlijk leefde en dat het de hoogste tijd was om de realiteit eens onder ogen te zien. „Geen euthanasieverklaring!” Hoe kom je zo onnozel? Toch onder de indruk van haar geschoktheid maar eens opgezocht hoe zo’n verklaring eruit ziet. Eenvoudig, dus, zoals je denkt: dat je verklaart dat als je ondraaglijk en uitzichtloos lijdt, dat je dan euthanasie wil. Het klinkt bijna als een open deur, want dat is toch precies waarom euthanasie mogelijk gemaakt is, om mensen uit het werkelijk ondraaglijke te kunnen verlossen, als er geen uitzicht meer is dat dit over zal gaan.

Hoe dat eruit zal zien, dat ondraaglijke, daarover hoef je je niet uit te laten, maar het kan wel. Een naaste met kanker zei, ziek als een hond: „Ik ga een euthanasieverklaring opstellen.” Hij heeft denk ik iets opgevangen van wat het kan zijn, ondraaglijk lijden. Nog niet van de uitzichtloosheid, zijn uitzicht is een verbetering van zijn toestand, op zijn minst nog zodanig dat hij een verklaring kan gaan opschrijven voor later. En hij heeft hoop: dat dat ‘later’ voorlopig niet komt.

Ik begrijp dat hij aan zo’n verklaring denkt. Maar ik ben niet ziek. En ja, er kan een moment komen waarop je wél in die toestand van ondraaglijke uitzichtloosheid zult zijn terechtgekomen, maar niet meer in staat zult zijn je wensen te uiten.

In gesprekken met vrienden heb je het er wel eens over. Wat als. Wat als je kanker krijgt en alleen nog maar een verminkende operatie kunt ondergaan, wat als je niet meer kan lopen, lezen en/of luisteren. Altijd pijn. Een schaduw van jezelf. Eenzaam. Je kunt allerlei vreselijke dingen verzinnen, maar als je even doorpraat weet je ook dat je inlevend vermogen in je toekomstige zelf heel beperkt is. Zelfs al als het om heel gewone dingen gaat.

Hoe heerlijk ik het zou vinden om door lege weilanden te lopen, in mijn eentje, ook in de winter – dat had ik nooit kunnen bedenken. Ik vrees wel eens dat ik het, als ik écht alleen zal zijn, volstrekt zinloos zal vinden en het niet meer zal willen doen, maar misschien ook zal ik daar dan lopen, zal me een bepaalde geur bereiken, een lichtval, een vogelgeluid en zal ik vinden dat dat lopen nu juist is wat me boven water houdt.

En zoiets hoop ik ook. Maar het klinkt allemaal meteen zo zijig, dat je denkt enorm te gaan genieten van een zonnestraaltje. Bwggh. En ik denk dat ook niet. Ik denk alleen maar dat ik nu echt niet weet waarvandaan de levensaanvaarding zal komen opborrelen. Ik zie me niet opschrijven dat het niet meer hoeft als – en dan iets concreets.

Die man die altijd zo jolig en feestelijk was en die nu, na een beroerte, vaag en schimmig er maar wat bijzit, als je die was…? Dat vooruitzicht had hij vroeger ook vast naar gevonden. Hij lijkt alleen helemaal niet zo ongelukkig.

De angst dement te worden, is dat dan geen reden om een verklaring op te stellen? Niemand ziet zichzelf graag zitten, kwijlend, in een geur van pies en doorgekookt eten in een laatste-fase-zaaltje. Maar om nu al te weten waar dan een grens getrokken moet worden, en dat er dan iemand moet komen die mijn nog min of meer redelijke zelf moet uitwissen…

Ik propageer deze verklaringsloze onzekerheid helemaal niet. Het is vast wereldwijzer om wel op te schrijven wat er moet gebeuren als. Maar ik weet niet hoe dat moet.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC.
    • Marjoleine de Vos