Onderwijs

Bezetten? De meeste studenten laat het koud

Onderwijsblog Aan de bezetting van een Amsterdams universiteitsgebouw deden slechts een paar honderd studenten mee. Wat dachten de andere 33.000 studenten?

Studenten bezetten het P.C. Hoofthuis van de Universiteit van Amsterdam. Foto Koen van Weel/ANP

De bezetting van het gebouw voor Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam was nog aan de gang toen er in de mail van Nederlandse media een protest landde van De Vrije Student, een studentenfractie in de medezeggenschapsorganen van de Universiteit van Amsterdam. Deze studentenvertegenwoordigers protesteerden tégen de bezetting.

Die vrijdagochtend wilde ze net in de faculteitsstudentenraad vergaderen over het diversiteitsbeleid, een van de speerpunten van de actievoerders. „Maar op het moment dat mijn mederaadsleden het gebouw wilden betreden, werden zij geblokkeerd”, schreef student David Nelck, de fractievoorzitter in de Centrale Studentenraad. „Door deze bezetting en de door de bezetters gestelde eisen, die nauwelijks iets met onderwijs te maken hebben, wordt de aandacht afgeleid van het echte probleem binnen het wetenschappelijk onderwijs, namelijk béter onderwijs.” Hij klaagde ook over inbraak in de raadskamer en plundering van eigendommen daar. Dat had een mederaadslid die bij de bezetting was verteld.

Kortom, De Vrije Student steunde de ontruiming niet. Hoeveel studenten zouden het met deze partij eens zijn? Dat is moeilijk te zeggen, want bijna geen student stemt bij de verkiezingen. Voor dit zittingsjaar behaalde De Vrije Student twee van de twaalf zetels binnen. Maar de opkomst was laag: slechts 17 procent van de studenten had gestemd bij die verkiezingen voor de faculteit Geesteswetenschappen. Voor de Centrale Studentenraad namen nog minder studenten de moeite: 11 procent. De Vrije Student kreeg daar twee van de zeven direct verkozen zetels.

Desinteresse

De verdere democratisering die na de bezetting van het Maagdenhuis aan de Universiteit van Amsterdam wordt doorgevoerd heeft de studenten niet naar de stembus gebracht. Inspraak blijft een sport voor een kleine studentenelite. De voorhoede moet het doen en dat is helemaal volgens Lenin. Er is ook maar een kleine groep geïnteresseerd in het door de bezetters geëiste recht van instemming met de begroting. Laat staan dat de meeste Amsterdamse studenten de universiteit wil ‘dekoloniseren’. Daar is geen aanwijzing voor, want de meerderheid houdt zich afzijdig.

Er waren wel organisaties die de bezetting in naam en soms lijfelijk steunden, waaronder de Amsterdamse studentenbond Asva, de Landelijke Studentenvakbond en tientallen docenten. De leden waren niet massaal komen opdagen.

Op de Faculteit Geesteswetenschappen bevinden zich de meeste activisten. Daar komen de slechtste ontwikkelingen van de universiteit samen: slechte bekostiging, dalende belangstelling van Nederlandse studenten. De groei die er nog is komt door internationalisering, maar omdat het budget niet evenredig meegroeit blijft er per student nog minder geld over. Zeker in Amsterdam zijn weinig docenten, weinig contacturen. Daar klaagden de bezetters en hun sympathisanten over.

Er dreigt een herverdeling, waarbij de bètawetenschap en de techniek worden gespaard. Geen wonder dat er nooit een laboratorium is bezet. De belangen van de verschillende studies lopen uiteen en we weten niet hoe de 80 tot 90 procent van de studenten die niet meedoen met verkiezingen en bezettingen daarover denkt.

Blogger

Maarten Huygen

Maarten Huygen is redacteur onderwijs.

    • Maarten Huygen