Het kantoorgebouw van RELX in Amsterdam.

Foto KOEN SUYK / ANP

‘De wetenschappelijke tak blijft gewoon in Nederland’

Nick Luff Financieel directeur RELX

Het voormalige Reed Elsevier is na 25 jaar als Brits-Nederlandse onderneming nu volledig Brits. Reed Elsevier werd RELX, de uitgever werd data-analist.

Van uitgever van Winnie the Pooh naar ontwikkelaar van software die banken moet helpen witwassen te herkennen – de RELX Group heeft er de afgelopen kwarteeuw nogal een transformatie op zitten.

RELX – tot 2015 bekend als Reed Elsevier – paste in september zijn bedrijfsstructuur aan. Na 25 jaar als Brits-Nederlandse onderneming is het nu volledig Brits. Dat heeft volgens het bedrijf vooral technische redenen. Zo hoef je niet in meer landen te zitten om makkelijk kapitaal op te halen, en is één aandeelhoudersvergadering ook overzichtelijker. Aandelen RELX zijn wel verhandelbaar gebleven op de Amsterdamse beurs. Voor de Britse status zou alleen gekozen zijn omdat het hoofdkantoor toch al in Londen zat. Met de voorgenomen Britse uittreding uit de EU heeft de wijziging volgens het bedrijf niks te maken.

Het loslaten van de ‘dubbele nationaliteit’ – waarbij anders dan Unilever juist níét voor Nederland is gekozen – vormt het sluitstuk van een volledige metamorfose. Die begon vrijwel direct na de fusie van het Britse Reed en het Nederlandse Elsevier, in 1993, met de verkoop van bijna alle ‘papieren’ producten. Eerst werden boekuitgeverijen en dagbladen afgestoten, waaronder NRC en AD. Rond 2007, toen de advertentie-inkomsten van veel papieren (vak)tijdschriften door concurrentie van internet snel begonnen te dalen, volgden ook die. Uiteindelijk verkocht het bedrijf zo’n 400 papieren titels; een poging alle vakbladen in één keer te verkopen mislukte. In Nederland was Elsevier Weekblad in 2016 de laatste titel die eruit ging. Inmiddels haalt RELX nog 10 procent van zijn omzet uit papieren publicaties, voornamelijk wetenschappelijk werk.

Tegelijkertijd investeerde het concern (30.000 werknemers) juist in overname van bedrijven in de informatietechnologie. Mede door zijn wetenschappelijke tijdschriften beschikt het over veel juridische en wetenschappelijke data – al dan niet met gevanceerde data-analyse te koop.

„We helpen mensen bij het maken van keuzes”, vertelt financieel bestuurder Nick Luff aan de telefoon vanuit Londen. „Zo hebben we een databank met bankiers, die voortkomt uit ons voormalige bankenblad. En een juridische database. Daarin kan een advocaat zien wat in vergelijkbare zaken is besloten, of wat de achtergrond is van een tegenpartij.”

Terwijl andere uitgevers het moeilijker kregen, wist Reed Elsevier overeind te blijven. De omzet verdrievoudigde de afgelopen 25 jaar tot 7,35 miljard pond. Het is internet niet gelukt het bedrijf af te breken, schreef The Guardian een paar jaar geleden.

Jullie strategie bestond uit het verkopen van titels met lagere marges: papieren tijdschriften, kranten.

„Het ging niet per se om lagere marges. Wel om sectoren waar de opbrengsten een stuk minder voorspelbaar waren. Consumentenproducten zijn sterk cyclisch, net als de advertentiemarkt. Daar zijn we uitgestapt. Nu zijn we niet meer aan het ‘entertainen’, maar helpen we mensen beslissingen nemen. Dat is qua toegevoegde waarde veel duidelijker.”

Het duurde begin deze eeuw even voor het bedrijf stabiele winst draaide.

„Ik was er in die tijd niet bij, maar het was inderdaad een grote overgang. In 1999 voorspelde Forbes dat Reed Elsevier het eerste slachtoffer van het internet zou zijn. Ze dachten dat het verdienmodel rond wetenschappelijke uitgaven het bedrijf irrelevant zou maken. We hebben het businessmodel aangepast, maar het duurde tot 2007 voordat minder dan de helft van onze omzet uit papieren producten kwam.”

Luff verwacht verdere groei in data-analyse. „Maar dat is niet zo makkelijk. Je moet echt begrijpen welke bedrijfstakken je bedient, welke data relevant zijn, welke nieuwe datasets er zijn – en dan analyse toepassen. Daarbij moet je ook denken aan technieken als machine learning. We hebben in Amsterdam op het kantoor een afdeling kunstmatige intelligentie. In 1992 werkten er achtduizend mensen bij onze papieren publicaties, nu hebben we achtduizend IT-medewerkers.”

RELX krijgt regelmatig kritiek omdat het universiteitsbibliotheken en wetenschappers hoge prijzen zou vragen voor abonnementen op wetenschappelijke tijdschriften. Wetenschap zou daardoor duur zijn en onvoldoende toegankelijk.

Kan het bedrijf op termijn op data-analyse drijven? Het model voor wetenschappelijke publicaties staat ter discussie; een aantal Europese wetenschapsfinanciers liet pas nog blijken onderzoekspublicaties in wetenschappelijke tijdschriften te willen verbieden.

„Er zijn verschillende betalingsmethodes in de academische uitgeefwereld: de lezer kan betalen of de auteur kan betalen. Dat laatste betekent dat onderzoek vrij beschikbaar is; vaak betaalt de onderzoeksfinancier.

„Wij kunnen beide modellen dienen. De wetenschapsfinanciers van het nieuws van begin september – een klein deel van de wereldwijde wetenschapsgelden – willen graag meer open access. Daar hebben wij geen problemen mee, wij willen ze helpen. We hebben ook open access-bladen. Die zijn soms iets minder goed dan de topbladen met abonnementen, maar je kan zelf kiezen waar je publiceert.”

Verdient RELX daar hetzelfde mee?

„Misschien dat het economische model iets anders is, maar volgens mij zitten daar geen enorme verschillen in. Bovendien kunnen we ook uit open access-publicaties data en informatie halen voor onze data-analyses. Neem een wetenschapper die op zoek is naar welk chemisch stofje het beste werkt. Die analyse van data blijft relevant, wat het betalingsmodel ook is.”

Eind jaren negentig liep een fusiepoging spaak tussen Reed Elsevier en Wolters Kluwer. Dat had een grote, overwegend Nederlandse uitgever opgeleverd. Bij RELX zitten op dit moment nog twee Nederlanders in commissarisen, Marike van Lier Lels en Ben van der Veer.

Is de Nederlandse rol de afgelopen jaren niet steeds kleiner geworden?

„Dat zouden wij niet zo zeggen. Elsevier, de wetenschappelijke tak, zit in Amsterdam en zal daar gewoon blijven. Er werken 120 mensen aan data-analyse, het is een van onze technologische hubs. Wel zie je dat het volledige bedrijf internationaler is geworden. Ten tijde van de fusie kwam bijna de helft van de opbrengsten uit Nederland en het VK. Nu is dat samen minder dan 10 procent.”

Van de Brexit verwacht RELX relatief weinig problemen. Slechts 7 procent van de opbrengsten komt uit het VK, en er werkt minder dan een zesde van het personeel. Behalve op het hoofdkantoor zitten die vooral bij de relatief kleine vakbeurzendivisie. De grootste data-afdelingen van RELX zitten in de Verenigde Staten, in Atlanta en New York. Uit dat land komt ruim 55 procent van de omzet.

Valt die vakbeursafdeling tegenwoordig niet een beetje uit de toon?

„Uit de papieren publicaties zijn allerlei andere diensten ontstaan. Die vakbeurzen vloeiden voort uit de vakbladen, en ze hebben zich hier snel ontwikkeld. Deze afdeling is ongeveer acht keer zo groot als in 1993. We blijven er graag eigenaar van.”

Correctie (01-10-2018): in een eerdere versie van dit artikel stond dat de uitgeeftak van RELX in Nederland zou blijven. Dat moet de wetenschappelijke tak zijn. Ook stond er dat ten tijde van de fusie tussen Reed en Elsevier de helft van de opbrengsten uit het VK kwam en de helft uit Nederland. Dat moet zijn: in totaal kwam de helft van de opbrengsten uit deze twee landen. Beide zaken zijn aangepast.

    • Milo van Bokkum