Opinie

    • Menno Tamminga

De uitdagers waren de FNV weer stapje voor

Dat is weer eens wat anders: een vakbondsactie met een kledingadvies. Wees gerust, geen black tie. Of toch wel? Dinsdagavond organiseren Publieke Sector in actie - een pop-up actiefront dat voortkomt uit het lerarenoffensief PO in actie - en vakbond FNV een tocht van werknemers in de gezondheidszorg, in het onderwijs, bij politie, defensie en bij de overheid.

Kom in het zwart, las ik bij de actiegroep. Kom in je werkkleding, las ik bij de FNV. Ze trekken in Den Haag langs ‘hun’ vakministeries: Onderwijs, Volksgezondheid, Defensie en Justitie en Veiligheid. Ze negeren het ministerie van Financiën. Terwijl de leus juist ook is gericht tegen de afschaffing van de dividendbelasting.

Niet alleen het kledingadvies is ongewoon. Ook het tijdstip: van zes tot acht ‘s avonds. Deels in werktijd, maar vooral buiten werktijd. Een soort avondetappe.

Lees ook deze eerdere column over PO in actie en FNV. Woede op de werkvloer en dan?

Het meest ongewoon is de alliantie. Het ‘vakbondsestablishment’ (FNV) verenigt zich met zijn eerdere uitdagers. PO in actie legde vorig jaar als Facebook-forum uit het niets de basis voor een succesvolle lerarenstaking waar de vakbonden zich bij aansloten. Resultaat: meer loon.

Nu zijn het opnieuw de gangmakers van PO in actie die met het idee voor deze publieke sector demonstratie kwamen. Dat moet de top én de leden van de FNV te denken geven. Soms proef je het ongemakkelijke gevoel. In het FNV-bestuur was die lerarenstaking voor sommigen vorig jaar hét voorbeeld van een geslaagde vakbondsactie. Maar in het machtige ledenparlement zagen sommigen het een beetje als een afgang. Waarom hadden de ‘gevestigde’ bonden zoveel ongenoegen en actiebereidheid niet geproefd en in daden omgezet? Leden betalen geen contributie voor een bond die volgt, maar voor een bond die voorop loopt.

De steun voor de dividendbelasting speelt soepel in op de nieuwe tegenstelling tussen rijke bedrijven en versoberde publieke sector. Die tegenstelling maakt ook duidelijk hoe de verhoudingen binnen de FNV verschuiven. Het blijkt lastig om hogere looneisen te verzilveren in het bedrijfsleven. Van vergelijkbare acties als dinsdag in Den Haag, maar dan bij Unilever of Shell, heb ik ook nog niks gehoord.

Het publieke domein, van ambtenaren tot zorgpersoneel, biedt wél een vruchtbaar actieveld. Daar genieten de werknemers eerder sympathie bij de burger. Iedereen heeft ermee te maken. Hun werk is zichtbaar. Zelfs onmisbaar. En hun werk is niet te verplaatsen naar een lagelonenland, zoals in de industrie of dienstverlening (automatisering, callcenters).

De steun voor de dividendbelasting geeft voor de actievoerders automatisch antwoord op de eeuwige vraag: wie betaalt uw eisen? Die dividendbelasting van 1,9 miljard euro. Die betaalt hogere lonen. Maar ook meer mensen, minder werkdruk, meer autonomie, minder administratieve lasten en paarse krokodillen en meer respect van de politieke leiding en de top van de organisaties. Kortom: meer liefde voor het vak en meer geld voor de vaklui.

Maar hoeveel sympathie de burger ook heeft voor de hardwerkende publieke sector, de burger is ook belasting- en premiebetaler. Hij/zij wil waar voor z’n geld én weten dat het goed wordt besteed. Moeten organisaties in de (semi)publieke sector daarvoor extra managementlagen aanleggen? Nee. Kan het zonder toezicht en verantwoording? Ook nee.

Wie de macht in Den Haag zoekt, vindt het ministerie van Financiën. Daar innen ze de dividendbelasting. Daar komen de vakministers voor extra geld. Follow the money. Daarom zou ik dinsdagavond óók langs Financiën trekken.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.
    • Menno Tamminga